Na het lezen van de vrijdageditie van de Volkskrant voelde ik een enorme behoefte mijn studeerkamer volledig aan gort te slaan. Het computerscherm, de bureaustoel, mijn boekenkasten: alles moest kapot, omdat journalist Abel Bormans zo nodig naar het Gelderse dorpje Weurt moest afreizen om daar een geweldige reportage te schrijven over het fenomeen ragerooms.
Dat zijn nagebouwde woonkamers gevuld met stoelen, kastjes en een televisie die je in ruil voor een paar euro kort en klein mag slaan, gebruikmakend van bijvoorbeeld een honkbalknuppel, een koevoet of een steigerbuis.
Het fenomeen komt overwaaien uit Japan, waar de kamers al jaren een uitlaatklep vormen tegen allerhande onbehagen, maar blijkt inmiddels dus ook in Nederland een trend te zijn. Zo zijn er al ragerooms te vinden van Venlo en Terneuzen tot aan Dokkum en Meppel. Nu zou ik zelf ook woest zijn op de Voorzienigheid als ik mijn dagen in Terneuzen zou moeten slijten, maar van Bormans begreep ik dat er juist vooral mensen vanuit andere steden naar de woedekamers trekken om ze te molesteren.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Toen ik dat las, zag ik gelijk de maatschappelijke reikwijdte van deze trend. Juist in een tijd waarin iedereen elkaar lijkt te haten kan de woedekamer, mits goed ingezet, fungeren als een stopcontact – als iets dat een enorme, maar gevaarlijke bron van potentie kan omzetten in iets bruikbaars voor de mens.
Als we alle PVV-bewindslieden na iedere ministerraad bijvoorbeeld een nagebouwde fractiekamer van NSC tot moes laten slaan, en vice versa, vermoed ik dat er nauwelijks nog rancuneus beleid zal volgen. En als alle bestuurders van een Volkswagen Golf of een Seat Ibiza twee woedekamersessies per maand vergoed krijgen van hun zorgverzekeraar, weet ik zeker dat het aantal verkeersovertredingen terugloopt met factor twintig.
In het artikel van Bormans zegt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk weliswaar dat ze sceptisch is, omdat mensen doorgaans juist agressiever worden zodra ze hun woede ventileren. Maar daar ben ik op mijn beurt weer sceptisch over. Zo gebruik ik deze column al bijna twee jaar om stoom af te blazen, met als gevolg dat ik de rest van de week juist zeer aangenaam gezelschap vorm.
Daarom ben ik ervan overtuigd dat woedekamers juist een zalvend medicijn zijn voor iedereen die op oudejaarsnacht de behoefte voelt zich vol te gieten met alcohol om vervolgens putdeksels op te blazen met zware explosieven. Ze werken helend voor iedereen die zijn grootouders vrijdagochtend heeft opgezocht op oorlogvoorderechter.nl, voor alle door de gal overgenomen twitteraars, alle tot in hun wortels ontevreden kiezers, maar ook voor alle antisemieten, racisten en alle Andrew Tate-tieners die nog niet begrijpen hoe je succesvol moet baltsen voor een meisje, en daarom continu doorslaan in geblaat.
Zodra de eerste pilots een succes blijken, lijkt het mij daarom verstandig een heus Deltaplan Woedekamer op te tuigen, culminerend in de organisatie van een Nationale Woededag die iedere tweede zaterdag van april zal plaatsvinden. Het hoogtepunt van die dag wordt gevormd door honderd Nederlanders die in het kielzog van de Oranjes de woedestad van dat jaar (Purmerend bijt het spits af) helemaal naar de gallemiezen meppen. Vervolgens bouwen we op dezelfde plek een geheel nieuwe, veel efficiëntere en groenere stad, zodat we gaandeweg ook het woningtekort oplossen.
Het is de tijd van de vooruitblikken en de mijne is als volgt: het land dat in 2024 werd verscheurd door polemiek, zal in 2025 gelijmd worden door de woede.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant