Henri Bontenbal zette zijn ruitenwisser een standje hoger. Langzaam verdwenen de kerstlichtjes van het Binnenhof uit zijn achteruitkijkspiegel. Misschien dat hij nu, nu er nog niet te veel sneeuw lag, nog even snel langs zijn vaste mannetje kon rijden. Hij kwam er praktisch langs. De geur van verse dennennaalden in de auto, dan begon kerst pas echt.
De stoelen van zijn Octavia had hij die ochtend al naar beneden geklapt en de kloeke nordmann verdween moeiteloos in de achterbak. Geweldige wagen, dacht hij, terwijl hij terug achter het stuur kroop. 60 euro. Bijna 135 gulden. Voor een kerstboom. De wereld was gek geworden. Het was een zware dag geweest, maar hij was ervan overtuigd dat ze op de goede weg waren. Natuurlijk zou hij het zelf liever anders doen. En wellicht dat de mensen uit het onderwijs, de zorg en die van de NPO dan een net wat minder prettige kerst tegemoet zouden gaan. Maar zou het niet goed zijn als Nederland eindelijk weer vooruit kon? Als hij degene was die ervoor kon zorgen dat een slechte begroting minder slecht werd. Bovendien, zijn partij, terug in het centrum van de macht. Hij voelde zijn hart sneller kloppen. Het zou nog spannend worden, maar wie weet, misschien zat er wel een akkoord in.
Dubbelvla. Wat hem betreft de uitvinding van de eeuw. Hij had altijd honger als hij thuiskwam en zeker op een dag als deze. Onderweg naar de vaatwasser ging hij zo dicht mogelijk tegen het venster staan om te zien hoeveel er al gevallen was, toen hij ineens zijn naam hoorde. Een wat doorzichtige verschijning met een scheiding en een klein brilletje stond in de hoek van de keuken. Jan Peter Balkenende? De verschijning had geen tijd te verliezen: ‘Pas op makker. Je staat op het punt de grootste fout van je politieke leven te begaan. Je wilt niet net als ik de partij zien halveren. Vannacht zal je bezoek krijgen van drie of eigenlijk vier geesten. Succes!’ En zo gauw als hij verscheen, was hij weer verdwenen. Henri keek nog eens naar het pak vla: 9 december 2024. Dat moest toch nog wel kunnen? Misschien was hij gewoon moe. Dat zou het zijn.
Hij lag koud in bed of daar begon het gelazer. ‘Wij zijn de geesten van Het Voorbije CDA. Ik ben Maxime en dit is mijn kompaan Henk Bleker. Kom met ons mee. We willen je wat laten zien.’ Van het ene op het andere moment stond hij midden in de Rijnhal in Arnhem. Even verderop stond een Limburgse jongen te schreeuwen. ‘Ik ben CDA’er, ik blijf CDA’er, ik word nooit van m’n leven van de PVV!’ De jongen salueerde, wat op zich ook raar was. ‘Hij heeft later z’n vriendin nog in elkaar geslagen’, zei geest Henk Bleker. ‘Treurig verhaal.’ ‘Hij heeft inderdaad z’n vriendin in elkaar geslagen, maar daar zijn we hier niet voor’, vulde geest Maxime hem aan. ‘Maar zijn jullie toen serieus met de PVV gaan regeren?’, vroeg Henri. Geest Maxime knikte. ‘Gedoogsteun. En vanaf dat moment ging het eigenlijk alleen maar bergafwaarts. We zijn onszelf volledig kwijtgeraakt. Tot jij er opeens was.’ Plots lag hij weer in zijn bed. Zijn mond was kurkdroog. Was het toch de dubbelvla?
Een uur later schrok hij wakker. Aan de rand van zijn bed stond een lijkbleke geest met lipjes. ‘Boehoeoehoe, ik ben de geest van Pieter Omtzigt. Je oud-partijgenoot. Je weet wel, van functie elders. Ik moet je wat laten zien.’ En voor hij er erg in had stond hij in een kantoor met uitzicht op de Hofvijver. Daar zaten Geert, Dilan en Caroline. Ze hieven het glas. ‘Kijk ze eens genieten. Vanaf nu is het jouw begroting, vrees ik.’ Geest Pieter sloeg hem op de schouder. ‘Ik begrijp het als geen ander hoor. Dat verantwoordelijkheid nemen zit ons in het bloed. Maar geloof mij, deze engnekken steunen brengt niets dan ellende. Succes met het CDA verder’, zei Geest Pieter, en hij wees naar de dolk die uit zijn rug stak.
Henri sliep nauwelijks of hij werd alweer wakker geschud. ‘Ja, jezus. Wat nu weer?’ Naast hem stond iemand die sprekend op hem leek. ‘Ik ben de Geest van Henri Bontenbal. En ik kom je waarschuwen.’ En voor hij het wist stond hij in een klaslokaal. ‘Jahaa, ik weet wat je gaat zeggen. En ik begrijp de boodschap! Ik begrijp ’m!’ Henri Bontenbal schoot uit bed, trok zijn pak aan, lepelde zijn vla op, en sprong in de nog fris geurende Octavia. Hij wist wat hem te doen stond: gewoon zeggen dat je jezelf niet als gedoger ziet, dat je er zelf ook niet om staat te juichen, en dan, hoppakee, die onderwijsdeal sluiten. Dát. Dát is de CDA-rol. Gespreide verantwoordelijkheid! Rentmeesterschap! Een warm gevoel vulde zijn lichaam. Hij versnelde zijn pas. Vlak voor hij het Kamergebouw binnenliep stapte hij in een asgrijze plas natte sneeuw. Hij voelde zijn sok nat worden. Zalig kerstfeest.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns