Home

In Damascus, bijna een maand na het vertrek van Assad: ‘Het is geen chaotische vertoning’

Nu dictator Bashar al-Assad is vertrokken, ligt de toekomst van Syrië open. Ana van Es was jarenlang correspondent in het Midden-Oosten, maar kan nu voor het eerst vrij rondkijken in Damascus. ‘Eindelijk kunnen we zien wat er al die jaren is gebeurd.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie, natuur en milieu.

Dag Ana, je bent nu ongeveer een week in Damascus. Hoe is het daar?

‘Heel interessant en spannend. Het is een kleine vier weken geleden dat de machtsovername door de rebellen plaatsvond in Syrië. Daar zijn veel Syriërs nog steeds helemaal euforisch over. Eindelijk kunnen ze ademen, zo beschrijven ze het gevoel dat ze hebben.

‘Tegelijkertijd merk je bij de bevolking ook spanning over wat er nu gaat gebeuren, onder de nieuwe rebellenregering. Vooral voor de alawieten, de religieuze groepering waartoe Assad ook behoorde, zijn de veranderingen enorm. Ze zijn vaak hun baan kwijt, want veel alawieten werkten voor de overheid.’

Het is voor jou niet de eerste keer dat je in Damascus bent. Wat valt je op in de stad?

‘Klopt, ik was er voor het laatst in 2017, toen Assad nog volop aan de macht was. De stad was toen een grote Assad-decoratie. Overal zag je portretten. Die afbeeldingen zijn in recordtempo verwijderd. In plaats daarvan zie je aanplakbiljetten van vermisten. Dan gaat het niet om tientallen of honderden, maar om duizenden mensen.

‘Verder is het ontzettend druk in de stad. Voor het eerst in jaren kunnen mensen uit de provincie Idlib, die al langer in de handen was van de rebellen, hiernaartoe reizen. En dat doen ze, voor familiebezoek of om gewoon te gaan kijken.

‘Wat ook opvalt, zijn de vele jihadistisch ogende strijders. De mannen met lang haar en een lange baard. Heel gechargeerd gezegd: ze lijken wel van Islamitische Staat (IS). Zij zijn duidelijk superhip. Jonge meiden vinden het heel gaaf om met die mannen op de foto te gaan. Al zijn ook veel mensen bang voor hen.’

Je komt net terug uit Al-Qutayfah, een stadje ten noorden van Damascus waar een massagraf is gevonden. Waarom wilde je daar naartoe?

‘Dit massagraf is groot in het nieuws geweest. Ook de Volkskrant berichtte erover: er zouden 100 duizend mensen zijn begraven. Als je wilt begrijpen wat het bewind van Assad inhield, dan is dit een belangrijke plek. En je kunt er nu naartoe. Dat is absoluut niet vanzelfsprekend voor Syrië.

‘Toen ik eerder als correspondent in Damascus was, lukte het bijna niet hier te werken. Ik kreeg een minder mee, een soort oppas vanuit de overheid. Die volgde je bij alles wat je deed. Al heel snel kregen de fotograaf en ik gedoe met de inlichtingendiensten. We mochten het hotel niet uit en later werd ons te verstaan gegeven dat we uit het land moesten vertrekken.

‘Nu kun je eindelijk veel meer zien. Maar je merkt dat de grote openheid van de eerste dagen na de val van Assad alweer wat minder wordt. Ik moest langs het ministerie van Informatie om toestemming te krijgen.

‘Met het verleden dat Syrië heeft, kun je er niet zeker van zijn dat journalisten altijd vrije toegang blijven houden. Daarom vind ik dat je er als krant nu alles uit moet halen.’

Wat trof je aan bij het massagraf?

‘Ik heb twee ooggetuigen gesproken die betrokken zijn geweest bij de begrafenissen. Al pratende met hen, en kijkend naar de plek, lijkt het totaal niet mogelijk dat daar 100 duizend mensen liggen. Met enige zekerheid kun je zeggen dat er 100 tot 150 mensen zijn begraven. Mogelijk zijn het er duizenden. Nog steeds heel erg natuurlijk, voor de mensen om wie het gaat.

‘Mijn gesprekspartners vertelden dat er een verschil was tussen de lijken van overdag en de lijken van ’s nachts. De lijken van overdag kwamen uit ziekenhuizen. Het ging waarschijnlijk om mensen die waren gedood in de oorlog die gaande was tussen het leger van Assad en de rebellen.

‘De lijken van ’s nachts hadden geen naam, alleen een nummer. Zij vertoonden sporen van marteling. Vermoedelijk zijn die lijken vanuit gevangenissen naar Al-Qutayfah gebracht.’

Wat is jouw inschatting: zijn dit soort gruwelijkheden in Syrië nu definitief voorbij en wordt het een stabiel en vreedzaam land?

‘Dat hoop ik heel erg voor Syrië. Maar het is natuurlijk een lastige vraag. Wat ik wel kan zeggen: er is meer sprake van een regering dan je misschien zou denken. Het is geen chaotische vertoning. De ministeries zijn open, er zijn politieagenten op straat.’

Die politieagenten zijn gewoon naar hun werk blijven gaan, ook na de regimewissel?

‘Nee, zeker niet, er zijn nu agenten uit Idlib. Vaak heel jonge, onervaren mannen. Ik heb er een gesproken, hij is 21 jaar en bewaakt het gerechtsgebouw. Hij is zo vanuit Idlib naar Damascus gekatapulteerd. Hij mist de griesmeelpudding van zijn moeder, vertelde hij.

‘Het is een van de grote vragen: hebben de nieuwe machthebbers de capaciteiten om het land te besturen en de orde te handhaven? Een van de bepalende factoren wordt de economie, denk ik. Is er genoeg geld om de boel draaiende te houden, om overheidspersoneel uit te betalen? Hoe het verder gaat, dat moeten we zien van dag tot dag.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next