De Nederlandse handbalploeg heeft maandag op het EK gedaan wat het moest doen tegen Zwitserland. De ploeg van bondscoach Henrik Signell won met 29-37 en staat voor een zenuwslopende strijd om de tickets voor de halve finales.
Het nog puntloze Zwitserland was op papier voor Oranje een tussendoortje op weg naar de apotheose van de hoofdfase. Zwitserland was al uitgeschakeld, terwijl Nederland nog in een hevige strijd verwikkeld is voor een plek bij de laatste vier.
Nederland speelt nu nog één wedstrijd, komende woensdag tegen Denemarken. Die ploeg heeft momenteel twee punten minder dan Nederland, maar komt later op maandag nog in actie tegen Slovenië.
Als nummer één Noorwegen geen fouten maakt, wordt Nederland-Denemarken min of meer een finalewedstrijd. De winnaar van dat duel gaat in dat geval achter Noorwegen als nummer twee door.
De ontmoeting tegen Denemarken is dé kans voor Nederland om revanche te nemen voor de nederlaag op de Olympische Spelen afgelopen zomer. In Parijs was Denemarken in de kwartfinales een maatje te groot voor de wereldkampioen van 2019 (29-25).
Tegen Zwitserland was uitgerekend Zoë Sprengers in de eerste helft de uitblinker. De hoekspeelster, die vlak voor de Olympische Spelen moest afhaken met een spierblessure, maakte zes doelpunten.
Met dat aantal was Sprengers voor rust topscorer namens Nederland, waarop in aanvallend opzicht weinig aan te merken was. Verdedigend was Nederland echter opnieuw vrij kwetsbaar, wat resulteerde in een 17-24-voorsprong bij rust.
Ook in de tweede helft kon Nederland in defensief opzicht niet bepaald imponeren, al lukte het de ploeg van Signell wel om Zwitserland op afstand te houden. Het spel werd bovendien fysieker: de Zwitserse Tabea Schmid en Judith van der Helm kregen rood.
Sprengers eindigde de wedstrijd als topscorer met zeven doelpunten. Haar treffers én een betere defensie heeft Nederland nodig tegen Denemarken om voor het eerst sinds 2019 de halve finale van een groot toernooi te bereiken.
Source: Nu.nl sport