Ondanks vernietigende oordelen over ‘tovervloeren’ in koeienboerderijen zette het kabinet een royale subsidieregeling op voor zo’n emissiearm stalsysteem. Boeren kunnen tonnen vergoed krijgen als ze investeren in de Lely Sphere. Maar is subsidie voor één innovatie van één fabrikant niet verkapte staatssteun?
zijn economieredacteuren van de Volkskrant.
Als een enorme kever kruipt de Discovery Collector over de smurrie in een koeienstal in Veghel. Traag stappen de dieren opzij. Ze kennen hem. Hij gaat voor niemand aan de kant.
‘Hij heeft weleens een pasgeborene voor zich uitgeschoven’, zegt melkveehouder Robert Corsten licht verontwaardigd. ‘Hij kegelde koeien omver, terwijl ze stonden te eten. Hij krijgt nu een soort ogen, dan rijdt hij eromheen. Maar ze hebben een ding verkocht dat eigenlijk nog niet helemaal klaar was.’
De volautomatische meststofzuiger is een cruciaal onderdeel van de Lely Sphere, de meest veelbelovende uitvinding voor koeienboerderijen sinds de melkrobot. Het systeem, bedacht door Lely in Maassluis, scheidt poep en plas, zuigt de ontsnappende ammoniakdampen af en maakt er nog iets bruikbaars van ook. Aanvankelijk was het idee vooral om zo de mineralen in de ontlasting opnieuw te kunnen gebruiken als kunstmestvervanger, maar gaandeweg werd de bijvangst steeds belangrijker: de machine beloofde al doende de uitstoot van ammoniak, de landbouwvariant van stikstof, fors te verminderen.
En daarmee is hij de hoop in bange dagen geworden. Stikstof vormt het zwaard van Damocles boven de Nederlandse landbouw, en iedere boer of minister die de punt in zijn nek voelt, wil graag geloven in een oplossing.
Zoals boer Corsten, die er voor een ton eentje aanschafte. ‘Hiermee kunnen we verder. Hopen we.’
In Nederland zijn zo’n veertienduizend melkveehouderijen, met koeien die via hun mest stikstof uitstoten. Die uitstoot loopt tegen grenzen aan, zeker bij de duizend piekbelasters, waarvan de stof de nabijgelegen natuurgebieden aantast, zoals hier in De Peel. Op dezelfde manier doorgaan, is voor veel bedrijven onmogelijk. Dus zijn er twee opties: minder koeien houden, wat vaak neerkomt op stoppen. Of minder stikstof per koe uitstoten.
Dat laatste vergt slimmigheden, en dan is ‘innovatie’ het toverwoord. Het huidige kabinet gelooft er heilig in. Zoals landbouwminister Femke Wiersma het vorige maand formuleerde in een debat over haar stikstofplannen: ‘Dit kabinet is ervan overtuigd dat innovatie een belangrijk onderdeel is van het werken aan alle doelen die we onszelf hebben gesteld.’
Alleen: innovatie werkt lang niet altijd, zo bleek de afgelopen jaren. Zeker in de landbouw, en zeker in de melkveehouderij, bleken zogeheten (stikstof)emissiearme stallen in de praktijk niet waar te maken wat ze in theorie beloofden. Allerlei ‘tovervloeren’ werden door de rechter teruggefloten, waarna provincies de hele vergunningverlening stilzetten en boeren helemaal klem kwamen te zitten.
Toch zette het kabinet, ondanks de kritische geluiden en rechterlijke uitspraken, dit najaar een genereuze subsidieregeling op voor stalsystemen die beloven wat het kabinet zo graag wil: de stikstofuitstoot reduceren. Boeren die in zo’n systeem investeren krijgen 80 procent van hun kosten vergoed, die voor grote stallen in de tonnen kunnen lopen.
Veel keus hebben melkveehouders niet. Van die tientallen opties die er ooit waren, is er maar eentje die voor de subsidieregeling in aanmerking komt: de Lely Sphere.
Hoe heeft het ding dat voor elkaar gekregen?
‘Farming innovators’, staat er in grote letters voor een modern, glazen pand langs de snelweg bij Maassluis, ten westen van Rotterdam. Dit is het hoofdkantoor en onderzoekscentrum van Lely, fabrikant van landbouwmachines, in 1948 opgericht door de gebroeders Arij en Cornelis van der Lely. Hier, in de polder waar vroeger de boerderij van hun ouders stond, staat nu een heuse campus waar de Farm of the Future wordt uitgedacht.
Lely heeft de harkkeerder, haaktand, rotorkopeg en de modulaire maaibalk geïntroduceerd, en behoort wat aantal octrooien betreft tot de top van de Nederlandse maakindustrie. Het grote succes kwam in de jaren negentig met de melkrobot Astronaut, die zijn weg heeft gevonden naar boeren over de hele wereld.
Het heeft de familie geen windeieren gelegd. De Van der Lely’s staan volgens tijdschrift Quote op plek 25 van de rijkste families van Nederland, met een totaal vermogen van 700 miljoen euro. Belangrijkste familielid binnen het bedrijf is de 56-jarige Alexander van der Lely, zoon van Cornelis, voorzitter van de raad van commissarissen en sinds mei ook commissaris bij voetbalclub Feyenoord.
Maar het grote brein van het bedrijf is Karel van den Berg, de man achter de melkrobot, die op 15 april 2016 bij het Octrooicentrum Nederland wederom een revolutionair idee indiende.
Het betreft een ‘verblijfoppervlak voor een landbouwzoogdier, in het bijzonder rundvee’, en een ‘inrichting voor het verwerken van urine van het landbouwzoogdier’. Het doel is om ‘de urine separaat van de feces’ af te voeren, waardoor de daarin aanwezige voedingsstoffen (kalium, fosfaat en stikstof) preciezer kunnen worden gedoseerd dan wanneer ze in ‘mengmest’ zitten. Zo krijgen de ‘uitscheidingsproducten’ een ‘positieve handelswaarde’, aldus de auteurs; deze machine verandert poep en pies in pegels.
Daar is van alles voor nodig. Cruciaal zijn de roestvrijstalen strips in de stalvloer met geoctrooieerde gaatjes, niet te klein en niet te groot, waar zo veel mogelijk plas doorheen moet sijpelen en zo weinig mogelijk poep. Een mestrobot zuigt de poep op en dumpt die in een afstortplek. Door de scheiding ontstaat er ook minder ammoniak, de belangrijkste vorm van stikstofemissie op een boerderij. De ammoniak wordt weggezogen en met zwavelzuur omgezet in een derde bruikbare voedingsstof, ammoniumsulfaat.
De vinding wordt met in totaal 23 patenten vastgelegd. De Sphere is geboren.
Nu moet hij de wereld in.
‘Trots op de boer’, staat er op de wapperende vlaggen op een boerenerf aan een smal polderweggetje in Schipluiden, niet ver van Maassluis. De demonstratieboerderij van Lely ligt er pico bello bij: de roosterstrips in de stalvloer zien eruit alsof ze net van de bouwmarkt komen, glanzend en schoon. De cruciale gaatjes zijn duidelijk zichtbaar.
Vorige maand nog was minister Wiersma er te gast om de Lely Sphere in vol ornaat te bewonderen, in aanwezigheid van De Telegraaf – wat een halve voorpagina opleverde (‘Stikstofspook te lijf met techniek in de stal’).
Wie een ammoniak (en dus stikstof) reducerende techniek voor een stal heeft bedacht, moet het effect daarvan laten meten op vier boerderijen, die de fabrikant zelf mag aandragen. Zes metingen op elk van die locaties leveren een officieel gemiddelde op waarmee je op de felbegeerde RAV-lijst komt, de Regeling ammoniak en veehouderij.
Dat gemiddelde is een soort rapportcijfer waarvoor geldt: hoe lager hoe beter. Voor de Sphere komt deze ‘definitieve emissiefactor’ in 2023 uit op een ongekend lage 3 kilogram ammoniak per koeienplaats per jaar, veel minder dan de concurrentie. Een normale koeienstal zit op 13 kilogram. Een reductie van 77 procent in de stal, juicht Lely. Hiermee kunnen ze de markt op.
Het bedrijf begint een grote verkoopcampagne met steun van FrieslandCampina en de Rabobank, twee partijen die belang hebben bij een veestapel die niet hoeft te krimpen. Maar in diezelfde periode is het hele idee van emissiearme stallen aan het wankelen. Wanneer milieugroepen de vergunningen aanvechten, concludeert de Raad van State aan de hand van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat de werkelijke stikstofuitstoot van deze stalsystemen van concurrenten van Lely veel hoger moet liggen dan de op de meetboerderijen vastgestelde emissiefactor van de RAV-lijst.
