De reeks winnaars van het MotoGP-seizoen 2024 wordt natuurlijk afgetrapt met de rijder die met de hoofdprijs aan de haal ging. Hij moest er tot de laatste race voor vechten, maar in Barcelona schreef Jorge Martín geschiedenis door voor het eerst wereldkampioen te worden in de koningsklasse. Een bijzondere prestatie, want hij is de eerste in het MotoGP-tijdperk die kampioen wordt in dienst van een satellietteam. Op de nieuwste Ducati van Pramac rekende de 26-jarige Spanjaard af met Francesco Bagnaia. Opvallend genoeg scoorde Martín slechts drie Grand Prix-zeges tegenover elf overwinningen voor zijn concurrent, maar door consistentere prestaties wist hij toch de titel veilig te stellen. Ten opzichte van 2023 wist hij zijn foutenlast te beperken en dat deed de balans dit jaar in zijn voordeel uitslaan, nadat hij vorig jaar nog naast de wereldtitel greep. Toch bleek de wereldtitel niet genoeg voor Martín om promotie af te dwingen naar het fabrieksteam van Ducati. Het gevolg daarvan is dat hij het startnummer 1 mee mag nemen naar nieuwe werkgever Aprilia.
De strijd om het plekje naast Bagnaia bij het fabrieksteam bij Ducati werd namelijk gewonnen door Marc Márquez. De succesvolste rijder van de huidige MotoGP-grid kreeg zo de ultieme beloning voor het risico dat hij nam door eind 2023 na elf seizoenen te vertrekken bij Honda. Op de één jaar oude Ducati GP23 van Gresini liet de zesvoudig MotoGP-kampioen zien dat hij nog altijd vooraan mee kan doen als hij over goed materiaal beschikt. Wat heet: Márquez maakte met zijn zege in Aragón een einde aan een droogte van bijna drie jaar, om daarna nog twee Grands Prix op zijn naam te schrijven. Het bleek uiteindelijk ook voldoende om de strijd om P3 in het kampioenschap te winnen van Enea Bastianini, de man die hij in 2025 vervangt bij Ducati. Aldaar moet de 31-jarige Spanjaard de strijd aangaan met Bagnaia. Als Márquez in 2025 een serieuze gooi naar de wereldtitel wil doen, dan dient hij zijn foutenlast wel te beperken. Met 24 crashes belooft het namelijk heel lastig te worden om kampioen te worden.
Met Martín en Márquez zijn twee Ducati-rijders verzekerd van een plek bij de winnaars van 2024, maar ook Ducati zelf verdient daar een plaatsje. De afgelopen jaren heeft de fabrikant uit Bologna zich steeds verder naar voren geknokt. In 2022 werd de eerste rijderstitel sinds 2007 behaald, maar dat bleek geen reden om stil te zitten. Onder leiding van Gigi Dall'Igna leverde Ducati met de GP24 een motorfiets af die nog dominanter was dan de GP23 van vorig jaar. De cijfers liegen er niet om: in twintig raceweekenden werden negentien Grand Prix-zeges en zeventien sprintzeges geboekt. Van de zestig beschikbare podiumplaatsen werden er liefst 53 verdeeld onder Ducati-rijders. De gehele top-vier in het rijderskampioenschap reed op een motorfiets van het Italiaanse merk, dat ook aan de haal ging met de wereldtitels voor teams en constructeurs. Die laatste titel stelde Ducati met nog zes raceweekenden te gaan al veilig. Zelden leverde een MotoGP-fabrikant zo'n dominant seizoen af, maar de vooruitzichten zijn ook gunstig. Met de aanstaande bevriezing van de ontwikkeling van de motorblokken lijkt Ducati op dat gebied een voordeel te houden ten opzichte van de concurrentie.
Pedro Acosta was niet bijzonder zadelvast in zijn eerste MotoGP-seizoen, maar de snelheid zat er wel in.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Hoewel Aprilia de enige fabrikant was die de hegemonie van Ducati doorbrak in 2024, kwam de voornaamste tegenstand het afgelopen seizoen toch uit de hoek van KTM. Brad Binder werd op de vijfde plek in de eindstand de beste rijder die niet op een Ducati zat, maar de fabrieksrijder had uiteindelijk slechts twee punten voorsprong op Pedro Acosta. De 20-jarige Spanjaard maakte in dienst van Tech3 zijn debuut in de MotoGP en liet zich meteen gelden door in Qatar de snelste ronde te rijden. Enkele weken later volgde in Portugal de eerste van zijn vijf podiumplaatsen van zijn debuutseizoen. Opvallend genoeg was Acosta de enige die er zonder Ducati in slaagde om meerdere keren op het podium te eindigen. Overwinningen gingen weliswaar aan de neus van het jonge talent voorbij, maar wel liet hij zich regelmatig vooraan zien. Vaak was hij ook de snelste KTM-rijder. Dat Acosta niet best of the rest was in het kampioenschap was vooral te wijten aan de diverse crashes die hij meemaakte, maar de snelheid is er meteen. Dat moet hoop geven voor de toekomst.
Voor het laatste plekje in de kolom met winnaars zijn meerdere gegadigden. Wat te denken van Maverick Viñales, die in de Verenigde Staten won met zijn Aprilia en ook twee sprintsuccessen boekte? Toch valt de keuze op Fabio Quartararo. Op papier kende de wereldkampioen van 2021 zijn slechtste jaar als MotoGP-rijder door slechts als dertiende te eindigen in het kampioenschap en geen enkele keer het podium te betreden. Het lijkt er echter op dat hij Yamaha eindelijk heeft kunnen overtuigen van de noodzaak om de werkwijze te veranderen en meer het spoor van de Europese fabrikanten te volgen. Dat leverde met name in de tweede helft van 2024 al betere resultaten op. Het leidde er uiteindelijk wel toe dat Quartararo met afstand de beste rijder van een van de Japanse fabrikanten was. Hij scoorde meer dan twee keer zoveel punten als Johann Zarco, de naaste achtervolger in dat klassement. Teamgenoot Álex Rins scoorde zelfs 82 punten minder dan de Fransman, die zelf oordeelde dat 2024 qua rijden zijn beste seizoen tot dusver was. Als hij dat in 2025 kan herhalen en als Yamaha stappen blijft zetten met de M1, dan mengt hij zich komend seizoen misschien wel weer in de strijd om de podiumplekken.
Source: Motorsport