Home

Gaat Europa de achterstand ooit inhalen? We zijn overgeleverd aan mensen als Elon Musk

De arbeidsproductiviteit in de Verenigde Staten is sinds de financiële crisis van 2008 gegroeid met 30 procent, meer dan drie keer zo snel als die in de eurozone. Tot 2007 groeide de arbeidsproductiviteit in de eurozone met 5,3 procent elke vijf jaar, maar daalde vervolgens tot 2,6 procent in de vijf jaar tot 2019 en nog verder naar 0,8 procent in de afgelopen vijf jaar. Ook in Canada, Groot-Brittannië en Japan blijft de groei van de arbeidsproductiviteit achter.

De indrukwekkende groei van de arbeidsproductiviteit in de VS komt geheel op het conto van de technologiesector. Als we die buiten beschouwing laten, is de productiviteitsgroei in de Europese Unie over de afgelopen twintig jaar ongeveer gelijk aan die van de Verenigde Staten. De technologiesector was voor de introductie van ChatGPT al goed voor 10 procent van de Amerikaanse economie en is de afgelopen twee jaar alleen maar in belang gegroeid.

Over de auteur
Heleen Mees is columnist van de Volkskrant. Eerder promoveerde ze op de Chinese economische groei. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De technologiesector is ook veel harder gegroeid (ruim 7 procent per jaar van 2017 tot 2022) dan de Amerikaanse economie als geheel (ruim 2 procent per jaar). Technologiebedrijven investeren namelijk op grote schaal in onderzoek en ontwikkeling. Succesvolle investeringen leiden tot nieuw durfkapitaal, die op hun beurt weer nieuwe ondernemers en bedrijven voortbrengen waardoor er een vliegwieleffect ontstaat.

In de VS werd van 2012 tot 2022 in totaal 600 miljard euro aan Research & Development uitgegeven. Daarvan kwam 370 miljard euro ten goede aan de technologiesector. Alleen China kwam daar enigszins bij in de buurt met R&D-investeringen in de technologiesector van bijna 100 miljard euro. De twee grootste economieën in de Europese Unie, Duitsland en Frankrijk, besteedden in die periode slechts 16 en respectievelijk 5 miljard euro aan onderzoek en ontwikkeling in de technologiesector.

Dat verklaart waarom Amerikaanse bedrijven zoals Alphabet, Apple, Meta en Amazon de technologiesector domineren. Die dominantie zal alleen maar verder toenemen tijdens het aankomende presidentschap van Donald Trump. De nieuwe elite die het voor het zeggen krijgt in Washington (Elon Musk en JD Vance) omarmt innovaties en ontwrichtende technologieën, is voorstander van liberalisering en deregulering en is veel minder risicomijdend.

Zal Europa de achterstand ooit in kunnen halen? Waarschijnlijk niet. Zoals Mario Draghi terecht vaststelde in zijn lijvige rapport, is de Europese Unie behept met gefragmenteerde markten en een overkill aan regelgeving wat funest is voor de economische dynamiek. Ook ontbreken topuniversiteiten als MIT en Stanford en is er geen netwerk van mentoren, innovatoren en overvloedig durfkapitaal waar start-ups in de VS, en dan met name in Californië, van profiteren.

Bovendien treedt bij veel digitale technologieën het netwerkeffect op. Dat wil zeggen dat de waarde van een product of dienst toeneemt, naarmate meer mensen er gebruik van maken. Sociale media zijn het bekendste voorbeeld van het netwerkeffect. Naarmate meer mensen gebruikmaken van een platform, wordt het interessanter om dat platform te gebruiken.

Bij AI schuilt het netwerkeffect niet direct in het aantal gebruikers maar in de hoeveelheid feedback die het systeem krijgt. AI wordt namelijk beter door reinforcement learning, de manier waarop computers zelfstandig leren van de feedback die ze krijgen op hun teksten. Naarmate er meer feedback wordt gegeven, doet het systeem betere voorspellingen, waardoor het bruikbaarder wordt en weer nieuwe gebruikers aantrekt. Zo ontstaat er een positieve feedback loop.

De netwerkdynamiek impliceert dat voor bedrijven die toegang hebben tot een AI-algoritme en een grote hoeveelheid data, zoals de grote Amerikaanse technologiebedrijven, de voordelen zich in de loop van de tijd opstapelen en niet gemakkelijk te overwinnen zijn. De Europese technologiebedrijven die willen concurreren op de door Amerikanen gedomineerde markt zijn domweg te klein en te laat. Dat kan ook Mario Draghi niet oplossen.

Wellicht haalt u uw schouders op. De groei van arbeidsproductiviteit mag in Europa dan wel lager zijn dan in de Verenigde Staten, de levensverwachting is in Europa hoger en de inkomensongelijkheid kleiner. Maar AI zal een steeds grotere invloed hebben op ons leven. De grote technologiebedrijven zullen via de data waarop ze AI trainen, steeds bepalender worden voor onze cultuur en identiteit. Dat betekent dat we overgeleverd zijn aan mensen als Elon Musk, die er geen been in zag het presidentschap voor Trump te kopen, en daar nu iets voor terugwil.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next