‘Druk blijven zetten’, is het advies van de premier aan iedereen die een vuurwerkverbod bepleit. Zo maakt hij zichzelf wel weer erg klein.
Toen GroenLinks en de Partij voor de Dieren enkele jaren geleden een initiatiefwet indienden om een landelijk vuurwerkverbod te regelen, wisten zij zich gesteund door ruim 60 procent van de Nederlanders. Doorgaans resulteert zo’n situatie ook in Kamermeerderheden, maar dat bleek dit keer toch anders te liggen.
Het onafhankelijke Kamerlid Wybren van Haga verwoordde de weerzin op de rechterflank het meest bloemrijk. Hij zag er niets minder dan een strijd om persoonlijke vrijheid in. ‘Wij bepalen zelf wel hoe wij het nieuwe jaar in knallen. Wie heeft er geen mooie herinneringen aan het afsteken van vuurpijlen, terwijl de kinderen sterretjes aansteken en zich vergapen aan de exploderende hemel? Dit wetsvoorstel neemt ons deze vrijheid en dit geluk af, ingediend door partijen die willen dat de staat alles voor ons regelt en ons beschermt tegen alle risico's.’ Een meerderheid bleek dat met hem eens.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Op lokaal niveau besluit de ene na de andere gemeente inmiddels wel tot een lokaal verbod, op dringend verzoek van agenten, brandweerlieden en ambulancemedewerkers die in de nieuwjaarsnacht hun leven niet zeker zijn omdat ze op elk moment vanuit elke hoek kunnen worden belaagd. Tegelijkertijd zitten burgemeesters met de handen in het haar omdat zij de lokale verkoop nou eenmaal niet kunnen verbieden zonder landelijk verkoopverbod. Geen vuurwerk mogen afsteken maar het wel overal kunnen kopen: halfslachtiger wordt het niet.
Een verbod zal heus niet meteen leiden tot een rustige nieuwjaarsnacht. Voor de verstokte liefhebbers zijn de winkels in België en Duitsland dichtbij. Maar de meeste mensen zullen hun gedrag toch aanpassen. Dat is immers al eens gebleken. De jaarwisseling van 2020-2021 kende een tijdelijk verbod vanwege de coronacrisis en was veruit de kalmste sinds mensenheugenis. Mensen waren gewoon op straat en wensten elkaar het beste, maar de sfeer was gemoedelijker. Er werd minder vuurwerk afgestoken, de overlastmeldingen namen af, het aantal incidenten lag lager en de ziekenhuizen en huisartsenposten hadden minder te doen. Het Oogziekenhuis in Rotterdam sprak van de rustigste nieuwjaarsnacht in vele decennia. Maar kabinet en Kamer pakten daarna niet door.
Er zijn ook geen tekenen dat dat snel verandert. Alle regeringspartijen zijn tegen een verbod. Hoewel: op oudjaarsdag bezocht premier Schoof het Oogziekenhuis, waar hij de vraag kreeg hoe een verbod toch op de politieke agenda kan komen. ‘Druk blijven zetten’, raadde hij de artsen aan. ‘Het is aan het parlement.’
Daarmee maakte hij zijn eigen rol op het Binnenhof wel weer erg klein. Hij zou, bijvoorbeeld, ook eens kunnen beginnen met het voorlezen van het Hoofdlijnenakkoord in de ministerraad – dat akkoord dus dat door de meeste bewindslieden doorgaans wordt behandeld als een heilig geschrift. De regeringspartijen verklaren daarin plechtig hun liefde aan alle agenten, boa’s en brandweermensen. ‘Wij zijn iedereen die ons veilig houdt veel dank verschuldigd en we zullen alle hoeders van onze democratische rechtsstaat steunen en achter hen gaan staan.’
Maar dat zal wel weer zo’n passage uit het akkoord zijn die bij nadere bestudering vooral symbolisch bedoeld blijkt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant