Home

Omdat het 1 januari is: een ode aan de heldengelen van de zorg

1, 2 en ook 3 januari zijn dagen waarop je de hoop op plezier, verdere levenlust en ooit nog zon vaak een beetje voelt wegglippen, en daarom hierbij een liefdesbrief aan verpleegkundigen en ander ziekenhuispersoneel. In de schemerzone tussen kerst en oud en nieuw belandde mijn dochter ineens in het ziekenhuis – het is allemaal goedgekomen, echt – en ik lag naast haar, op het kleine extra bedje dat speciaal voor klein uitgevallen ouders is bedoeld.

Midden in de nacht werden we op de kinderafdeling welkom geheten door een verpleegkundige die de naam van mijn dochter noemde en haar begroette, op een afdeling die, op kerstlichtjes na, verduisterd was. De dagen erna kwam een roterend clubje vaste verpleegkundigen steeds langs om dingen te meten, dingen te brengen, dingen aan te sluiten, dingen te checken, dingen te dubbelchecken.

Dan was er nog een ander clubje van cateringpersoneel, dat met smoothies, appelsap en kaasbroodjes binnenkwam, een groep mensen met het talent om na een doorwaakte nacht met eindelijk wat slaap zo zachtjes een ontbijt voor ons beiden neer te zetten dat we er niet wakker van werden. En dan was er het clubje van schoonmakers, mensen die om een hoek kijken, een slapend kind zien en zacht zeggen ‘Ik kom zo nog wel even terug.’

Het is in coronatijd vaak gezegd, maar daarna niet meer zo vaak, maar deze mensen zijn niet alleen helden, maar ook engelen.

Helden worden vaak anders afgebeeld dan engelen, als je het even kunsthistorisch beziet, maar er bestaat een kruising. Je moet gewoon een verpleegkundige in een wit pak, met mondkap en blauw schort voor je zien, op witte klompen of versierde Crocs, of op witte klompen met twee verschillende sokken – echt gezien, oprecht ontroerd.

Zo iemand die ‘Meis’ tegen je zegt of ‘Jij klaagt volgens mij zelfs niet als je een marathon hebt gelopen’, iemand die terwijl je zelf niet kunt opstaan, op de een of andere manier je hele bed in een halve minuut verschoont, iemand die je een compliment over je pyjama geeft terwijl je inmiddels al dagen verwilderd op een kamertje ligt, iemand die je ook kan verzorgen terwijl je slaapt, iemand die, elke keer als je moeder de gang op gaat om de zoveelste vraag te stellen, geruststellend en geduldig opkijkt van achter haar balie en meteen opstaat, ook om 3 uur ’s nachts, vooral om 3 uur ’s nachts.

Als je diegene voor je ziet, dan zie je de heldengel of de engelheld voor je die in de zorg werkt.

Als ik in 2025 weer tegen een hobbel, obstakel of ongewilde marathon aanloop, zal ik aan ze denken, en dan komt de hoop vanzelf wel terug.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next