Nederland ligt op koers om het doel voor zonne- en windenergie op land te halen. In 2030 wekken we waarschijnlijk meer op dan in het Klimaatakkoord werd afgesproken, maar de verdere groei van groene energie na dat jaar is onzeker.
Het is "heel erg waarschijnlijk" dat in 2030 de afgesproken 35 miljard kilowattuur aan zonne- en windelektriciteit wordt opgewekt, stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) donderdag in een jaarlijkse doorrekening. Waarschijnlijk wordt er zelfs bijna 20 procent meer opgewekt dan het doel, een gunstigere schatting dan vorig jaar.
Een kwart van de landelijke stroomproductie komt in 2030 uit windmolens en zonneparken op land. Daarnaast zullen windparken op de Noordzee en zonnepanelen op daken van huishoudens veel elektriciteit opwekken. Die heeft het PBL niet meegenomen in deze berekening, omdat ze geen onderdeel uitmaken van de Regionale Energiestrategieën waar gemeenten en provincies de afgelopen jaren aan werken.
Er is dus goed nieuws te melden, maar er zijn ook zorgen over de verdere groei van de groene energieproductie. Het aantal projecten dat in de komende jaren wordt gebouwd is "kleiner dan ooit", constateren de energieregio's. Zij vrezen dat de "pijplijn" van nieuwe zonne- en windparken helemaal uitgeput raakt.
Ook na 2030 hebben we nog veel meer zonne- en windenergie nodig om verder te verduurzamen. Steeds meer huishoudens en bedrijven maken de overstap van fossiele brandstoffen naar elektriciteit. De productie van groene elektriciteit moet blijven meegroeien.
Maar er zijn steeds strengere regels voor het bouwen van zonne- en windparken op land. Zonneparken worden meestal niet meer toegestaan op landbouwgrond, en veel windparken stuiten op verzet van omwonenden. Sowieso is er steeds minder ruimte in een land dat ook naarstig op zoek is naar locaties voor woningbouw, bedrijven en defensie. En dan is er nog de overbelasting van het stroomnet, die zorgt voor vertraging van veel projecten.
Vooral de bouw van nieuwe windparken loopt momenteel vast, signaleert het PBL. Volgens het planbureau moet er breder worden gekeken naar de planning van toekomstige energieprojecten. Groene energiecentrales kunnen bijvoorbeeld worden gecombineerd met natuurverbeteringen.
Ook kan de opwekking van stroom slimmer worden gecombineerd met batterijen, of beter worden afgestemd op het stroomverbruik in een bepaalde regio. Dat is nodig, want nu dreigen woonwijken of bedrijventerreinen door het overbelaste elektriciteitsnet met een stroomtekort te maken te krijgen. Lokale wind- of zonne-energie kan een deel van de oplossing zijn.
"Je ziet dat elektriciteit niet alleen nodig is om duurzaam te zijn in 2050, maar dat het ook broodnodig is om de woningbouwambities gerealiseerd te krijgen", zegt Kristel Lammers van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie. Volgens haar begint er daardoor in gemeenten en provincies meer draagvlak te komen voor groene energieprojecten, waar dat in de afgelopen jaren juist was afgenomen.
Pijnpunt voor windparken is een voorgestelde afstandsnorm, die ervoor zorgt dat huizen minstens twee keer zo ver weg moeten staan als de hoogte van een windmolen. Volgens de natuur- en milieufederaties staat zo'n norm haaks op de groene doelen uit het Klimaatakkoord.
Ook Huib van Essen, gedeputeerde in de provincie Utrecht, vraagt zich af of zo'n regel nuttig is. "Het is belangrijk dat er goede normen komen die de omgeving op een goede manier beschermen", zegt hij. Maar de GroenLinks-politicus zegt meer te zien in normen voor geluid en slagschaduw, in plaats van afstand. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat moet nog een besluit nemen over de definitieve regels.
Volgens het PBL is er ook aandacht nodig voor rechtvaardigheid om draagvlak te creëren voor groene energie bij omwonenden. Nu komt het vaak voor dat zij ontevreden zijn met de manier waarop de winsten van energieprojecten worden verdeeld. Zoals boeren in Flevoland die rijk werden van windmolens op hun grond. "Terwijl andere bewoners, met name in de stadskernen, daar helemaal niet aan verdiend hebben", zegt PBL-onderzoeker Petra van der Kooij.
Zij ziet dat er bij overheden wel steeds meer aandacht is voor dit onderwerp. Het is een goede ontwikkeling als hier systematisch aandacht voor is bij de bouw van zonne- en windparken, stelt Van der Kooij: "Laten we dat omarmen."
Source: Nu.nl economisch