Home

Het ingewikkelde van radicaal-rechts blijft toch de dubbelhartigheid (3)

Aan de bar zijn de gezichten naar de kleine televisie gericht, want Anderlecht speelt tegen Gent (6-0), maar daar komen ze niet voor. Ze komen voor de kameraadschap, het bier en de politiek, die alomtegenwoordig is, ook op een gewone zondagavond.

Vlaams Huis is het partijcafé, ‘socialisten zul je hier niet zien’, zegt de man die naast me zit. Het is er alle dagen druk onder de gotische belettering die ook binnen is aangebracht. De klanten zijn praatgraag, maar anders dan de partijprominenten zien ze hun naam liever niet terug in de krant. Forza Ninove mag dan de dienst uitmaken in de stad, het blijft wat ongemakkelijk.

Elke extreem-, radicaal-, populistisch-, nationalistisch- of conservatief-rechtse partij, hoe je ze ook noemt, kampt met een vorm van dubbelhartigheid: de harde woorden die ze gebruiken klinken in de praktijk vaak zacht. Dat is in België zo, in Duitsland en in Nederland – en zelfs in dit café.

Het fundament van Forza Ninove is weerzin tegen Franstalige vreemdelingen. ‘Vlaanderen weer van ons’ staat op de muur geschreven; als succesvolle tak van het Vlaams Belang kwam leider Tom van Grieken er graag langs. Tegelijk is het gewoon een buurtcafé. De mensen drinken pils, het liefst uit flesjes; de bierglazen met de beeltenis van de nieuwe burgemeester erop staan als trofeeën in de uitstalkast.

De man naast me is een vriendelijke Ninovieter, werkzaam in het magazijn van een supermarkt. ‘Alles veranderen kun je toch niet,’ zegt hij over de politieke aardverschuiving in de stad, waar Forza nu alle bestuurders levert, ‘maar ze gaan in elk geval hun best doen’.

Veiliger, schoner en Vlaamser, is de belofte: geen sociale huurhuizen meer voor nieuwe migranten, voertaal Nederlands bij de stadsdiensten, einde aan ‘subsidievoordelen’ voor ‘allochtonen en vreemdelingen’, taalkampen voor anderstalige kinderen. Winkeliers mogen enkel de Nederlandse taal gebruiken en worden ‘aangemoedigd’ hun zaak een Nederlandse naam te geven, geen halalmaaltijden meer op school in de strijd tegen de ‘islamisering’.

De barvrouw stond op de lijst voor Forza en heeft Servische migranten als buren, maar dat is anders, dat gaat goed samen, ‘die zijn hierheen gekomen om een beter leven voor hun kinderen’, ‘die dragen bij en passen zich aan’. Later: ‘Het is gewoon niet de bedoeling dat wij ons aanpassen aan hen. Ben ik dan een racist? Wij worden altijd zo zwart-wit gezien.’

De man naast me knikt, hij was vijftien jaar met een Marokkaanse, ‘mijn beste lief ooit’. Zij was 16, hij 20, zij leerde hem Frans en hij leerde haar Nederlands. Zij leerde hem couscous koken, hij leerde haar varkensvlees bereiden. ‘Maar zij is een Belgische, hè, ze is hier gewoon naar school geweest.’

Weg met de immigranten, maar niet met onze immigranten, het is de bekende paradox. Partijleider Guy D’haeseleer vertelde me eerder trots over een Marokkaans gezin dat lid is van Forza, en ook de klanten van het Vlaams Huis eten graag pizza bij restaurant Milano, dat gerund wordt door Franssprekende Albanezen die limoncello van het huis serveren.

Dubbele gedachten: de man aan de bar is bang voor ‘de toestroom’ en ‘bende-oorlogen’ zoals die zich zouden voordoen in andere steden, maar begrijpt tegelijk de migranten die naar Ninove komen: ‘Dat zijn geen slechte mensen, die willen alleen maar op hun gemak leven en niet in overvolle Brusselse wijken.’

Hij zegt: ‘Je moet van elkander leren in het leven.’

Harde taal, verzacht. Tot ik ’s avonds laat een winkelier met een migratieachtergrond tegenkom van wie de naam ook beter buiten de krant blijft. Zijn gezicht verstrakt als ik vertel over het Vlaams Huis; hij woont 24 jaar in Ninove en voelt de sfeer veranderen nu ‘extreemrechts’ aan de macht is. Hij merkt het aan zijn klanten, soms is hij bang, ook om zijn kinderen die hier zijn geboren en opgegroeid. Het nieuwe stadsbestuur ‘is er niet voor ons’, ze zijn er niet voor de andere helft van de stad ‘die wat van z’n leven probeert te maken’.

Nee, zegt de winkelier, ze vinden zichzelf geen racisten. ‘Maar uiteindelijk moeten ze ons niet.’

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next