Home

Hoeveel wenste ik uit te geven aan de luidsprekers, vroeg zwaaivriend. We keken elkaar aan, een staredown

Sinds dag één heb ik in Breda een vast hifizaakje. Klinkt ingeburgerd, maar ik zou niet te vroeg juichen. Vluchtelingen raad ik het zelfs af. Ga nou niet meteen Ter Apel in, op zoek naar een hifizaakje. Voor je het weet doe je hetzelfde als ik, namelijk de kerel die het ding drijft de indruk geven dat je een grote vis bent, die alleen nog maar op het droge hoeft te worden gezwaaid.

Dat zwaaien bedoel ik letterlijk. Als ik naar de Albert Heijn loop, passeer ik de glazen pui van bedoelde winkel, en alsof alle zeventien porseleinen duivels van Nick Cave ermee spelen, maken de eigenaar en ik vrijwel altijd oogcontact, en – dit is het ergste – zwaaien dan naar elkaar.

Even terzijde, die Cave-duiveltjes, ze stonden vorige week in de krant, daar zou ik er wel eentje van willen hebben, zeg. Voor op de cd-speler. Liefst het rouwende exemplaar, Devil in Remorse heet hij. Gehuld in een stemmig zwart pak zit hij op een rotsblokje te huilen. Dat kan alleen maar vrede op aarde betekenen, en de val van het kabinet, plus Wilders op twee zetels in de peilingen. Vooral het laatste is voor zo’n duivel natuurlijk de druppel, haha.

Maar goed, ik liep de eerste dag in Breda, alweer anderhalf jaar geleden, de buurt te verkennen, toen ik het hifizaakje zag en opgewonden naar binnen stapte. Bij verhuizen horen nieuwe spullen, een wasmand, een wc-borstel en eigenlijk ook een stereo-installatie. Via een gecompliceerde, duistere redenatie had ik er eentje ‘nodig’. In Noord stond de woonstee los, waardoor ik tot diep in de nacht hard muziek kon draaien, wat ik vaak en graag deed, in Breda kregen we buren. Ik had ze dus, ergo, pas een dag, toen ik het hifizaakje binnenstapte.

De muziek, legde ik de eigenaar uit, zou voortaan zachter moeten staan, vanwege genoemde buren, maar juist daarom, had ik bedacht, zou ik een veel betere installatie nodig hebben, om bij die toekomstige, beschaafdere decibellen alles nog goed te kunnen waarnemen – een paradox.

‘Goed gezien’, zei mijn toekomstige zwaaivriend, ‘hoe zachter de muziek, hoe beter de apparatuur die je nodig hebt. In decibellenland is dat niet alleen een paradox, maar ook een wetmatigheid.’

Ik keek hem lachend aan. Meende hij het nou? Bestond decibellenland al langer, of pas een seconde? En kon een paradox tegelijk een wetmatigheid zijn?

Zwaaivriend had nog wel iets filosofischers op zijn lever. Hoeveel wenste ik uit te geven aan de luidsprekers? We keken elkaar aan, een staredown. Kijk, ik kom al sinds mijn 13de in hifizaakjes. Stel, je betreedt een jaar lang iedere dag de Albert Heijn en koopt één komkommer – ziedaar mijn hifizaakjesverhaal. Wat ik er evenwel van opgestoken heb, is: hoog inzetten als het om de speakers gaat, en altijd: per stuk.

‘Vijftienhonderd’, zei ik tegen zwaaivriend, hem strak aankijkend.

‘Hangen of staan?’

Dat hij niet vroeg ‘per stuk of samen’ nam ik als een groot compliment. Ik voelde me serieus genomen. (Een handig zinnetje, omdat je er nog twee kanten mee uit kunt. Iemand van ons tweeën, zwaaivriend of ik, ging op termijn serieus genomen worden.)

‘Hangen’, zei ik, en vertrouwde hem toe dat ons huis hoog was, wel zes meter. Nu had hij spijt, zag ik, hij had nog veel liever gezegd: ‘In decibellenland geldt, hoe hoger de kamer, hoe beter de apparatuur die je nodig hebt.’ In plaats ervan zei hij: ‘We hebben hele knappe beugeltjes. Zelfde metaal waarvan ze bij Nasa landingsgestellen maken.’

We betraden de peeskamer. (Dit is de ruimte waar je in een tweezitter, zwaaivriend op een poef ernaast, luidsprekers kunt testen.) Vele kwartieren later namen we afscheid – tot zeer spoedig, zei ik.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next