Als het ministerie van Landbouw daarop aan Wageningen Universiteit om een preciezere analyse vraagt, zijn de conclusies vernietigend. ‘De werking van stallen met een emissiearme vloer valt erg tegen’, aldus de onderzoekers. ‘Voor deze staltypen kan geen betrouwbare emissiereductie worden aangetoond ten opzichte van conventionele stallen.’
In een andere notitie voor het ministerie schrijven Wageningse onderzoekers bovendien dat het gebruik van één ‘rapportcijfer’ voor de emissiereductie niet verantwoord is: zelfs in de proefstallen liggen de metingen zo ver uiteen, dat je bij zo’n gemiddelde ook een onzekerheidsmarge moet geven.
‘Een gemiddelde gebaseerd op vier proefstallen is eigenlijk veel te weinig, omdat de meetwaarden tussen stallen zo uit elkaar liggen’, zegt Nico Ogink, een van de onderzoekers, telefonisch. Hij is als expert al jaren bij de RAV-procedures betrokken. ‘Als je de nauwkeurigheid wilt vergroten, moet je meer stallen bemeten. We wisten al lang dat de emissiefactoren een grote onzekerheidsmarge hebben. Maar de overheid wilde gewoon een enkel getal. Dat kregen ze.’
In weer een ander rapport, dit keer op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat over de toelatingsprocedures gaat, stellen Ogink en anderen dat het hele meetprocedé onbetrouwbaar is. ‘Gezien het grote belang van een zo laag mogelijke emissiefactor en de hoge concurrentie lijkt het ontbreken van onafhankelijk toezicht een risicofactor voor de betrouwbaarheid van meetresultaten’, schrijven de auteurs. Zij krijgen signalen dat ‘er bij het uitvoeren van metingen wordt gezocht naar mogelijkheden om tot voordelige meetresultaten te komen; binnen de mogelijkheden die het meetprotocol daarin biedt, mogelijk ook daarbuiten’.
Bovendien: als er eenmaal een rapportcijfer op een techniek is geplakt, kan dat nooit meer veranderen. ‘Een van de zwakste punten is dat er na het goedkeuringstraject niemand meer naar het stalsysteem kijkt’, zegt Karin Groenestein, een van de auteurs, tegen Melkveebedrijf.
In Den Haag wordt de kritiek geaccepteerd. ‘Het kabinet ziet geen andere conclusie dan dat natuurvergunningen voor alle nieuwe emissiearme stalsystemen alleen nog onder striktere voorwaarden kunnen worden verleend’, schrijft landbouwminister Piet Adema eind 2022 aan de Kamer. Dat besef mondde vorige maand uit in de toezegging dat het enkele rapportcijfer niet meer genoeg is: er zal ‘ook een onzekerheidsmarge gehanteerd gaan worden in het emissielabel’.
Desondanks blijft Lely de Sphere als uitzondering zien. Want weliswaar geldt de kritiek voor het testprocedé in het algemeen, van de metingen tot de berekening van het gemiddelde, concreet hebben de onderzoekers daarbij alleen gekeken naar stalsystemen die al op de RAV-lijst stonden. En de Sphere was nog niet zover. Lely grijpt dit aan om te zeggen dat de Sphere ánders is.
‘Werking Lely Sphere geen onderdeel van rapport Wageningen Universiteit’, kopt Lely in een persbericht vlak na het uitlekken van het rapport. ‘Dit onderzoek gaat niet over nieuwere systemen zoals de Lely Sphere.’ Om vervolgens weer te benoemen: ‘Gemiddeld 77 procent ammoniakreductie in de stal!’
Voor Lely is er op dat moment nog steeds geen onzekerheidsmarge, het houdt vast aan dat ene getal. En grijpt de onduidelijkheid aan om de Sphere aan te prijzen als hét systeem dat niet aan twijfel onderhevig is. ‘Een circulair systeem als de Lely Sphere leidt direct tot controleerbare vermindering van stikstofemissies’, schrijft het in datzelfde persbericht. ‘Het zou logisch zijn als de overheid boeren bij zo’n stap naar kringlooplandbouw ondersteunt.’
Een jaar eerder al, op 12 april 2022, doet BBB-Kamerlid Caroline van der Plas in een debat over landbouw een opvallend voorstel. Kunnen veehouders geen subsidie krijgen om de Sphere te installeren?
De dag daarvoor heeft ze stikstofminister Christianne van der Wal (VVD) meegenomen naar het Zuid-Hollandse Bleskensgraaf, naar de boerderij Nescio van Ad van den Berg, de broer van de uitvinder van de Sphere, die weet hoe hij de Sphere in al zijn pracht moet laten zien.
Van der Plas had de kersverse minister een paar weken eerder publiekelijk uitgenodigd via een video op Twitter, die ze had opgenomen op de boerderij, omringd door Lely-fans. ‘We zitten hier in Bleskensgraaf bij een súperinnovatieve boer, die werkt met melk- en mestrobots! En nu heeft hij de Lely Sphere! Dat is hét wondermiddel om stikstof met gigantisch veel procent, 70 procent te laten dalen’, aldus Van der Plas. ‘Dus ik weet niet of je tijd hebt, dat willen we aan jou laten zien.’
Twee maanden later oppert ze zelfs voor iedere melkveehouder in Nederland een Sphere te kopen. Een jaar later, na de bekendmaking van de definitieve emissiefactor van de Sphere, en verwijzend naar een persbericht van Lely, herhaalt ze dat idee op X, nu toegespitst op de boeren met de grootste problemen (het getal dat ze noemt geldt voor álle piekbelasters, niet alleen melkveehouders). ‘Geef de drieduizend piekbelasters zo’n ding en je bent voor 500 miljoen klaar. Onteigenen nu definitief van tafel?’
Zo’n cadeau zou echter een vorm van staatssteun zijn, bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Landbouw nu. Maar Lely hoopt dat de Sphere in elk geval in aanmerking komt voor royale subsidiëring. Daartoe wordt flink bij ambtenaren gelobbyd, zo blijkt uit mailwisselingen die de Volkskrant heeft verkregen met een beroep op de Wet open overheid (Woo).
Zo neemt een medewerker van Lely al op 29 maart 2021 contact op over de Subsidie voor innovatie en verduurzaming van stallen (SBV), een regeling van 60 miljoen euro die is bedoeld voor bedrijven die werken aan een techniek om de stikstof- én methaanuitstoot van veehouders te verminderen. Want stikstof, ammoniak dus, is niet het enige milieuvraagstuk in de veehouderij. Methaan, afkomstig uit de koeienpens, is een sterk broeikasgas. Het ministerie stuurt daarom aan op maatregelen die beide problemen aanpakken.
De Lely-medewerker wijst de ambtenaren erop dat zo’n techniek ‘er de eerstvolgende jaren nog niet zal komen’. Dat blijkt overtuigend: de ambtenaren reageren op 7 december datzelfde jaar dat zij ‘onder voorwaarden’ technieken willen gaan subsidiëren ‘die zich uitsluitend op de reductie van ammoniak richten’. De minister (op dat moment Carola Schouten) gebruikt dezelfde woorden in antwoord op kamervragen.
‘Goed nieuws’, schrijft de Lely-medewerker dan ook aan de ambtenaren. ‘Het klinkt als een belangrijke doorbraak om innovatie meer ruimte te geven in de stikstofaanpak.’
Wageningse onderzoekers opperen in juni 2023 nog om toch twee verschillende apparaten te combineren om zowel stikstof als methaan te reduceren. Maar dat advies belandt in een diepe la. In een brief die minister Van der Wal aan de Kamer stuurt, schrijft ze dat piekbelasters straks al subsidie krijgen wanneer ze een ‘emissiearm stalsysteem’ aanschaffen. Reductie van stikstof is voldoende.
Sterker, als het ministerie in september 2024 de details van de SBV-regeling bekendmaakt, blijkt dat er voor melkveehouders maar één systeem aan de subsidievoorwaarden voldoet: de Lely Sphere.
Ondanks alle twijfel en onzekerheid die er gedurende het hele traject is ontstaan over stalinnovaties, is het ministerie van Landbouw overtuigd van de werking. En dat is het nog steeds. ‘Er is op dit moment maar één bewezen effectieve techniek voor melkvee (namelijk de Lely Sphere) waarmee zo’n substantiële reductie (namelijk meer dan 70 procent) kan worden bereikt’, schrijft een woordvoerder van het ministerie in antwoord op vragen van deze krant.
Is zo’n subsidie voor één innovatie van één fabrikant niet toch een vorm van staatssteun? Nee, stelt de woordvoerder. Het gaat namelijk niet om een specifiek product, maar om een bepaalde methode die wordt gesubsidieerd – om precies te zijn techniek HA1.38 uit de Omgevingswet bijlage V. ‘Andere producenten staat het vrij om naar deze beschrijving een systeem te bouwen.’
Maar dat kan helemaal niet, zegt een woordvoerder van Lely. Sterker nog: er zijn afspraken over gemaakt met de dienst die de subsidie toekent. ‘Bij de totstandkoming van systeembeschrijving HA1.38 is met Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) besproken dat het systeem zoals nu beschreven alleen door Lely geproduceerd en geleverd mag worden’, zegt zij.
Op de website van de RVO, waar boeren de subsidie moeten aanvragen, staat dan ook expliciet: ‘Bent u melkveehouder? Dan geldt: om de uitstoot van ammoniak te verminderen, investeert u in een Lely Sphere.’
Daaronder een promotiefilmpje van het apparaat.
In Veghel pakt melkveehouder Corsten zijn telefoon erbij. Hij toont een bericht dat zijn zoon hem in 2022 vanaf de Zwarte Cross stuurde. Het is een artikel uit vakblad Nieuwe Oogst: ‘96 melkveehouders gezocht voor pilot met Lely Sphere’. ‘Had je dit gezien?’, stuurt zijn zoon. ‘Ik heb me al aangemeld’, is Corstens reactie. Hij is niet de enige. Volgens Lely waren er meer dan zeshonderd aanmeldingen.
Voor een gemiddeld bedrijf met 120 koeien kost het systeem 150 tot 170 duizend euro. Er is dan nog geen subsidieregeling, maar Corsten en andere gegadigden kunnen bij Lely een Sphere met wat korting kopen, een laagrentende lening van de Rabobank en subsidie van FrieslandCampina. Toch wordt de pilot geen succes. In de loop van dat jaar velt de Raad van State zijn vernietigende oordeel over de tovervloeren. Veel melkveehouders trekken zich terug vanwege onzekerheid over de vergunningverlening.
Maar tegelijkertijd dreigen er aangescherpte uitstootregels. In Noord-Brabant is de rap naderende ‘stallendeadline’ voor Corsten reden om wél een Sphere aan te schaffen. Als de deadline wordt uitgesteld tot 2026 heeft hij de investering al gedaan.
Dit is de paradoxale realiteit voor een boer als Corsten: als reactie op de voortdurende onzekerheid koopt hij een machine die zekerheid moet bieden, ook al is zo’n ding óók omgeven met onzekerheden.
Corsten, met tachtig koeien, betaalde ‘een ton’. Hij heeft er geen spijt van. ‘Dit is gewoon het beste systeem’, zegt hij. ‘Ik heb ook weleens zo’n vloer met van die flappies gezien, dat zag ik niet zitten. Dat werkt toch niet?’
Corsten tilt net buiten zijn stal een plank uit de grond. ‘Hier, voel maar’, zegt hij, terwijl hij zijn hand ervoor houdt. Een sterke luchtstroom trekt door het gat de mestkelder in. Bruine smurrie golft wild op en neer in de kelder. Dit is het werk van de kelderluchtafzuiging, de reusachtige jerrycan die buiten de stal staat te zoemen en die de ammoniak uit de kelderlucht filtert om er een meststof van te maken.
De bruine smurrie is een mengsel van koeienpoep en -plas. Die twee worden weliswaar gescheiden door het ingenieuze systeem van de Lely Sphere – de strips met de gaatjes waar de plas doorheen sijpelt, de mestrobot op de vloer die de poep opzuigt – maar Corsten heeft onder zijn stal geen ruimte om die twee stromen gescheiden op te slaan. Dus lost de mestrobot zijn lading gewoon in de kelder waarin ook de plas terechtkomt.
Alle moeite voor niets, eigenlijk.
Daarmee is een van de uitgangspunten van de Lely Sphere – gescheiden opslag van poep en urine – vervlogen. Volgens een woordvoerder van Lely is dat een keuze van de boer en maakt dat voor de emissies niet uit: de ammoniak die in grotere hoeveelheden ontstaat, wordt afgezogen en in meer vloeibare kunstmest omgezet. Wel vergt dat extra zwavelzuur.
