Het onverantwoord grote, en zelfs illegale overschot op de Nederlandse handelsbalans is niet te danken aan het produceren van speelgoedauto’s of het naaien van goedkope boxershorts. Wat bij de Action of Zeeman ligt, wordt met containers aangevoerd uit Azië, soms met een tussenstop in een Oost-Europees land waar de afkorting cao nog niet bekend is. Dat valt allemaal onder import. Maar uiteindelijk exporteert Nederland zo’n 100 miljard euro meer dan dat het land importeert, terwijl volgens EU-regels slechts 60 miljard (6 procent van het bbp) is toegestaan.
Dat dankt Nederland aan het nationale knuffelbedrijf ASML met zijn chipmachines, maar ook – zo lang het nog duurt – aan Tata met innovatieve staalproducten en de chemie in de Rotterdamse haven. Landbouw mag goed zijn voor slechts 1,4 procent van het bbp, de hele agrosector (inclusief verwerkende bedrijven) is goed voor 6,4 procent van het bbp. En de bijdrage van die sector aan de export (van vooral eieren, kaas en bloemen) is 15 procent.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het zit zogezegd wel goed met de VOC-mentaliteit, waartoe premier Balkenende in 2006 nog een oproep moest doen. Maar het is niet alleen eigen verdienste. Het handelsoverschot heeft heel veel te maken met de muntunie. Hierdoor is de concurrentiepositie van Nederland geflatteerd. De Nederlandse exportsector profiteert zogezegd van de zorgelijke situatie in andere eurozonelanden zoals Italië en Frankrijk. Dat maakt de euro goedkoop.
Als Nederland nog de gulden had gehad, zou het handelsoverschot zorgen voor een koersstijging van de eigen munt. En de lire en franc zouden minder waard worden.
Nederland had in het oude systeem van vaste wisselkoersen binnen Europa de gulden moeten revalueren (in waarde opwaarderen), waardoor het land rijker wordt maar de concurrentiepositie verslechtert. Importen zoals Franse wijn of Italiaanse meubelen worden goedkoper, exporten zoals de machines van ASML en de eieren uit Barneveld duurder. Hierdoor zou de handelsbalans vanzelf weer meer in evenwicht komen.
In een eurozone kan dat niet. De Nederlandse handelsbalans moet in evenwicht worden gebracht door loon- en prijsstijgingen. Hierdoor verslechtert de concurrentiepositie. Het is daarom niet erg dat de inflatie in Nederland hoger is dan in andere eurozonelanden. Het is puur een gevolg van het feit dat de handelsbalans niet meer gladgestreken kan worden door wisselkoersaanpassingen.
Nederland zou de loon- en prijsspiraal moeten omarmen. En niet die proberen terug te brengen door loonmatiging. Dat laatste zou het handelsoverschot verder doen toenemen. Hierbij komt dat de euro nog verder dreigt te verzwakken nu de VS pas op de plaats maken met renteverlagingen en de ECB die doorzet.
Bij grote handelsoverschotten worden de onevenwichtigheden in de wereldeconomie vergroot. De overschotten in het ene land leiden tot dramatische tekorten in andere landen. Uiteindelijk is de wereldhandel een nulsomspel.
Internationale solidariteit is een mooie kerstgedachte. Hierbij past een klein overschot, maar geen onverantwoordelijk groot overschot zoals in het geval van Nederland. Helaas overheersen nationalisme en individualisering. Solidariteit is een vies woord.
En daarbij passen onverantwoord hoge overschotten waar geen haan naar kraait.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns