Bouwplaatskijkers kijken graag naar bouwplaatsen, ik kijk graag naar bouwplaatskijkers. Mannen (altijd mannen) op leeftijd met veel vrije tijd, die wat verlegen in elkaars buurt gaan staan, vooral niet te dicht. Handjes op de rug, neus tegen het Heras-hekwerk, wachtend op het juiste moment om hun observaties te delen. ‘Jahaa, schuin boren, altijd lastig.’ Of: ‘Dat gat is nooit breed genoeg voor die buis. Zei ik gister al.’
Soms bekruipt me het gevoel dat ik naar mijn voorland sta te kijken. Niet de bouwplaats, maar de bouwplaatskijkers. Misschien idealiseer ik het, maar ik stel me zo voor dat het gezamenlijk kijken een ruimte schept die strikt is afgebakend: voor koetjes en kalfjes is geen plaats, laat staan voor politiek. De bouwplaatskijker focust op de bouwplaats. Hoe langer hij kijkt, hoe meer het zijn taak wordt. Wie moet er anders straks vertellen over het gebouw dat er eerst nog niet stond?
Source: Volkskrant columns