Even verderop in Sint Anthonis heeft nog een andere pionierende Brabantse boer een Lely Sphere aangeschaft. Jan Derks heeft met zestig koeien een bedrijf dat half zo groot is als gemiddeld en knoopt de eindjes aan elkaar met een kleine camping op zijn terrein. Hij kon nog geen beroep doen op de subsidie die nu van kracht is. Wel kreeg hij zo’n 50 procent korting, omdat Lely wilde onderzoeken hoe het systeem zou werken in een kleinere stal.
Ook voor hem dreigden de strengere uitstooteisen. ‘Die regelgeving zat eraan te komen’, zegt Derks. ‘Toen was mijn zoon Mark op internet aan het zoeken en zag dat Lely op zoek was naar testbedrijven. We willen verder. Zodoende.’
Ook bij Derks zijn de twee stromen niet volledig gescheiden. Bij hem vermengen ze aan één kant van de mestkelder, de andere kant heeft wel uitsluitend urine. Omdat de helft met het mengsel soms bijna over de afscheiding stroomt, heeft hij de Sphere vorige winter een maand moeten uitzetten. Nu neemt hij maatregelen. Normaal sproeit de robot water voor zich uit dat de roosters schoonspuit en met de urine in de kelder belandt. ‘Nu sproei ik minder water, dan raakt de kelder minder snel vol. Nadeel is wel dat de gaatjes eerder verstopt zitten.’
Derks kijkt naar de bruine derrie op de vloer. ‘Er moet eigenlijk een nieuwe borstel onder de robot’, zegt hij. ‘Nu smeert hij de gaatjes dicht.’ Soms plassen de koeien die weer schoon, maar dan moeten ze goed richten. Volgens hem moet de borstel om de vier, vijf weken worden vervangen. ‘Het werkt echt het best als hij net nieuw is.’
Als het systeem echt verstopt raakt, gaat er in de stal een rood stoplicht branden. Lely stuurt zo nodig een mannetje – de boeren hebben voor vijf jaar een onderhoudscontract met het bedrijf. Intussen kunnen ze zelf bijhouden hoeveel stikstof er in de tank belandt. Derks loopt ervoor naar een met bruine spetters bespat beeldscherm in de ruimte naast de schuur.
‘Ik kijk hier eigenlijk niet zo vaak naar’, zegt hij. De cijfers spreken niet voor zich.
Hij belt zijn zoon Mark, die de weg weet in het digitale dashboard. ‘Dat is het mooie aan het systeem’, zegt die. ‘Je kunt gewoon in het vat zien dat er echt ammoniak uit de kelder wordt afgevangen. Je kunt het meten.’
Dat vertaalt zich echter niet direct naar de stikstofreductie van de stal als geheel. Want er zit óók nog stikstof in de urine, en in poep. Voor de totale boekhouding moet je ook in de kelder meten, en dat gebeurt niet.
De opbrengsten van de meststromen zijn vooralsnog net genoeg om de kosten van elektriciteit, water en zwavelzuur die de machine gebruikt te compenseren. De urine mag nog niet worden gebruikt als kunstmestvervanger – daar is net een proef voor begonnen. ‘Als dat wordt toegestaan, hebben we minder kunstmest nodig’, zegt Derks junior. ‘Dan gaat het wat opleveren.’
Hij ziet dat het systeem kan werken. Maar die RAV-metingen, ‘daar deugt geen donder van’, zegt hij. ‘Die geven veel te veel onzekerheid.’ Dat ligt volgens hem aan de overheid, die het systeem heeft bedacht. ‘Dat proberen ze nu dicht te timmeren met een waslijst aan voorschriften hoe je het systeem moet gebruiken. Daar staat dan op dat de ventilator altijd moet draaien. Maar dan kan ik hem toch niet onderhouden? Ik heb die ambtenaren weleens uitgenodigd om hier te komen kijken. Dan zien ze het verschil tussen hun theorie en onze praktijk.’
Zo blijkt ook de Lely Sphere, net als andere systemen, tussen model en werkelijkheid tegen allerlei praktische bezwaren aan te lopen.
Dat er een probleem is, zien ook de betrokken ministeries. Vlak voor kerst stuurde Chris Jansen, de verantwoordelijk staatssecretaris van Milieu, een brief naar de Tweede Kamer waarin hij erkent dat innovatieve technieken ‘helaas minder of geen significante ammoniakreductie’ bieden, en het hele systeem – van ontwerp, beoordeling en gebruik van emissiearme stalsystemen – ‘niet voldoende functioneert’, en verbetering aankondigt. Een simpele emissiefactor zegt niet meer genoeg.
‘Een groot deel van onze kritiek gaat ook op voor de Lely Sphere’, zegt innovatiesocioloog Bart Bremmer, de hoofdauteur van het Wageningse rapport dat twee jaar geleden concludeerde dat andere stalsystemen zwaar tegenvielen. ‘Melkveehouders worden afgerekend op het feit dat ze zo’n systeem hebben. Wat het systeem uiteindelijk oplevert, telt niet.’
In België lijken ze daar kritischer naar te kijken dan in Nederland. Vlak voor kerst gaf het Administratief Team Luchtemissies Veeteelt (AT) de Vlaamse minister van Landbouw een negatief advies over de Lely Sphere, omdat het vreest dat het systeem op langere termijn niet goed blijft werken. Hoewel eerder, net als in Nederland, een theoretische winst van 77 procent werd voorspeld, waarschuwt de dienst voor gaatjes die dichtslibben, een ongelijkmatige onderdruk en voor het hoge waterverbruik van de mestrobot. Het AT adviseert de Sphere niet op de lijst met goedgekeurde innovaties te zetten. ‘Er is te veel onzekerheid over de langdurige goede werking van het stalsysteem.’
Lely ziet dat nog altijd anders. Het verbetert het systeem nog steeds. Het heeft, in afstemming met RVO, een ‘zeer uitgebreide systeembeschrijving’ opgesteld om ‘handhaving en borging in de praktijk, ook op de langere termijn, mogelijk te maken’ (de waslijst waar Derks het over had). En het wijst op het monitoringssysteem waarmee boeren kunnen zien hoeveel ammoniak uit de kelderlucht wordt gefilterd. En op de drie verschillende circulaire stromen, die voor de boer een motivatie kunnen zijn om het systeem op de juiste manier te gebruiken.
‘Dat zou kunnen’, reageert Bremmer. ‘Maar bij de SBV-regeling krijg je de Sphere bijna cadeau. Dan zullen er ook boeren zijn die zeggen: ‘Doe mij dat ding maar, dan kan ik weer koeien melken.’’
Tot dusver heeft Lely dertig Spheres verkocht. De subsidieregeling is nog tot 8 januari geopend.
Lely stelt na lezing van het artikel dat ‘bewezen innovatie niet bestaat’. Maar: ‘Op basis van het toelatingsproces en de resultaten van de dertig Lely Sphere-systemen die we in de praktijk zien, geloven we in onze techniek. De wetenschappelijke kennis heeft zich sinds dat moment verder ontwikkeld en daarmee is ook duidelijk geworden dat het systeem van toelating en borging van innovaties ten behoeve van verduurzaming beter kan en moet. Dat is ook de reden dat we een model Passende Beoordeling hebben opgesteld in afstemming met wetenschappers en overheden.’
Het ministerie zegt in een reactie dat het beleid geleidelijk is aangepast, nadat de twijfels en onzekerheden over de werking van emissiearme stallen in 2022 problematisch bleken. Twee weken geleden stuurde minister Wiersma het zogeheten Programma Vernieuwing Stalbeoordeling naar de Tweede Kamer.
‘Een natuurvergunning wordt niet meer alleen afgeven op basis van een gemiddelde emissiefactor. Met een individuele passende beoordeling moeten de werkelijke effecten van een gevraagde activiteit op een beschermd natuurgebied worden betrokken. We zijn ook aan het kijken of we met onzekerheidsmarges kunnen gaan werken.’
Het ministerie blijft bij zijn standpunt dat Lely Sphere als enige systeem in aanmerking komt voor de SBV-subsidie: ‘Bij het ontwikkelen van de regeling is vanzelfsprekend rekening gehouden met het Europese staatssteunkader. We subsidiëren diverse systemen, maar voor melkvee is er op dit moment (helaas) maar één bewezen, effectieve techniek beschikbaar.’
De RVO, verantwoordelijk voor de SBV-subsidieregeling die stallen moet verduurzamen, zegt ook dat er voor melkveehouders maar ‘één bewezen systeem’ is dat in aanmerking komt: de Lely Sphere. ‘We zien het filmpje, gemaakt door RVO, dan ook niet als promotiefilmpje maar als informatie aan de melkveehouder over het systeem. Voldoen meer systemen aan de voorwaarden dan delen we daar ook informatie over.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant