Home

Ook zonder het label genocide zijn de trends in moderne oorlogvoering al zorgwekkend genoeg

Met enige tegenzin, gezien de krankzinnige polarisatie in politiek en media, maar vooruit: hoe zit dat nu met genocide? Op 5 december stonden er twee berichten in deze krant waarin de term passeerde - één over Amnesty International dat Israël van genocide beschuldigt en een interview met de Oekraïense Nobelprijswinnares Oleksandra Matviichuk waarin ze spreekt over Ruslands ‘genocidale intenties’.

Bij het Amnesty-rapport zijn sinds de publicatie vraagtekens geplaatst - en niet alleen door Amnesty Israël. Critici zeggen dat Amnesty de definitie van genocide wil verruimen omdat Israëls optreden er anders niet in past. Intentie is cruciaal bij genocide, maar Amnesty spreekt in zijn rapport over ‘een te verkrampte interpretatie van de internationale jurisprudentie’ die het ‘in feite onmogelijk maakt te spreken van genocide in de context van een gewapend conflict.’

Over de auteur
Arnout Brouwers is journalist en columnist voor de Volkskrant, met als specialisatie veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Toen Oleksandra Matviichuk in het interview sprak over ‘genocidale intenties’ had ze het onder meer over de gedwongen russificatie van Oekraïners in bezet gebied (‘je hoeft niet per se alle leden van een groep te doden, je kunt onder dwang hun identiteit veranderen en dan verdwijnt vroeger of later die hele groep’). Maar ze vertelde er direct bij dat ze als jurist weet dat genocide de ‘misdaad der misdaden’ is en ‘heel moeilijk te bewijzen’. Zelfs in de donkerste dagen, omgeven door intens leed en persoonlijke drama’s, nog oog hebben voor volkenrechtelijke nuances - ik heb er bewondering voor.

Amnesty zoekt het liever in maximalistische hoek. Pogingen mogelijke Israëlische schendingen van het oorlogsrecht te documenteren volstaan niet, het moet genocide zijn. Ook Ierland kondigde vorige week aan dat het bij het Internationaal Gerechtshof zal bepleiten de definitie van genocide te verbreden zodat Israëls optreden er ook in past. Hier komt een internationale lobby op stoom.

Aan de vooravond van de 7 oktober-herdenking publiceerde Amnesty UK een filmpje met de tekst ‘het begon niet een jaar geleden’ over de historische context van 7 oktober. Was dit geen ideale dag voor een mensenrechtenorganisatie om te wijzen op de luid verkondigde genocidale intenties van Hamas jegens Israëliërs? Blijkbaar niet, maar Amnesty werkt nog aan een apart rapport over de aanval van 7 oktober dus wie weet volgt er nog een genocidebeschuldiging.

Het volkenrecht is altijd in beweging en multi-interpretabel. Felle discussies tussen experts over interpretatie zijn de regel, niet de uitzondering. Het is een reden om mediaberichten over dit soort zaken te wantrouwen waarin de wind maar uit een hoek waait. Ik was nieuwsgierig en benaderde mijn oude leermeester Hurst Hannum, emeritus hoogleraar volkenrecht.

Hannum heeft begrip voor de kritiek dat Amnesty overdrijft vanwege zijn stelling dat de internationale jurisprudentie ‘instrumentele of dubbele bedoelingen niet uitsluit’. Dat kan, zegt Hannum, een plausibele interpretatie van het Genocideverdrag zijn, maar het is niet wat er expliciet in staat. Volgens hem zijn de enige twee ‘makkelijk te identificeren genocides’ de Holocaust en de Rwandese genocide in 1994. Hij erkent dat dit een ‘erg conservatieve’ mening is, omdat het Joegoslavië Tribunaal de doelbewuste executie van Bosnische moslims in Srebrenica ook als genocide bestempelde. ‘Als mensenrechtenadvocaat zou ik kunnen beargumenteren dat sprake is van genocide in Gaza, als rechter zou ik dat niet snel overnemen. Tegelijkertijd hebben beide partijen zeker misdaden tegen de menselijkheid gepleegd.’

Vaak onderbelicht in het debat blijft de militaire context: zelfverdediging tegen een agressor die zich bewust verschuilt achter en tussen en onder burgers (zie ook de onderbelichte NYT-onthulling deze week dat ‘tenminste 24 UNRWA-schoolmedewerkers’ óók lid waren van Hamas of Islamitische Jihad). In een net verschenen rapport vergelijkt AirWars, de ngo die onderzoek doet naar burgerslachtoffers bij luchtoorlogen, Israëlische aanvallen in de weken na 7 oktober met de meest intense fases uit de internationale strijd tegen IS (Raqqa 2016 en Mosul 2017), waarbij óók duizenden burgerslachtoffers vielen.

De conclusie: de oorlog tegen Hamas is ‘verreweg de meest intense, verwoestende en dodelijke luchtcampagne van de 21ste eeuw’. AirWars vreest dat dit een nieuwe norm wordt, inclusief ‘een hogere acceptatiegraad van burgerslachtoffers’. Ook zonder de definitie van genocide op te rekken, kun je je daarover grote zorgen maken - om maar te zwijgen natuurlijk van de Russische agressie tegen Oekraïne, waarin burgers vaak primair doelwit zijn van luchtaanvallen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next