Home

De kortste dag van het jaar is iets om naar uit te kijken (en de rest van de winter trouwens ook)

is chef Boeken bij de Volkskrant.

Omdat ik dat leuk vind, hang ik al een paar jaar ’s ochtends uit mijn raam om de zon op zijn opkomst te betrappen, wat deze week nog helemaal niet meeviel; de bewolking is zo dik dat zelfs het kleinste straaltje er niet doorheen komt en als de lucht al verkleurt, dan hooguit van grauw- naar muisgrijs.

De donkere dagen voor kerst heten niet voor niets de donkere dagen voor kerst; de zon heeft niet alleen moeite door de wolken te breken, maar komt ook steeds korter boven de horizon uit. Op 21 december, de kortste dag van het jaar en de eerste van de winter, staat de zonsopkomst gepland rond kwart voor 9. Om half 5 houdt de zon het alweer voor gezien.

Wilma de Rek is chef Boeken bij de Volkskrant.

Vrienden slaan op de vlucht naar Italië, klauteren de zolder op om de dure daglichtlamp te zoeken die hen door de dreigende winterdepressie moet sleuren, of troosten zich met gedachten aan de stakkers die nog noordelijker wonen, de Finnen en Noren, die in de winter wel massaal naar de aquavit moeten grijpen om zich niet van ellende in een donker fjord te storten.

Maar daar klopt dus niks van! Journalist Karin Sitalsing attendeerde me op het onlangs verschenen boek Over winteren van de Amerikaanse psycholoog Kari Leibowitz. Leibowitz, geboren in New Jersey, was tot tien jaar terug een grote winterhater. Maar toen reisde ze voor onderzoek naar de Universiteit van Tromsø in Noorwegen, 350 kilometer ten noorden van de poolcirkel. In december en januari komt de zon er helemaal niet op.

Leibowitz wilde de psychische gesteldheid van de ongelukkige inwoners van Tromsø in kaart brengen. Dat die veel vaker aan een winterdepressie zouden lijden dan anderen stond voor haar vast, maar ze was benieuwd hoe erg het zou zijn. Haar aannames bleken totaal niet te kloppen. De inwoners van Tromsø beschouwen de winter in het geheel niet als een periode om knarsetandend uit te zitten, schrijft Leibowitz, ze kijken er juist reikhalzend naar uit. Ze vinden het een geweldige tijd van kaarslicht en koselig, het Noorse woord voor gezellig.

Hoe doen die Noren dat? Gewoon: door zich niet tierend tegen donkerte en kou te verzetten maar er soepeltjes in mee te gaan, de ingetogenheid van de winter te waarderen en te koesteren, door rust te nemen. En vooral: door elke dag naar buiten te gaan, weer of geen weer, licht of geen licht. Dus weg die krant of telefoon en áán die jas – komende week gaan de dagen trouwens alweer lengen.
Veldig god jul!

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next