Home

Aan de oekaze van secretaris-generaal Rutte heb ik nog geen gehoor gegeven

Eens in de zoveel tijd waarschuwen de boven ons gestelden voor een oorlog of een terroristische aanval. Burgers worden dan gemaand waakzaam te zijn en de nodige maatregelen te nemen, zoals de aanschaf van een radiootje, een knijpkat of noodpakket vol etenswaren. In meer dan 99 procent van de gevallen breekt er geen oorlog uit en wordt de terreuraanslag onderschept. Niettemin telt een gewaarschuwd mens voor twee.

De waarschuwingen van de overheid zijn van alle tijden, want mensen staan elkaar nu eenmaal naar het leven. De oudste die ik heb meegemaakt, dateert van 1961, toen mijn ouders een dienstenveloppe ontvingen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarin stonden allerlei aanwijzingen wat je moest doen in geval van oorlog, zoals deze: ‘Bij een aanval met atoombommen gaan de kerkklokken luiden, en dan moet u onder de tafel gaan zitten.’ De toen gevierde schrijver Harry Mulisch schreef er een pamflet over, getiteld: Wenken voor de Jongste Dag. Daarin meldt hij dat hij bij het openen van de enveloppe eerst de slappe lach kreeg. Hij vond de adviezen van de overheid bespottelijk en hij was zelfs niet van plan een ijsmuts aan te schaffen, zoals werd aangeraden.

Meer herinnering heb ik aan de waarschuwingen van minister Guusje ter Horst, die ons in 2009 op het hart drukte waxinelichtjes en batterijen in huis te halen. Zorg verder voor een EHBO-doos, plus schaar en zakmes. Nog geen drie jaar geleden gaf de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid ook de raad je computer goed af te sluiten en te beveiligen. ‘Ze’ komen binnen zonder te vragen en zonder dat je het merkt.

Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

En nu heeft Mark Rutte als secretaris-generaal van de Navo de noodklok geluid. ‘It’s time to shift to a wartime mindset’, zei hij in Brussel. Lastig te vertalen – een oorlogstijd-mentaliteit?

Volgens sommigen is het een gotspe dat uitgerekend de man die het zwaarst heeft bezuinigd op de Nederlandse defensie – die onze laatste tanks voor een prikkie heeft verkocht, zodat wij nu voor veel geld nieuwe moeten kopen – ons gaat vertellen dat wij het dagelijkse leven moeten laten bepalen door de gedachte dat de vijand geen grenzen kent en elk moment kan toeslaan.

Om een geheel andere reden keek ik ervan op dat Rutte het tot baas van de Navo heeft gebracht: hij is namelijk vrijgezel. De Amerikanen, conservatief als zij zijn, zagen daar lang een bezwaar in. Bij de Nasa bijvoorbeeld kon je als alleenstaande geen astronaut worden. Het idee erachter was dat een vrijgezelle ruimtereiziger op het thuisfront geen vrouw en kinderen achterlaat jegens wie hij zich verantwoordelijk voelt, en dat hij daarom eerder geneigd zal zijn bij een calamiteit afscheid te nemen van zijn eigen leven en van dat van zijn bemanning. Mogelijk heeft men dat bezwaar laten vallen toen een moeder als astronaut verongelukte en heel het gezin daarvan in treurnis getuige was. In elk geval moet nu iemand zonder nageslacht ons door een gevaarlijk slagveld leiden. Of dat een voordeel of nadeel is, weet ik niet. Als ik aan de strapatsen van Hunter Biden denk, lijkt het mij ook een nadeel.

Na de oproep van Rutte liep het, zo heb ik begrepen, storm bij winkels in overlevingspakketten. Zelf heb ik om een aantal redenen nog geen gehoor gegeven aan de oekaze van de secretaris-generaal. Ten eerste is er volgens mij nog geen reden voor paniek. Het huidige Russische offensief lijkt heel wat – 5 meter per vijftig doden – maar hangt met touwtjes aan elkaar. Mij zou het zeer verbazen als Poetin dit nog lang volhoudt. Zijn grote angst is dat opeens ook zijn regiem ineenstort en dat hij daar, net als andere dictators, een harde prijs voor gaat betalen. Wat mij betreft: even 2025 afwachten. Dan kan het gebeuren, om met de Staatsloterij te spreken.

Bovendien heb ik het meeste al in huis. Uit ervaring weet ik dat mijn computermuis en thermostaat altijd op het ongelukkigste moment uitvallen – bij voorkeur tegen de kerstdagen – en dat ik dus de juiste batterijen in huis moet hebben. Plus een paar lampen. Aan hamsteren van wc-rollen doe ik niet, ik ben überhaupt geen slaaf van de supermarkt. Sinds ik het dieetadvies ‘Eat Half’ ter harte heb genomen, is mijn voorraadkast gevuld met spullen die ik wel heb gekocht, maar nooit heb opgegeten. Ze staan daar ongeopend: potten linzen, doperwten, appelmoes en stoofpeertjes. Ik kan inmiddels een jaar lang pannenkoeken bakken voor een heel bataljon, compleet met stroop en kaneelsuiker. Tot aan mijn dood liggen er sardientjes in blik, omdat ik die in mijn studentetijd zo graag at. En natuurlijk witte bonen in tomatensaus, alsmede pasta’s in alle soorten en maten.

Laatst monsterde mijn vriendin de houdbaarheidsdata in mijn voorraadkast en vroeg: ‘Zeg, kunnen we het meeste daarvan niet weggooien?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next