We gingen naar Megalopolis, de film met een sterrencast waaraan regisseur Francis Ford Coppola (85) meer dan veertig jaar heeft gewerkt. We deden dat niet in onze woonplaats, maar in de Haarlemse Koepelgevangenis, die nog niet zo lang geleden is omgebouwd tot een bioscopencomplex.
Dat is een passende locatie voor de film. Toen de Koepel als gevangenis nog in bedrijf was, ben ik er vaak langsgereden – achter in de Kever van mijn ouders. Zeker wanneer er boven de weilanden mist hing, doemde de Koepel plotseling op als een kolossaal zoutvat. Het gebouw maakte diepe indruk en de gedachte dat binnen boeven opgesloten zaten, deed er nog een schepje bovenop. Als wij de Koepel passeerden, waren we bijna bij mijn grootouders van moeders kant. Zij bewoonden een villaatje achter de Heemsteedse Dreef, vanwaaruit mijn grootvader een bankje beheerde dat spaarzegels uitgaf. Tegenwoordig kun je daar miljardair mee worden, maar hij ging failliet. Het familiekapitaal verdampte en mijn grootvader moest als boekhouder gaan werken bij een garage.
Indertijd was de Koepel omringd door hoge muren afgezet met prikkeldraad, maar nu is er alleen nog een slagboom die met een parkeerkaart open- en dichtgaat. Binnen zijn de afmetingen nog even imposant, zij het dat de ruimte helemaal is verbouwd tot een amusementsfabriek vol zalen, kassa’s en rochelende espressoapparaten. Wel heeft men, als een verwijzing naar het verleden, de cirkelvormige cel-galerijen intact gelaten. De nummers staan nog op de stalen deuren. Vergeet niet de cel te bezoeken waar verzetsstrijdster Hannie Schaft heeft vastgezeten, voordat zij in de duinen werd gefusilleerd. Dat gebeurde in 1945, vlak voordat de duizendjarige illusie van Hitler uiteenspatte.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De cel van Hannie Schaft is teruggebracht in zijn oude staat: kaal, een brits, verder niets. Toen ik weer buiten stond, vroeg ik me af of het waar is dat koepelgevangenissen zo’n bijzondere akoestiek bezitten. Ik zette mijn handen aan mijn mond en riep omhoog: ‘Wie is de koning van Wezel?’ Helaas kreeg ik opvallend weinig respons.
Van de film zelf heb ik weinig tot niets begrepen. Ik kreeg sterk de indruk dat Coppola op zijn oude dag niet uit het verhaal was gekomen en toen maar besloten heeft moderne kunst te maken. Dat wil zeggen dat de handeling van hot naar her springt en dat er af en toe personages binnenzeilen die verder niets te maken lijken te hebben met de voortgang van het verhaal. Waarom bijvoorbeeld Dustin Hoffman als ene Nush Berman in de film rondloopt, is mij een raadsel. Ergens las ik dat Coppola hem een rol heeft aangeboden en pas later erachter is gekomen dat hij het bewuste personage helemaal niet nodig had. Maar toen kon hij zo’n beroemdheid als Hoffman niet meer laten vallen.
Het zijn de overweldigende beelden waardoor je af en toe net niet in slaap valt. De ondergang van het Romeinse Rijk als de metafoor voor de toekomst van New York en de Verenigde Staten ligt erg voor de hand. Volgens verschillende recensenten eindigt de film hoopvol, maar eerlijk gezegd heb ik dat niet gedestilleerd uit de kakofonie van scènes, beelden en geluiden. Mij leek het vooral dat Coppola met veel omhaal Griekse en Romeinse verhalen in een grote blender heeft gestopt en toen heeft gekeken wat eruit kwam druipen. Stirred and not shaken, dat krijg je ervan: een smakeloze drab.
Te midden van dit alles wordt ook Marcus Aurelius van stal gehaald, de laatste der vijf ‘goede’ Romeinse keizers, die leefde van 121 tot 181 na Christus. Inderdaad een zeer merkwaardige figuur. Hij voerde zijn hele leven oorlog, naar men zegt noodgedwongen en tegen zijn zin, aangezien hij de mens liefhad en altijd naar recht en rechtvaardigheid streefde. Het kan best zijn dat Marcus Aurelius het zinnebeeld is van een humanistisch stoïcisme, maar ik heb mij weleens afgevraagd of iemand die zijn hele leven met legertjes aan het vechten is, op het laatst toch ook niet een beetje lol heeft gekregen in het dodelijke spoor dat hij naliet.
In de film lijkt het soms of pagina’s uit een citatenboekje over ons worden uitgestort. Het dagboek van Marcus Aurelius, dat onder titels als Overpeinzingen of Meditaties, de geschiedenis is ingegaan, leent zich daar ook uitstekend voor. Sterker nog: dat dagboek is de laatste jaren het vertrekpunt geworden van honderden zelfhulpboeken. Wie wil weten hoe je moet leven, hoe je gelukkig moet worden, succes kunt hebben en tegelijk nederig kunt blijven, leze Marcus Aurelius. Zo verscheen dit jaar Innerlijke kracht, een boek over persoonlijk leiderschap in de geest van Marcus Aurelius, geschreven door de schaatskampioen Mark Tuitert. Hij helpt u verder op de 1500 meter des levens. Bij Coppola komt u toch een beetje bedrogen uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns