Op 27 maart 2024 kwam de Belgische wielrenner Wout van Aert hard ten val in de eendaagse wielerwedstrijd Dwars door Vlaanderen. Hij brak zijn borstbeen, sleutelbeen en een paar ribben. Hij zat op het asfalt en schreeuwde het uit, van de pijn maar vooral van frustratie. Hij ging namelijk De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix missen. Die twee klassiekers won hij nog nooit en tegelijkertijd zijn er op de wereld geen andere koersen die hij zo hartstochtelijk graag aan zijn palmares wil toevoegen.
Wout van Aert is 30 jaar oud, hoeveel kansen krijgt hij nog?
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De sport is gevuld met dromers en illusielozen. Die laatsten hebben het gemakkelijk: wie zich geen illusies maakt, kan ze ook niet verliezen. De dromers, die hebben het moeilijk.
Dit is The Silent Season of the Hero. Het is het seizoen om terug te kijken maar vooral vooruit. Want daar liggen de onvervulde dromen en verlangens.
Wout van Aert gaf een lang interview aan Sam de Voogt van NRC. Het ging over de val in maart en ook over de val in september in de Vuelta, waarin hij dacht de oude Wout van Aert weer te pakken te hebben, de alleskunner voor wie geen zege te hoog gegrepen was. Behalve met een diepe vleeswond aan zijn knie.
Sommige mensen menen dat de val niet thuishoort in het wielrennen, dat hij moet worden uitgebannen. Ze hebben gelijk, maar tegelijkertijd ook het grootste ongelijk van de wereld. Je kunt het ongeluk niet weren uit de sport, want daarmee zou ook het toeval verdwijnen, de botte pech, het moment van onachtzaamheid, de onmogelijke wederopstanding: alles wat sport nou juist zo leuk maakt. De wedstrijden zouden verworden tot een steriele meting van beheersbare krachten. Dat is wat sponsors en ploegleiders graag zouden zien, maar wij liefhebbers niet.
Als Wout van Aert over veertien weken Parijs-Roubaix wint, zal die zege worden getekend door het onheil dat hem trof in het afgelopen seizoen. Geen mooiere overwinning dan de zege die volgt op een smartelijke opeenstapeling van pech en ongeluk.
Wout weet dat hij nog veertien weken overeind moet blijven – en dan nog één dag. In de NRC had hij het over alle pech die hem en zijn ploeg in 2024 had getroffen. Hier kreeg het gesprek alle kenmerken van een gebed, een smeekbede om bescherming: niet weer, in godsnaam.
‘We zijn nu als team aan het bekijken of we daar wat aan kunnen doen’, zei Wout: de rationele methode, los van beschermengelen, pechduiveltjes en wees-gegroetjes voor de start. Op de vraag van de interviewer wat dan, ging hij liever niet in.
Het is ook moeilijk iets zinvols te zeggen over pogingen het noodlot uit te schakelen. Je kunt alle data van de wereld in de strijd gooien, maar een kiezelsteentje in een bocht ontbreekt in de modellen.
Na elke val neemt bij de coureur het geloof in de eigen onkwetsbaarheid af. Uit het gesprek maakte ik op dat Wout van Aert aan zijn tax zit wat betreft de hoeveelheid tegenslag die hij nog kan verdragen. Hij is het eeuwige revalideren spuugzat. Nog één harde smak en hij voegt zich bij de illusielozen.
Dat gun je niemand, zeker de sympathieke Wout niet. Dus mocht ik de komende maanden bij de Madonna del Ghisallo belanden, bij de Notre Dame des Cyclistes of het kapelletje van Horebeke, dan steek ik een extra dikke kaars voor hem op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns