De Nederlandse huizenprijzen blijven volgend jaar en het jaar daarna oplopen. Gemiddeld is volgend jaar ongeveer 520.000 euro nodig voor een nieuw huis, voorspelt De Nederlandsche Bank (DNB). Dit komt door hogere lonen, aanhoudende krapte en een dalende hypotheekrente.
Komend jaar stijgen de woningprijzen naar verwachting 7,5 procent. Dit zorgt volgens DNB dat overbieden nog meer de norm wordt dan het nu al is. Het jaar erop zwakt de stijging waarschijnlijk iets af, maar bedraagt nog wel ruim 4 procent.
Volgens de centrale bank zijn er de afgelopen tijd meer bouwvergunningen afgegeven. Nieuwbouw zal de komende jaren dus helpen bij het verminderen van de krapte in het huizenaanbod. Maar voor de ambitie van het kabinet om 100.000 woningen per jaar te bouwen, zijn meer vergunningen nodig. Dat lijkt op korte termijn niet haalbaar, concludeert DNB.
Om de problemen op de woningmarkt op te lossen, zijn volgens de toezichthouder niet alleen meer nieuwe woningen van belang. Ook zou het kabinet moeten kijken naar het afbouwen van fiscale voordelen voor huizenkopers zoals de hypotheekrenteaftrek. Daarnaast is een goed werkende huurmarkt nodig om de druk op de kopersmarkt wat te verminderen.
DNB merkt wel op dat starters hun kansen op een woning de komende jaren waarschijnlijk niet verder zien verslechteren. De betaalbaarheid van koopwoningen is de laatste tien jaar sterk afgenomen, maar deze blijft in 2025 en 2026 naar verwachting stabiel. Dit komt doordat de leencapaciteit ongeveer net zo veel stijgt als de huizenprijzen.
Dat neemt niet weg dat de situatie voor starters zeer lastig is. Om volgend jaar een huis te kunnen kopen van 520.000 euro, heeft een huishouden een brutojaarinkomen nodig van minimaal 106.000 euro. De centrale bank schat dat ongeveer 36 procent van de huishoudens dat heeft. "De meeste huishoudens hebben dus spaargeld of ander vermogen nodig voor de aankoop van een huis, naast een hypotheek."
Source: Nu.nl economisch