Iedere maand geeft de opinieredactie een nieuwe gastcolumnist het podium. We nodigden de lichting van 2024 nog één keer uit en vroegen: welk conflict maakte indruk? En lukte het – of gaat het nog lukken – om dat conflict op te lossen, zodat het misschien louterend werkt?
‘Rot op naar je eigen land, vieze Turk!’ Dit omdat ik mijn mening geef over een onderwerp zoals het verbieden van vuurwerk tijdens Oud en Nieuw. Dan hebben de nationalisten het idee dat een Turk hun normen, waarden en tradities tart. Het feit dat ik geboren ben achter metrostation Coolhaven in Rotterdam maakt hen niet uit. De nationalisten zien mij als een Turk. Sterker nog, dit wordt aangezet door de Nederlandse politiek want die gooit Turken en Marokkanen op een hoop en suggereert dat er een integratieprobleem is. Dit is doemdenken, en bevolkingsgroepen wegzetten en demoniseren.
De Nederlandse politiek is in conflict met de Turken en de Marokkanen. Er zou een integratieprobleem zijn en bovendien vinden ze dat Turken en Marokkanen op elkaar lijken omdat beide groepen islamitisch zijn. Er is geen integratieprobleem, maar een hiërarchieprobleem. Mensen gaan er nog steeds vanuit dat mensen met roots in zogeheten niet-westerse culturen hier te gast zijn. Het terugsturen van biculturele mensen naar het land van hun (groot)ouders, dat is toch een dreigement? Wat doet de oppositie? Die is muisstil. Er is geen massale verontwaardiging te zien.
René Girard heeft het in zijn mimetische theorie over het zondebokmechanisme en dit doet me denken aan de Nederlandse politiek. Die heeft het idee dat zij de niet-westerse biculturele mensen moeten analyseren en monitoren, alsof ze dieren zijn.
Wellicht is het een idee als de politiek de Turken en Marokkanen ziet als onderdeel van de samenleving. Biculturele mensen hebben geen experimenten nodig, zij hebben nodig dat zij ertoe doen. Inmiddels zijn, door de immigratie van Turken en Marokkanen, hier voetballers, schrijvers, acteurs, en grote ondernemers opgestaan. Een klein detail is dat zij hier geboren zijn. Behandel hen als vrienden en niet als vijanden.
Yesim Candan is publicist en columnist
Over dit artikel
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
We vechten niet langer om de waarheid, maar om gelijk. Waarheid is zwaar, log, traag. Gelijk is licht als een veertje; een flitsende hashtag, een glanzende pixel. Het gaat niet om wat waar is, maar om wat waar voelt. We voeren een eindeloze strijd in echokamers vol bevestiging, gevangen in de akoestiek van ons eigen gelijk.
Ondertussen brandt de wereld. Letterlijk. De lucht zindert, oceanen koken, dieren verdwijnen. Maar wie kijkt daarnaar, als er een nieuwe TikTok-trend viral gaat? Waarom je druk maken om smeltende ijskappen als je op X kunt meedoen aan de zoveelste online ruzie? Het digitale theater draait op volle toeren, met elke dag een nieuwe voorstelling, elke controverse een nieuw drama. En wij, het publiek, juichen, huilen, klikken – maar staan nooit op uit onze stoelen.
Deze verdrekking – de sloop van betekenis, de verkleutering van complexiteit – erodeert de fundering van onze democratie. Technologie, ooit de belofte van vooruitgang, voedt ons nu met ‘AI slop’: oppervlakkige, algoritmisch gegenereerde prut die ons amuseert, verblindt en lamlegt. Zoals Neil Postman waarschuwde in Amusing Ourselves to Death: we verliezen ons niet in tirannie, maar in trivialiteit. We worden niet onderdrukt door geweld, maar door een eindeloze stroom gemanipuleerde verhalen die precies passen bij ons wereldbeeld – illusies verpakt als waarheid.
Wilders creëert een ‘migratiecrisis’ met AI-gegenereerde beelden, die drijft op emoties, niet op feiten. Trump spint alternatieve waarheden die miljoenen verleiden, niet omdat ze kloppen, maar omdat ze schitteren. Dit is geen politiek meer, dit is theater. Het gevaar? Dat deze kunstmatige werkelijkheden ons niet alleen verdelen, maar ons ook uitleveren aan machtsstructuren die ons blijven voeden met precies dat wat we willen horen.
Democratie heeft een gedeelde werkelijkheid nodig. Maar wat gebeurt er als AI die werkelijkheid in stukken breekt, vervangt door een illusie, en ons vervolgens opsluit in het comfort van onze eigen fantasie? De waarheid verliest haar vaste vorm en word een kneedbaar instrument, gevormd door degene die haar het luidste roeptoetert. Macht ligt niet langer bij wat waar is, maar wie bepaalt wat gedeeld wordt.
Het conflict van onze tijd gaat niet tussen links en rechts, maar tussen ons en de realiteit. En ik vraag me af: wat gebeurt er als het doek valt en het applaus verstomt? Wat blijft er dan nog over – behalve stilte en een wereld die we al te lang hebben genegeerd?
Sander Duivestein werkt voor het Verkenningsinstituut Nieuwe Technologie van Sogeti. Hij schreef in 2021 het boek Echt Nep
Ik pak mijn telefoon om te ontsnappen aan de waan van de maand december. Het algoritme schotelt mij de toespraak van onze nieuwe secretaris-generaal van de Navo voor. Het is een vertrouwd beeld van een man die ons nog niet eens zo lang geleden bemoedigend toesprak vanuit zijn Torentje. Een man die ik bovenal, soms tot vervelens toe, ken als joviaal en relativerend.
Deze versie 2.0 van Mark Rutte spreekt een voor mij onbekende taal. Over mentaal en financieel voorbereiden op oorlog. Over het belang van het opschroeven van het defensiebudget. Over het aanmoedigen van banken en pensioenfondsen om te investeren in de defensie-industrie.
In de dagen erna voelen sommigen de noodzaak om er nog een schepje bovenop te doen. Cash geld moeten we in huis hebben voor het geval ons betalingsverkeer stil komt te liggen door een cyberaanval. Nederlanders geven massaal gehoor aan deze oproep waardoor de betaalautomaten leeg zijn wanneer ik geld wil pinnen. Beschaamd vertel ik onze Oekraïense poets, die al vele jaren bij ons komt, dat ik haar niet kan betalen. Ze reageert begripvol. Zij haalde twee jaar geleden halsoverkop haar kinderen naar Nederland. Ze weet als geen ander hoe oorlog, van de een op de andere dag, een realiteit kan zijn. Ik ben een Nederlands kind van de jaren tachtig en heb géén idee.
Ik weet geen raad met mijn angst. Wel neem ik me voor deze gevoelens niet te laten zien aan mijn kinderen. We gaan naar de Intratuin, op jacht naar een kitscherig kersthuisje, en ’s middags kijk ik met hen een Disneyfilm. Ik zing ‘hier in de zee, jippiejajee’ uit volle borst mee. Ik ontsnap aan de realiteit door op te gaan in hun wereld. Dat doe ik vast niet goed, maar ik weet even niet hoe het anders moet.
Kim Fairley is econoom aan de Radboud Universiteit. Als gedragseconoom past ze inzichten uit experimentele onderzoeken toe op maatschappelijke thema’s als onderwijs, gezondheid en persoonlijke financiering.
Soms voelt het alsof mijn hart op twee plaatsen tegelijk is. Hier, in mijn bevoorrechte leven, waarin mijn grootste zorgen vaak triviaal zijn. En daar, in een wereld die brandt, door oorlog, onrecht en discriminatie. Een schuldgevoel kruipt omhoog, een schaamte voor mijn privileges. De oneerlijke verdeling steekt me. Ik herken in mezelf een innerlijk conflict dat voortkomt uit de Nederlandse hang naar individualisme, denk ik. Er heerst een sterk geloof dat je je eigen geluk kunt maken en dat succes een kwestie is van keuzes en doorzettingsvermogen.
Natuurlijk zit daar een kern van waarheid in. Met toewijding kan ik dromen najagen en veel bereiken. Maar sommige zaken zijn groter dan ik. Die liggen buiten mijn cirkel van invloed. Dat besef botst dan met mijn verlangen om grote wereldproblemen op te lossen. Daar ben ik te klein voor. Wat kan ik als individu eigenlijk uitrichten? Ik kan doneren, protesteren, mezelf uitspreken, maar dat voelt als druppels op een gloeiende plaat.
Ik probeer dat individualisme met een korreltje zout te nemen. Niemand leeft in een vacuüm; we zijn verweven met elkaar, ons verleden en met de wereld om ons heen. In die verbondenheid zit kracht. Ook met kleine en bewuste handelingen draag ik iets bij.
Ik kan het leed van de wereld niet oplossen en niet in mijn eentje dragen. De spanning tussen onmacht en betrokkenheid blijft knagen. Maar misschien is dat juist de uitnodiging: om niet weg te kijken, maar iets te doen. Met compassie, een vriendelijk gebaar, een zorgzame keuze. Hiermee kun je niet de wereld redden, maar bijdragen, al is het maar een beetje, aan een wereld die zichzelf opnieuw vindt.
Bernice Franssen is beleidsadviseur bij Reable Nederland en oprichter van Mantelzorg&Jij
Vlak voor kerst woonde ik een bijeenkomst bij met gedupeerden van de toeslagenaffaire. Hun verhalen grepen me aan: de blijvende onveiligheid, het schrijnende onrecht, maar ook hun ongelooflijke veerkracht, creativiteit en vastberadenheid. En respect voor prinses Laurentien, die hen bij elkaar brengt en onvermoeibaar blijft strijden voor gerechtigheid, ondanks de kritiek. Fan van het Koningshuis? Zeker niet. Maar dit soort inzet? Graag meer van dat.
Wat mij afgelopen jaar ook diep raakte, was een conflict met de bewindvoerder van mijn moeder. Hij bleef zijn onschuld volhouden, ondanks de duidelijke diefstal. Tot overmaat van ramp weigerde het Openbaar Ministerie de zaak op te pakken omdat het schadebedrag ‘te laag’ was. Toch besloten we met veel moed ons verhaal naar buiten te brengen, wat leidde tot de onthulling van een tweede fraudezaak. De steun die daarop volgde, gaf kracht. Ik leerde dat de weg naar een toegankelijke rechtsstaat per woonplaats kan verschillen, maar de uitkomst dat zeker niet zou mogen.
Kijk naar Gisèle Pelicot: zij besloot de rechtszaak openbaar te voeren, iets wat in Frankrijk niet gebruikelijk is, en haar verhaal publiekelijk te delen. Het was een daad die verder ging dan haar eigen strijd; het was voor de talloze vrouwen die de last dragen van seksueel misbruik en hun stem niet kunnen of durven laten horen. Met haar krachtige boodschap maakte ze duidelijk dat niet zij, maar de mannen die haar dit aandeden, degene waren die zich zouden moeten schamen.
Iedereen maakt een conflict mee: een klein meningsverschil of groot, dichtbij of ver weg. Conflicten intrigeren, overrompelen, verscheuren. Ze kunnen je diep raken, slapeloze nachten bezorgen of je leven compleet veranderen. Voor sommigen zijn ze fataal, voor anderen een bron van eindeloze fascinatie.
Wat nodig is? Inlevingsvermogen, moed en onverzettelijkheid. En emotie – die is allesbehalve irrationeel. Het legt juist bloot wat er werkelijk toe doet.
Charisma Hehakaya is universitair docent op het Julius Centrum van het UMC Utrecht en oprichter van het Eerste Generatie Fonds
Ieder conflict kent een beslissend moment: blijf ik, of loop ik weg? Ga ik de strijd aan met de ander en verdedig ik mijn positie, zelfs tegen argumenten die ik beneden peil vind? Of trek ik me terug?
Wie conflicten mijdt, kiest voor vrede (en gemak). Maar op de lange termijn is conflict niet wat mensen verdeelt, maar iets wat ze mogelijk samenbrengt. De Duitse filosoof Svenja Flasspöhler pleit daarom vóór het aangaan van conflicten: van familieruzies aan de keukentafel tot politieke debatten en pennenstrijd op de opiniepagina’s. Want doordachte tegenspraak is een belangrijke vorm van erkenning.
Flasspöhler vergelijkt een constructief conflict met de krachtmeting van een sportwedstrijd. Het is een botsing van perspectieven: je wilt je tegenstander niet vernietigen maar overtuigen. Een dergelijk conflict brengt iets veel waardevollers dan eventuele winst: het dwingt tot zorgvuldig formuleren en het blootleggen van je eigen standpunten. Je zal moeten nadenken, bereid zijn om van je tegenstander te leren.
Sociale media maken dit moeilijker dan voorheen. Ze duwen ons in de dynamiek van het gekissebis tussen romantische partners: ‘Jij… altijd…!’ We blijven hangen in slepende kleinigheden die we almaar uitvergroten tot we er zelf moe van worden. Wie zich hult in het pantser van het eigen gelijk, hoeft de eigen inhoud immers niet aan te scherpen; de ander op honende toon citeren volstaat.
Voor constructieve conflicten is een publiek debat noodzakelijk waarin kennis en nuance de boventoon voeren, niet geofferd worden op het altaar van clicks en toegankelijkheid. We staan nog in de ring. Misschien uit trots, baldadigheid of razernij. Maar ook in de stille hoop dat we elkaar in het midden kunnen treffen. ‘Want waar het geoorloofd moet zijn om te redetwisten, moet er hoop zijn om tot overeenstemming te komen’, schreef Kant. Laat ons die hoop behouden.
Lotte Houwink ten Cate is historicus en promoveerde aan Columbia University in New York op de tweede feministische golf. Ze publiceerde in 2024 het boek De mythe van het gezin.
Bij de conferentie van München in 1938 werd door Engeland, Italië en Frankrijk een verdrag met Duitsland gesloten op basis waarvan Duitsland zich een deel van Tsjechoslowakije mocht toe-eigenen. Het was een vorm van ‘appeasement politiek’, waarbij de eisen van agressor Duitsland werden ingewilligd om een oorlog te voorkomen.
In de afgelopen weken kwam de kans op een oorlog ineens weer naar boven. Zowel Navochef Mark Rutte, als minister van Defensie Ruben Brekelmans waarschuwde dat we ons daarop moeten voorbereiden. Deze waarschuwingen van bleven niet onopgemerkt. Zo adviseerden de banken om voldoende cash in huis te halen en vlogen de noodpakketten de winkels uit. Op advies van de Rijksoverheid staan in menig huishouden de pakken rijst inmiddels hoog opgestapeld, samen met een fluitje, zodat je de hulpdiensten kan laten weten waar je bent.
Brekelmans stelde ook dat Europa, vóór de benoeming van Trump op 20 januari, het voortouw moet nemen in onderhandelingen over vrede in Oekraïne, om te voorkomen dat Trump en Poetin samen over de ‘veiligheidsarchitectuur’ van Europa besluiten. Het is zorgwekkend dat Europa steeds Trump nodig heeft om in actie te komen. Daar komt bij dat deskundigen van mening zijn dat Rusland binnen afzienbare tijd in grote financiële problemen komt als gevolg van de hoge inflatie, aangewakkerd door de oorlogseconomie. De roep om onderhandelingen komt volgens hen op een slecht moment en zij pleiten ervoor dat Europa juist nu zijn poot stijf houdt.
Bij thuiskomst uit München werd de Engelse premier Neville Chamberlain in 1938 enthousiast onthaald. Hij noemde het verdrag ‘peace for our time’. Nog geen jaar later vielen de Duitsers Polen binnen. Laat dat een les zijn voor onze Europese leiders. In dat licht bezien is het misschien niet zo gek als Trump bij de vredesonderhandelingen toch even over hun schouders meekijkt.
Mike Jansen is advocaat in Amsterdam en betrokken lid van de VVD.
Dit kabinet lijkt in oorlog met Nederland. Regeringspartijen lijken te fantaseren over het amputeren van delen van Nederland, in figuurlijke zin dan. Welke delen van Nederland moeten weg? Allereerst lijkt premier Dick Schoof af te willen van het internationaal recht, waar Nederland graag op prat gaat.
Regeringspartijen bieden immers Israël onvoorwaardelijke steun terwijl deze ‘bevriende natie’, volgens een onlangs verschenen onderzoek van Amnesty International, genocide pleegt op Palestijnen. Nederland gaat van ‘dat nooit meer’ naar ‘alweer’ en ‘nog steeds’, zoals Mounir Samuel zegt. Bovendien ging onze geblondeerde schaduwpremier op bezoek bij Benjamin Netanyahu, nadat het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel uitvaardigde tegen de Israëlische premier.
Het bezoek was een dikke middelvinger. Naar het internationaal recht. Naar de Nederlandse Grondwet (artikel 90). En naar het overgrote deel van de Nederlanders dat een staakt-het-vuren steunt. Waarom staat Nederland niet pal achter de internationale rechtsorde? Ik hoor Schoof al stamelen: ‘Eh… dat vind ik een moeilijke vraag.’
Regeringspartijen willen bovendien af van Nederlanders van kleur. Schaduwpremier Wilders (PVV) droomt al jaren van het ‘afpakken’ van de Nederlandse nationaliteit (bij dubbel paspoort). Veelzeggend was ook de motie-Becker (VVD) over het monitoren van onze ‘normen en waarden’. Ze zeggen feitelijk: ‘Gedraag je zo wit mogelijk, dan mag je blijven.’ Racistisch? Ja, maar ook hypocriet. Immers, vooral witte VVD-ers zijn notoire overtreders van bestuurlijke integriteitsnormen. En dat juist hoogopgeleide witte Nederlanders het slechtst zijn geïntegreerd – zoals socioloog Maurice Crul illustreert – is te ironisch om niet waar te zijn.
Hoe kan een kabinet een land besturen dat het zo haat? Welnu, met amputaties. Ook van het hoger onderwijs, kunst en klimaat. Maar gelukkig is Nederland zoveel meer dan het kabinet-Schoof. Er is verzet als nooit tevoren. Wellicht leidt dat tot het ‘afzetten’– een synoniem voor amputeren – van deze verwarde regering. Want als Nederland zichzelf niet steeds wil tegenkomen, moet het vaker in de spiegel kijken.
Shivant Jhagroe is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van Universiteit Leiden
Sociale media brachten ooit vrienden, familie, bekenden en onbekenden bij elkaar. Maar naarmate deze platforms groeiden, groeide ook hun winstdrang. En wat blijkt: mensen met elkaar in contact brengen en constructieve, genuanceerde gesprekken faciliteren is helemaal niet zo winstgevend.
Winstgevender is om mensen algoritmisch af te sluiten van de realiteit en samenleving en ze op te sluiten in een eindeloze stroom ‘breinrot’-veroorzakende ‘stories’, waardoor ze in een diepe, langdurige roes en, in zekere zin, bewusteloos raken. Of om mensen juist uit elkaar te drijven met algoritmische provocaties door ze het idee te geven dat de wereld in brand staat – terwijl statistieken over veelbesproken onderwerpen juist een tegenovergesteld beeld laten zien.
En zo werden ‘sociale’ media narcotische en hyperactieve ophitsende aandachtsmarktplaatsen op steroïden met winstmaximaliserende algoritmen, ontworpen om onze ogen aan het smartphonescherm gekluisterd te houden. Terwijl we, zonder het direct door te hebben, in de echte wereld steeds verder van elkaar af komen te staan en in een constante staat van conflict met anderen én onszelf raken.
Om het onkruid dat aan de fundamenten van onze samenleving knaagt te bestrijden, is een verbod op sociale media voor kinderen tot 16 jaar, of regulering van grote techbedrijven – die daar behendig en moeiteloos omheen manoeuvreren – niet voldoende. Er rest maar één oplossing: het onkruid verdelgen.
We moeten als samenleving een duidelijke grens stellen tussen technologie die ons dient, en technologie die ons verdeelt en verzwakt. Zodat winstbeluste algoritmen niet de controle krijgen over wat we zien, horen, denken en als samenleving belangrijk vinden, maar wij. Zodat we – samen en met oog en respect voor al onze verschillen – weer zelf onze toekomst kunnen vormgeven. En dat betekent: de winstgedreven aandachtstrekkende algoritmen van conflictfabrieken verbieden.
Danny Mekić is technologiedeskundige en promovendus aan de Universiteit Leiden
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant