Home

Het is van groot belang de gruwelen van de oorlog te beschrijven op het moment dat ze plaatsvinden

In de Volkskrant-podcast Elke Dag memoreerde Ana van Es, oud-correspondent in het Midden-Oosten (2016-2021), deze week hoe moeilijk het was om Syrië binnen te komen. In het noorden waar de rebellengroepen de dienst uitmaakten kon je nog wel komen, maar in het Syrië van Assad waren journalisten niet welkom. Toen ze wel een keer werd binnengelaten, werd het werk haar onmogelijk gemaakt door achtervolgende agenten.

Haar voorganger Remco Andersen werkte al in het Midden-Oosten voordat de Arabische Lente in 2011 uitbrak. Hij kon toen nog in Damascus wonen. Nadat de Syrische burgeroorlog was uitgebroken, kon hij het land alleen nog bereiken als rebellen hem in een busje of achter op een motor de grens over smokkelden. Toen voorlopers van Islamitische Staat hem in 2013 in Raqqa probeerden te kidnappen, hield hij ermee op.

Vanaf dat moment werd het voor journalisten al snel veel te gevaarlijk. IS, dat een groot deel van Irak en ook van Syrië veroverde, ontvoerde en onthoofdde journalisten. Elk medium trok zijn journalisten terug. De burgeroorlog moest daardoor tot ons grote ongenoegen van buitenaf worden verslagen.

Daardoor was het niet mogelijk het onmetelijke leed te beschrijven dat het regeringsleger met hulp van Russische bommenwerpers aanrichtte in steden als Homs, Hama en Aleppo.

Door de val van Assad kunnen we eindelijk Syrië in en alsnog beschrijven hoe moorddadig het regime was. Correspondent Jenne Jan Holtland reisde spoorslags naar Damascus en bezocht onder meer de martelgevangenissen. Rob Vreeken, correspondent in Istanbul, ging naar de Turkse grens, waar hij aanvankelijk werd tegengehouden, maar na enkele dagen toch het land in mocht. Hij schrijft vandaag een van de eerste reportages uit Aleppo.

Bij de oorlog in Gaza dreigt zich hetzelfde scenario te voltrekken. Journalisten mogen het gebied waarschijnlijk pas betreden als de oorlog ten einde is. Tot die tijd zijn we vooral aangewezen op indirecte bronnen: hulporganisaties, en veel minder betrouwbaar: het Israëlische leger en de Gazaanse autoriteiten.

Om precies en indringend te beschrijven wat er gebeurt, willen we vooral met de slachtoffers zelf spreken. Monique van Hoogstraten, voormalig correspondent in Jeruzalem, doet sinds het begin van de oorlog naarstige pogingen om Gazanen te spreken. Deze week kon ze aan de hand van hun getuigenissen schetsen hoe het Israëlische leger door intimidatie, uithongering en geweld de laatste inwoners van Noord-Gaza probeert te verjagen.

Het is van groot belang de gruwelen van de oorlog te beschrijven op het moment dat ze plaatsvinden, zodat de internationale gemeenschap en de internationale diplomatie goed geïnformeerd beslissingen kunnen nemen en we niet achteraf hoeven te constateren dat het veel erger was dan we dachten.

Tijdens de oorlog in Syrië waren we aangewezen op verhalen van vluchtelingen. Zoals het verhaal van Mazen al-Hamada die in 2014, in Hillegom, werd geïnterviewd door verslaggever Irene de Zwaan en vertelde over de martelingen die hij had moeten doorstaan. In 2020 keerde hij terug naar Syrië. Niemand wist precies waarom.

Hij belandde opnieuw in een martelkamer van Assad, waar hij vlak voor de val van het regime werd vermoord. Toen Jenne Jan Holtland het mortuarium bezocht, stuitte hij op de aankondiging van zijn begrafenis en schreef er een verhaal over.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next