Home

Er is te weinig aandacht voor de macht van de banken in de zorg

Wanneer we spreken over de financiële machten in de zorg, richten we ons vaak op de usual suspects: zorgverzekeraars met hun strakke contracten, vrijgevestigde medisch specialisten en hun riante salarissen, private-equitybedrijven die winst boven welzijn stellen en politici die balanceren tussen marktwerking en solidariteit. Maar er is een andere, minder zichtbare macht die de koers van onze zorg ingrijpend beïnvloedt: de banken.

Onzichtbaar voor het grote publiek spelen zij een steeds grotere rol in het vormgeven van onze gezondheidszorg. Door leningen te verlenen, of juist niet, sturen ze welke zorgprojecten kunnen slagen en welke zorginstellingen (zoals ziekenhuizen en verpleeghuizen) kunnen blijven voortbestaan. Het zijn dus niet alleen de dokters in witte jassen, maar ook mannen en vrouwen in pak die in hoge mate bepalen hoe, waar en aan wie zorg wordt verleend. Dit mechanisme wordt helder uiteengezet in het proefschrift Money Talks van Tessa van Dijk, waarmee zij onlangs promoveerde aan de Erasmus School of Health Policy & Management. Haar onderzoek schetst een verontrustend beeld van de financialisering van de zorg in de afgelopen jaren.

Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Tot 2006 fungeerden banken vooral als geldschieters voor zorginstellingen. Omdat de overheid garant stond voor leningen die zorginstellingen niet konden terugbetalen, liepen zij weinig risico. Met de invoering van marktwerking veranderde dit. Ziekenhuizen moesten voortaan financieel zelfstandig opereren en werden door banken niet langer beschouwd als maatschappelijke instellingen, maar als commerciële klanten. Dit leidde tot een veranderde houding bij de banken: ze werden kritischer en stelden hogere eisen. Dit heeft, dat moet ook worden gezegd, ertoe geleid dat de bedrijfsvoering in zorginstellingen werd geprofessionaliseerd, maar kent ook een keerzijde.

Een voorbeeld: toen het Gelre-ziekenhuis in 2022 met een miljoenenverlies kampte, plaatsten ING en Rabobank de instelling onder bijzonder beheer. De banken dwongen bezuinigingen af, met de sluiting van de kraamafdeling en de nachtelijke spoedeisende hulp in Zutphen als indirect gevolg. Maar wat op papier misschien een ‘logische’ besparing was, sloeg in de gemeenschap in als een bom. Opvallend genoeg richtte de publieke woede zich vooral op het ziekenhuisbestuur, niet op de banken. Toch waren zij het die achter de schermen aan de touwtjes trokken.

Tessa van Dijk beschrijft in haar proefschrift hoe banken financiële risico’s afwentelen op zorgorganisaties of eisen stellen aan financiële ratio’s (bijvoorbeeld 20-25 procent solvabiliteit en 15 procent eigen vermogen). Dit kan ertoe leiden dat een ziekenhuis, verpleeghuis of ggz-instelling minder ruimte heeft voor investeringen in innovatie, duurzaamheid, renovaties of salarisverhogingen.

De financialisering van de zorg is een sluipend proces waarbij publieke waarden steeds verder naar de achtergrond verdwijnen. Wat daarbij opvalt, is de dubbele standaard die vaak wordt gehanteerd. Private-equitybedrijven worden bekritiseerd om hun nadruk op winst, terwijl banken, die een vergelijkbare of zelfs grotere financiële druk uitoefenen op de zorg, grotendeels buiten schot blijven. Dit terwijl het overgrote deel van de zorg wordt gefinancierd via bancaire leningen en private equity maar een kleine speler is.

Ook bij banken geldt het principe ‘wie betaalt, bepaalt’. Waar het op neerkomt is dat een aanzienlijk deel van onze zorgpremies via rentebetalingen naar banken gaat, zonder dat we ons daar bewust van zijn en zonder dat daar veel maatschappelijke discussie over bestaat. Dat vind ik zorgelijk.

Onlangs kwam het bericht dat Gelre-ziekenhuizen hun financiële situatie in een ongekend tempo hebben weten om te buigen. Voor 2024 wordt een licht positief resultaat verwacht, dat zal doorzetten in 2025. Een financieel gezond Gelre. De cijfers kloppen weer. Maar klopt het zorghart in de regio nog? Dat is de vraag. Of moeten we blij zijn dat er überhaupt nog een ziekenhuis staat?

De vraag is niet óf banken een rol mogen spelen in de zorg, dat doen ze al. Het punt is dat hun invloed onvoldoende in balans wordt gebracht met publieke belangen. Beleidsmakers zouden hierop moeten ingrijpen: zorg voor meer transparantie, stel grenzen aan de financiële eisen en onderzoek alternatieven voor bankfinanciering. Zonder maatregelen zal de grip van banken op de zorg alleen maar verder gaan toenemen, met als risico dat de kernwaarden van onze gezondheidszorg, toegankelijkheid, kwaliteit en solidariteit, steeds meer onder druk komen te staan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next