Journalisten hebben weleens lange tenen als het gaat over journalistiek, maar dat verklaart niet waarom politici het steeds vaker nodig vinden de pers de les te lezen. Inmiddels doen alle coalitiepartijen er vrijuit aan mee, van PVV tot NSC, alsof ze terugverlangen naar de tijd dat journalisten ‘excellentie’ zeiden tegen een minister.
Welnee, zegt Aant Jelle Soepboer als ik hem ernaar vraag, ‘ik ben juist heel erg voor persvrijheid’, en hij wijst op zijn motie ‘om de onafhankelijke journalistiek nog onafhankelijker te maken’. Toch pleitte hij als Tweede Kamerlid tijdens een mediadebat luid en duidelijk voor meer journalistieke ethiek, met als ‘voorbeeld’ de recente verslaggeving van Powned over Sunneklaas op Ameland. Opmerkelijk, want journalisten die eerder kritisch schreven over dat feest wordt het nog jaren nagedragen.
Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Waarom het NSC-Kamerlid erover is begonnen wordt me niet helemaal duidelijk – ‘ik wilde me zeker niet met de journalistiek bemoeien’ maar ‘met onafhankelijkheid komt ook verantwoordelijkheid’. Alsof daarover op redacties niet elke dag wordt nagedacht. Die oude code is allang ingeruild voor een moderne ‘Leidraad’ van de Raad voor de Journalistiek, waar iedereen met klachten over de pers terecht kan. En anders is er de rechter, die vorige week nog ON-presentator Raisa Blommestijn veroordeelde.
‘Het is een dunne lijn dat weet ik, ik probeerde juist over die lijn te lopen en het genuanceerd te brengen’, zegt Soepboer. Maar onderwijl was het toch maar weer gezegd.
Hij is het derde Kamerlid op rij dat over oneerlijke journalistiek begint. Namens BBB betwijfelt Claudia van Zanten hardop de onafhankelijkheid van de NOS. In een interview met NRC zei ze: ‘We willen gewoon checken of het volgens de journalistieke codes verloopt.’ Ook zij vindt ‘de persvrijheid een groot goed’, maar onderwijl was het toch maar weer gezegd. Terwijl ze weet hoe de omroep al jaren kampt met insinuaties over partijdige berichtgeving, verslaggevers moet beveiligen, en het NOS-gebouw vorige week nog werd geblokkeerd door pro-Palestijnse activisten.
Op zijn beurt deelde VVD-Kamerlid Ulysse Ellian een rechtse directe uit aan NRC, dat een voorzichtig hoofdredactioneel commentaar aan genocide wijdde: ‘Je zou bijna denken dat afkeer van Israël en Joden een vereiste is om bij deze krant te werken.’ Hij reageert niet op mijn verzoek tot contact, maar onderwijl was het toch maar weer gezegd.
Wat de vierde coalitiepartij van journalisten vindt (‘tuig van de richel’) is bekend. Kennelijk nemen nu ook andere politici de ruimte. Tom Jan Meeus maakte in NRC al de vergelijking met Trumps Amerika.
Kamerleden slaan op sociale media terug als berichtgeving niet bevalt. Een beveiliger van premier Schoof duwde een doorvragende verslaggever weg, en Dilan Yesilgöz vond het nodig journalist Tim Hofman aan te vallen op X, bewust woede mobiliserend van vaak anonieme accounts. Zelf kreeg ik van haar op dezelfde manier een draai om te oren vanwege een tweet, moet je tegen kunnen maar het is intimiderend, vooral omdat ze toen minister van Justitie was.
Lange tenen van de beroepsgroep. Misschien. Maar het is ook ‘een teken van de tijd’, zegt Sjors Fröhlich, de burgemeester van Vijfheerenlanden, die op Linkedin een ‘hartenkreet’ plaatste over het aan banden leggen van de persvrijheid. Omdat hij ‘stomverbaasd’ was dat notabene het staatsrechtelijk zo zuivere NSC erover begint, ‘dan begrijp je echt niet hoe het werkt’.
Hij komt uit de omroepwereld, maar ook in zijn huidige werk kent Fröhlich het belang van echt onafhankelijke journalistiek. Als burgemeester verheugt hij zich in een ruim lokaal medialandschap. ‘Ik word ook weleens aangepakt, soms onterecht maar dat is all in the game.’ Hij ziet het als zijn taak collega-bestuurders daarop te wijzen: ‘Je mag bijvoorbeeld nooit, ook niet met een grapje, dreigen met het intrekken van subsidies als je een keer aan de beurt komt.’
Het is ‘ingewikkeld’ een verklaring te vinden, ‘het hangt een beetje van gelegenheidsargumenten aan elkaar’, maar de Kamerleden weten ondanks hun sussende woorden ‘dondersgoed’ wat ze doen, zegt hij: ‘Ze trekken iets los.’ ‘Journalisten zelf zijn ook niet altijd genegen om te zeggen: ik heb het verkeerd. Maar ik hoop toch dat bij politici het besef zal komen: dit moeten we niet doen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns