Home

Nul twijfel, nul spijt: de shoot-out én het vingertje van Duco Telgenkamp

Bekaf van alle hectiek stapte Telgenkamp een dag na alle olympische verplichtingen in het vliegtuig. De eindbestemming? Bonaire. "Ja, misschien niet heel verstandig. Maar wist ik veel", zegt hij, op het hockeycomplex van Kampong in Utrecht.

De 22-jarige Telgenkamp was nog geen dag uit het vliegtuig toen hij op het Nederlandse eiland in zijn zwembroek over het strand flaneerde. Op weg van het strandbed naar de bar werd hij plots nageroepen. "Hé boefie, ben jij dat?"

"Toen dacht ik al: oh nee, daar gáán we weer. Iemand die het niet leuk vindt, of zo", vertelt hij in het clubhuis van landskampioen Kampong. "Uiteindelijk bleek het een geweldige kerel. Hij had het gevolgd en vond het allemaal prachtig."

"Daar gáán we weer", zeg je. Heb je veel negatieve reacties gehad?

"Eigenlijk juist niet. Ik ben niemand tegengekomen die echt negatief was. Af en toe een bijdehante opmerking, maar daar vind ik niet zoveel van. Ik vind het juist leuk als mensen hun mening geven. Ik houd niet van een grijze muis die alles voor zich houdt."

Online was dat anders en kreeg je veel berichten, vooral uit Duitsland. Het was waarschijnlijk de eerste keer dat je de negatieve kant van sociale media ervoer.

"In deze hoedanigheid, zeker. Ik kreeg echt van alles binnen. Mensen voelen daar minder een drempel om wat te zeggen. Aan de andere kant: het zijn maar een aantal letters op je telefoon. Als je het wegschuift, is het ook weer weg. Zo zie ik het."

Bij je club Kampong speel je nu vaak voor maximaal een paar honderd mensen en er wordt niet meer continu over je geschreven.

"Daar kon ik me op voorbereiden. Het was andersom voor mij vooral een struggle: van spelen voor een paar honderd mensen in de competitie naar in Parijs spelen voor twintigduizend toeschouwers, miljoenen kijkers thuis én alle media-aandacht."

"Dat verschil is enorm. Ik ging bij wijze van spreken in één keer van een doodnormale student naar dát podium."

Waarom was dat zo lastig?

"In het olympisch dorp had ik na een periode met selectiestress en vrees voor blessures echt zo'n gevoel van: ik ben er eindelijk. Ik was zó euforisch. Ik had ook drie weken feest kunnen vieren. Alsof ik op een vriendenvakantie was."

"In het dorp kon alles: wheelies trekken, biljarten en eten wat je maar wil. Het was daarom echt een mentale puzzel, om gefocust te blijven met al die prikkels en alle media-aandacht. Daar kan je je niet op voorbereiden."

Hoe heb je dat nog wel geprobeerd?

"Ik ben gelukkig best naïef. Dat vind ik een grote kwaliteit van mezelf, als ik dat mag zeggen. Meer mensen zouden naïef moeten zijn. Je moet gewoon ergens inspringen en dan kijk je achteraf wel hoe het was."

Over de winnende shoot-out in de finale vertelde je destijds in Parijs dat je geen enkele spanning voelde. Dat was ook die naïviteit?

"Nee, ik had dat moment gevisualiseerd. Echt al heel lang. Ik had mezelf volledig geprogrammeerd om het op dat moment te doen. Als je het me nu zou vragen, zoals we hier zitten, dan zou ik het niet kunnen."

Hebben we het dan over een periode van dagen, maanden of jaren?

"Maanden. In maart maakte ik in de Euro Hockey League tijdens de halve finale een shoot-out tegen dezelfde keeper. In juni in de Pro League stonden we weer tegenover elkaar en toen miste ik. Nou, hij heel hard juichen, noem het maar op."

"Vanaf dat moment wist ik het: Nederland-Duitsland wordt de finale. Of in ieder geval een duel in de knock-outfase. Toen begon het puzzelen."

Het puzzelen?

"Ja, ik heb mezelf al die tijd de vraag gesteld: oké, als ik daar sta, heb ik dan twijfel? Ik ging net zo lang door tot ik geen twijfel meer had. Twee dagen van tevoren droomde ik precies over elke stap die ik zou nemen en waar de bal het doel in zou gaan. Daar viel ik mee in slaap."

"Die stappen doorliep ik opnieuw, opnieuw en opnieuw. Tot ik op een gegeven moment daar op hét moment sta en ik mezelf dezelfde vraag stel als in die maanden, weken en dagen daarvoor: heb ik twijfel? 'Nee', was het antwoord."

Je voelde geen enkele spanning op het moment dat je op 22-jarige leeftijd de Nederlandse hockeyers het eerste goud sinds 2000 kon bezorgen?

"Nee, echt niet. Als je mij aan de leugendetector had gezet en had gevraagd of er iets in mij was dat dacht dat ik zou missen, dan had ik echt 0,0 twijfel. Ik wist het gewoon. Ze hadden nog een half uur kunnen wachten, of twee keepers in het doel kunnen zetten. Die bal was er sowieso in gegaan."

En toen?

"Tja, dat heeft iedereen gezien. Het was ook vol in beeld. Het is pure ontlading. Niet eens boosheid of agressie. Het is zo'n groot moment en ik heb mezelf zo groot gehouden. Het gaat daarna zo snel. Dan doe je zoiets."

"Hoe het toen gebeurd is, zo ga ik het maar één keer beleven. Achteraf, ik weet het niet... Het was zó veel op dat moment."

Je hebt wel eens gezegd dat je beter wordt door externe factoren, bijvoorbeeld als iemand zegt dat je iets niet kan. De Duitse keeper had voor de wedstrijd gezegd dat jullie bang zouden zijn voor Duitsland.

"Op het moment van die shoot-out dacht ik daar niet per se aan. Maar in de aanloop sloop er daardoor wel nóg minder twijfel in. Ik dacht: oké, het is niet alleen voor mezelf en voor mijn team. Het is ook nog eens zorgen dat hij níét wint."

Vrij snel daarna vertelde je dat je geen spijt had, maar wel je excuses aanbood.

"Zo sta ik er nog steeds in. Ik heb echt 0,0 spijt, maar heb wel mijn excuses aangeboden dat het zo gelopen is. Spijt zou betekenen dat ik het zou willen terugdraaien, maar het is ook niet zo dat hij een zielige vent was die helemaal niks deed. Hij houdt er ook van."

"Bovendien heb ik nu ook hartstikke goed contact met hem. Ik vind hem een megagoede keeper en hij vindt van mij denk ik ook dat ik een goede speler ben. Wij mogen elkaar. Dus als hij er geen last van heeft, waarom hebben andere mensen daar dan wel last van?"

Dat begrijp je niet?

"Nee, totaal niet. Hoe mooi is het dat je zo emotioneel betrokken bij iets bent, dat je het niet meer zakelijk kan zien? Dat wij zo emotioneel betrokken zijn en er dit soort momenten uit voortkomen, vind ik juist prachtig."

"Je wil toch ook niet naar een voetbalwedstrijd kijken waar iedereen het zakelijk ziet en zegt: 'Oh, het maakt me niet uit als ik verlies.' Nee, ik wil passie zien. Bloedende knieën en schrammen op het gezicht. Jankend naar huis als je verliest of extreme blijheid als je wint."

Source: Nu.nl sport

Previous

Next