Een wereldprimeur beloofde ik vorige week! En ik had moeten weten dat er daar steeds minder van zijn. Als Nederland besluit een belasting te gaan heffen op landbouwgif (over dit woord straks meer), sluit het gewoon achteraan in een Europese rij waarin Denemarken, Frankrijk, Noorwegen en Zweden ons (allang) zijn voorgegaan. Niks wereldprimeur.
En dit is niet de enige reden om terug te komen op de Knikker van vorige week. Want over hoe die belasting werkt in deze landen – hoe doeltreffend en doelmatig die is – blijkt al een keurig rapport te zijn verschenen van onderzoeksbureau Ecorys. Een dik jaar geleden verscheenVervolgonderzoek inzet heffingen in transitie weerbare teeltsystemen, in opdracht van het ministerie van Landbouw.
De conclusie van de economen van Ecorys: een prima plan, dat belasten van de spuitmiddelen, en doe het dan vooral zoals de Denen want die hebben het beste systeem, blijkt in de praktijk.
Eén: het tarief moet goed hoog zijn, anders passen de spuiters hun gedrag niet aan. Twee: het tarief moet gedifferentieerd worden. Hoe groter de (negatieve) invloed van een middel op mens en natuur, des te hoger het tarief. Het is dan ook niet handig (zoals ik vorige week in mijn onwetendheid hiervan schreef) om een belasting per kilo in te voeren, want gewicht zegt niets over schadelijkheid. In Nederland gebruikt men voor het vaststellen van de schadelijkheid ‘milieubelastingspunten’ en die worden bijgehouden.
Drie: geef de opbrengst van de spuitmiddelenbelasting terug aan de landbouwsector. Vier: koppel de introductie van de belasting aan hulp aan boeren om om te schakelen naar andersoortige teelt of teelt van andere producten. Dit is dus een betere vormgeving van de belasting dan die ik vorige week suggereerde.
De introductie van de belasting past prima in een toekomstvisie voor 2030 (opgesteld in 2020) door een waslijst aan partijen, onder wie de Nederlandse overheid, boerenlobby LTO en lobbyclub Natuur & Milieu. Volgens de partijen zijn er drie strategische doelen. ‘Planten en teeltsystemen zijn weerbaar’, is de eerste. ‘Land- en tuinbouw en natuur zijn met elkaar verbonden’, is de tweede. ‘Nagenoeg zonder emissies naar het milieu en nagenoeg zonder residuen op producten’ is de laatste. Loffelijk streven, lijkt me.
Wat bij het realiseren van dit streven niet behulpzaam is, lieten diverse lezers weten, is als onwetenden als ik dan gaan schrijven over ‘kilo’s landbouwgif’. Want die kilo’s doen er dus niet toe, het gaat over de milieubelasting(spunten) per hectare. En, anders dan die kilo’s, zijn die milieubelastingspunten sinds begin deze eeuw enorm afgenomen, al is aan die daling wel een einde gekomen. Voor de visie 2030 werkelijkheid wordt moeten er nog heel wat milieubelastingspunten geschrapt worden.
En gif? Ten eerste gaat het om zowel natuurlijke als door de mens gemaakte (chemische) bestrijdingsmiddelen. Ten tweede: gaan we antibiotica dan voortaan ook ‘mensengif’ noemen? En een vlooienband voor de poes ‘huisdierengif’. ‘Gewasbeschermingsmiddel’ is het ene ‘frame’; ‘gif’ het andere.
Ik vind dat terechte kritiek. En het laatste wat we in Nederland nodig hebben is meer ‘frames’ en meer polarisatie. Liever: beter inhoudelijk debat op basis van feiten en argumenten. Daar past een open houding bij, dus het erkennen van kritiek als die terecht is, en het omarmen van nieuwe informatie als die relevant is. Het doel moet zijn om in Nederland meer welvaart te creëren door doeltreffend en doelmatig beleid – dát hebben we nodig. Een belasting op bestrijdingsmiddelen in de landbouw is daar een prachtig voorbeeld van.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns