Denkfouten in het hedendaags ontwerp gefileerd door ontwerpwetenschapper Jasper van Kuijk. Deze week: retrologo’s.
Ajax keert terug naar zijn oude, klassieke logo en gaat dus van heldere belijning naar een wazige set krasjes. Het oude beeldmerk, een ets-achtige afbeelding van de mythologische Griekse held, stamt uit 1928. In 1991 werd het vervangen door een gestileerde versie daarvan, bestaande uit elf (want elftal) strakke lijnen. De terugkeer van het klassieke logo was een langgekoesterde wens van de Ajax-fans, die in de nieuwe, strakkere versie de verkilling en verzakelijking van hun club zagen.
De retro-actie van Ajax doet denken aan de restyling van het Peugeot-logo in 2022, waarvoor het bedrijf ook een historische eerdere versie als basis gebruikte. Wat opvalt, is dat beide nieuwe-oude logo’s een veel groter detailniveau hebben dan hun voorgangers. Het Ajax-logo spant daarbij de kroon, met alle fijne ets-krasjes: zo veel details en zo weinig contrast dat er eigenlijk niks van overblijft als je het verkleint.
En laat dat nou juist zijn wat er vaak met logo’s gebeurt, ze klein afbeelden. Een logo van een voetbalclub op de borst van een speler is van afstand gezien miniem. En zo’n clublogo moet ook bij de competitiestand staan, samen met de logo’s van alle andere clubs en dus klein. Voor Peugeot geldt dat autologo’s op de neus van een auto op afstand en in een flits herkenbaar moeten zijn. Dat is met het nieuwe retro, gedetailleerde en donkere Peugeot-logo allerminst het geval.
Een goed logo is onderscheidend in twee opzichten: het moet onderscheidend zijn en onderscheiden kunnen worden. Een logo moet herkenbaar en origineel zijn, zodat de organisatie erachter zich onderscheidt van andere organisaties; dat het duidelijk is dat we hier te maken hebben met KPN en niet met een andere telecomboer. Maar om origineel en herkenbaar te kunnen zijn moet een logo ook leesbaar zijn, onderscheiden kunnen worden.
Over de auteur
Jasper van Kuijk is ontwerpwetenschapper en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Daarvoor moet je rekening houden met de omgevingen waarin het logo te zien zal zijn en het daarop ontwerpen. Dat gaat mis bij bijvoorbeeld Air France-KLM. Op vliegvelden staat het logo op vertrekstaten en dan is er per vliegmaatschappij maar een klein vierkantje beschikbaar. Als je dan een langwerpig logo hebt, blijven er heel kleine letters over en veel witruimte.
Qua onderscheidend zijn zit het met de logo’s van Ajax en Peugeot wel goed. Je verwart ze niet snel met die van andere clubs en automobielfabrikanten. Dat wil zeggen: als ze onderscheiden kunnen worden. Maar dat zal de supporters van Ajax vermoedelijk een zorg zijn, want voor hen is een andere functie belangrijker: uitstraling. Dat een logo de organisatiecultuur uitdraagt. Het erfgoed, de sfeer, de merkwaarden. En dat doet die oude wazige ets volgens de supporters veel beter dan elf strakke lijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns