Afgelopen maandag werd Thuiszitters tellen 2024, een ander licht op passend onderwijs gepresenteerd, een alarmerend rapport van Oudervereniging Balans, de landelijke belangenvereniging van ouders van kinderen en jongeren die ‘net iets meer of anders nodig hebben bij het leren of in de opvoeding’. Kinderen die bijvoorbeeld autisme of adhd hebben, hoogbegaafd of zwakbegaafd zijn; de buitenbeentjes die geregeld niet passen in ons onderwijssysteem.
Op deze plek heb ik – zelf moeder van een thuiszitter met autisme – al jaren aandacht gevraagd voor de problemen rond passend onderwijs. Van het leerrecht, zoals bedoeld in verschillende internationale verdragen waaraan Nederland gebonden is, komt bar weinig terecht. De ‘conservatieve schatting’ van het aantal thuiszitters door Balans komt inmiddels uit op 70 duizend. Daarnaast zijn 279 duizend kinderen verstoken van volwaardig onderwijs.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Onderdeel van het rapport is een enquête onder ruim duizend ouders van thuiszitters. Schokkend is dat maar liefst 37 procent van de ouders te maken heeft (gehad) met zogenaamde ‘dwang en drang’ maatregelen, ondanks het jarenlange debat hierover. Drangmaatregelen zetten ouders en/of jongeren onder druk om een bepaalde beslissing te nemen of hulpverlening te accepteren. Verplicht een doodsbang kind naar een niet-passende school sturen bijvoorbeeld, of de omstreden ABA-therapie opleggen.
Afgezien van de grote zorg om het kind, zijn ouders benauwd dat er overgegaan wordt tot dwangmaatregelen: een uithuisplaatsing of een ondertoezichtstelling. Het is misbruik van de sterke arm van ons jeugdbeschermingssysteem, bedoeld voor ernstig misbruik of mishandeling, voor leerplichtconflicten. In 2020 vond toenmalig onderwijsminister Arie Slob dat er geen VeiligThuis-meldingen gedaan mochten worden bij conflicten over passend onderwijs. Hier is weinig van terecht gekomen.
De gevolgen voor schoolbesturen zijn klein. Er zijn geen directe financiële consequenties wanneer een kind uitvalt: de school hoeft het ontvangen onderwijsgeld niet terug te betalen of te besteden aan alternatief onderwijs. De Onderwijsinspectie voert in individuele gevallen zelden tot nooit toezicht uit. Een leerplichtambtenaar oefent vooral druk uit op ouders, maar kan het schoolbestuur geen sancties opleggen.
Een inzichtelijke vraag uit de enquête is hoe het kind school ervoer voordat het uitviel. Volgens de ouders gaven hun kinderen aan niet gehoord, niet gezien en niet begrepen te worden op school. Zeer vaak gaven ze ook aan zich niet veilig te voelen op school. Schokkend is dat 316 kinderen zelfs aangaven niet meer te willen leven vanwege school. Zo traumatisch kan het schoolse leven van uitvallende kinderen zijn.
En het thuiszitten? Ouders geven aan dat na schooluitval gevoelens van rust en opluchting overheersen. 155 ouders geven aan dat hun kind nooit meer naar school wil.
Opvallend is de kritiek op de ‘framing’ van thuiszitten, ook in bijvoorbeeld rapporten van de landelijke Kinderombudsman en de Kinderombudsman Rijnmond. Ten onrechte wordt er meestal van uit gegaan dat ‘het probleem’ ontstaat op het moment dat een kind niet meer naar school gaat. Voor het slopende proces dat voorafgaat aan schooluitval, is nauwelijks aandacht.
Dat de oplossing van thuiszitten nog voortdurend gezocht wordt in de overtuiging ‘elk kind terug naar school’, negeert het feit dat dit voor sommige kinderen helemaal geen haalbare of gezonde optie meer is. Het intimideert ouders en kinderen die zich gedwongen voelen koste wat het kost naar school te moeten gaan. Als een kind ernstig depressief is geraakt op school en thuis tot rust is gekomen, kan een vorm van thuisonderwijs of alternatief onderwijs passender zijn dan schools onderwijs. Leer- en ontwikkelrecht is iets anders dan schoolplicht. Niet voor niets zie je in het buitenland dat ouders voor hun zeer prikkelgevoelige, autistische kinderen voor vormen van thuisonderwijs kiezen.
Oudervereniging Balans en veel ouders vinden de term ‘thuiszitters’ ongelukkig gekozen. Alsof de problemen thuis zijn, in plaats van in het onderwijssysteem. ‘Zitten’ wekt bovendien het beeld dat een kind alleen nog maar gamend op de bank hangt, terwijl ouders er vaak van alles aan doen om ontwikkeling en leren toch nog op gang te brengen. Sommige kinderen komen juist thuis tot bloei.
De zaken moeten anders aangepakt worden in het belang van deze kinderen. Ook als dat buiten de comfortzone van het huidige onderwijssysteem valt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns