Home

Schengenzone breidt uit naar het oosten, maar Roemenië en Bulgarije krijgen nog geen euro

Roemenië en Bulgarije, al sinds 2007 lid van de Europese Unie, zijn sinds deze week volledig toegetreden tot het Schengengebied. Op de euro, een langgekoesterde wens, moeten de landen nog wachten.

is datajournalist van de Volkskrant en analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.

De toetreding is gunstig voor de Roemeense en Bulgaarse economie. Alleen het oponthoud bij de grenzen kost volgens onderzoek al 432 miljoen euro per jaar voor Bulgarije, en meer dan 2,5 miljard voor Roemenië. Controles aan zeegrenzen en voor vliegverkeer waren al eerder afgeschaft, nu verdwijnen die ook aan de landsgrenzen.

Griekenland, dat al sinds 2000 bij Schengen hoort, is nu voor het eerst met een landsgrens aan het gebied verbonden. Schengen begon als een West-Europese samenwerking; de laatste decennia treden veel Centraal- en Oost-Europese landen toe.

Voor Roemenen en Bulgaren was het nog lang spannend of de grenscontroles zouden verdwijnen. Oostenrijk, de laatste tegenstander, trok het veto pas enkele weken geleden in. Nederland was tot december 2023 ook tegen de uitbreiding van Schengen, uit vrees voor illegale migratie via de nieuwe Schengenlanden. PVV-Kamerleden drongen aan op een nieuw veto, maar daar wilde PVV-minister Marjolein Faber niet in meegaan.

Toen Kroatië in 2023 toetrad tot Schengen voerde het land direct de euro in. Dat wilden Bulgarije en Roemenië ook. Dat werd nog niet goedgekeurd door de Europese Centrale Bank, onder andere omdat de inflatie te hoog was. Marktanalisten verwachten nu de invoering van de euro op zijn vroegst in 2026. Bulgarije zit dichter bij de doelstellingen voor overheidsschuld en inflatie dan Roemenië.

Het afschaffen van de grenscontroles is ook gunstig voor het milieu, berekende het Europees Economisch en Sociaal Comité. De CO2-uitstoot van vervoermiddelen die staan te wachten bij de grens is equivalent aan die van 28 duizend huishoudens. De wachttijd voor vrachtvervoer van Bulgarije naar Griekenland is nu gemiddeld vijf uur, en de motoren blijven vaak draaien.

Het eerste Schengenverdrag werd in 1985 getekend door Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg. Het duurde nog tien jaar voordat de grenscontroles daadwerkelijk verleden tijd waren.

Landen mogen in uitzonderlijke situaties toch controleren aan de grens; tijdens de coronapandemie deden veel landen dat. Maar op dit moment wordt in 9 van de 29 Schengenlanden, waaronder Nederland, toch aan de grens gecontroleerd. Vaak gaat dit steekproefsgewijs.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next