Roemenië en Bulgarije worden vanaf 1 januari 2025 lid van het Schengengebied, heeft de Europese raad van ministers besloten. De Roemeense en Bulgaarse landsgrenzen met de andere Schengenlanden worden vanaf dan niet meer gecontroleerd. Dit jaar kwamen de grenscontroles op lucht- en zeehavens al te vervallen.
Hoewel de landen nu definitief groen licht krijgen, blijven er op de Bulgaars-Hongaarse en Bulgaars-Roemeense grens nog ten minste zes maanden steekproefsgewijze controles. Die tijdelijke grenscontroles zijn te vergelijken met de controles die onder meer Nederland en Duitsland recent hebben ingevoerd.
Het opheffen van de grenscontroles heeft voor Roemenië en Bulgarije grote economische voordelen. Roemenië loopt op dit moment naar schatting rond de 2,3 miljard euro per jaar mis aan inkomsten door grenscontroles. Voor Bulgarije wordt dat bedrag geschat op zo'n 800 miljoen.
Het opheffen van controles zal de wachttijden aan de grens verminderen. De twee landen hopen dat dat voor sectoren als het toerisme en de logistiek nieuwe kansen met zich meebrengt. Ook kunnen werknemers makkelijker over de grens werken.
"We hebben hard gewerkt om hier te komen," zei de Roemeense minister van Binnenlandse Zaken vandaag. "We dachten voortdurend aan de eindeloze rijen aan de grens, aan de vervoerders die verlies lijden en aan de momenten van teleurstelling die de Roemeense burgers hebben ervaren."
Lange weg
De twee landen hebben lang op deze toelating tot Schengen moeten wachten. In 2011 oordeelde de Europese Commissie al dat de landen voldeden aan alle eisen om toe te treden tot de grensvrije zone. Toch waren heel lang niet alle EU-landen voor.
Onder meer Nederland was lange tijd tegen vanwege zorgen over corruptie en georganiseerde misdaad in Bulgarije. Vorig jaar besloot Nederland zijn blokkade op te heffen. Ondanks de kabinetswissel veranderde die positie niet.
Oostenrijk was daarmee het laatste land dat nog bezwaren had. De Oostenrijkers waren bezorgd over migratie van buiten de EU via de Westelijke Balkanroute. Volgens hen moesten Bulgarije en Roemenië meer doen om illegale migratie tegen te gaan. Nu de aankomst van migranten in die landen flink is gedaald, verdwijnt ook de Oostenrijkse weerstand.
"Roemenië en Bulgarije hebben er jaren voor gestreden om lid te worden van Schengen. De lange wachttijden aan de grens kostten de landen veel geld. Ook voedde het feit dat de landen buiten Schengen werden gehouden het sentiment dat Roemenië en Bulgarije niet volwaardig mogen meedoen in Europa. Opvallend is dat andere Europese landen, zoals Duitsland en Nederland, juist weer begonnen zijn met het invoeren van grenscontroles.
Ook opvallend is dat deze stap gezet wordt net nu in Roemenië en Bulgarije nationalistische, vaak pro-Russische partijen een opmars maken. Die spreken zich kritisch uit over Europese samenwerking en spelen in op het gevoel van veel Roemenen en Bulgaren dat ze toch altijd tweederangsburgers zijn. Niet voor niks ook krijgen radicaal-rechtse partijen daar veel steun van vrachtwagenchauffeurs. Maar een belangrijke frustratie van deze groep en anderen die vaak de landsgrens over moesten steken, is vanaf 1 januari opgelost."
Buitenland
Deel artikel:
Source: NOS nieuws