Donderdag stond in het teken van Angela Merkel. Ik lunchte met haar, dineerde met haar, interviewde haar, uiteindelijk dronken we wijn, ik gewürztraminer, zij gavi di gavi, mijn gewürztraminer vond ze te fruitig.
Toen alles voorbij was ging ik naar The Poolbar in de Voetboogstraat, waar mijn oudste zoon aan de bar hing met een vriendin.
Zijn interesse in Merkel was gering, hij wilde alleen weten of Merkel en ik bij elkaar zouden blijven. Toen ik zei dat dat niet het geval was, maar dat we elkaar allicht weer zouden ontmoeten, vertrok hij naar vrienden die hij kende uit de horeca.
Een dag later moest ik op tv vertellen over Merkel – je hebt wat over voor je nieuwe liefde of je hebt het niet. Naast mij zat Fleur Agema, die werd gefotografeerd door haar woordvoerder ‘voor de socials’ en die zich na afloop van de uitzending bij de presentator beklaagde over het interview.
Op weg naar de uitgang – ik moest naar een verjaardagsfeestje – legde ik een hand op de schouder van de woordvoerder en zei: ‘Uw minister is ongelukkig. Sterkte.’
Ik had sympathie voor de woordvoerder – die mensen doen ook maar hun werk en al is dat geen excuus, het verklaart een hoop.
Het verjaardagsfeestje was een huisfeestje. Een discobal hing aan het plafond. Iemand die ik kende uit de tijd dat ik bij de IND rondliep vertelde mij over de plannen van minister Faber en hoe de IND daarnaar keek. De helft ontging me, omdat de muziek zo hard stond.
Van Merkel heb ik ieder woord verstaan, maar tijdens de gavi had ze gezegd dat alles wat ze nu zei ‘privato’ was en daaraan moet een mens zich houden.
Mijn voornemen is om wat vaker te zeggen: ‘O, maar dat is privato. De tijd van de biecht is voorbij.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns