Home

Zonder plankton had de aarde er heel anders uitgezien. En waren wij er nooit geweest

Iets zegt me dat politiek leiders zelden uitgebreid nadenken over plankton. Dat is een vergissing, want plankton is fantastisch. Staat u me een kleine lofzang toe. Het woord plankton komt van het Griekse planktos. Dit betekent zoiets als ‘ronddwalend’, wat slaat op wat alle plankton gemeen heeft: het gaan doorgaans niet echt ergens naartoe, maar dobbert wat rond, lekker met de stroming mee.

Er zijn ontelbaar veel soorten, zowel plantjes als diertjes, velen microscopisch klein, anderen groot, zoals een bijzonder lusteloos soort kwal die meer dan veertig meter lang kan worden. Er zit plankton in meren, in rivieren, zelfs in plassen regenwater. En, belangrijk, in zeeën en oceanen, waar ze de basis zijn van eigenlijk de hele voedselketen. Zonder plankton is de zee een dode bups water.

Schrijver Ferris Jabr beschrijft in een essay in The Guardian hoe hij op een boot voor de kust van Rhode Island toekijkt terwijl een oceanograaf water opschept in een soort zak van fijnmazig net. Op het eerste gezicht, schrijft hij, lijkt het erop dat er een soort stofdeeltjes in het water zitten. ‘Maar toen ik beter keek, zag ik dat het water leefde. De kleine stipjes die ik voor stof hield, waren niet aan het zweven – ze waren aan het wiebelen.’ Voor alle planktonsoorten die je kunt zien, legt de oceanograaf hem uit, zijn er minstens tien en misschien wel honderd die je niet kunt zien. Met grote ogen: ‘Bedenk eens hoeveel leven er zit in dit water’.

Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar daar houdt de onversneden gaafheid van plankton niet op. Plankton heeft een gunstig, dempend effect op het klimaat op aarde. In warme periodes haalt het veel CO2 uit de lucht, die als koolstofrijke planktonpoep en -lijkjes naar de zeebodem zinkt, waardoor het afkoelt. Tijdens ijstijden doet plankton dat, heel attent, juist niet.

Nog iets tofs: lang voordat er planten en bomen waren, begon plantjesplankton zuurstof te produceren. Dat veranderde alles, planeet-technisch gezien, en maakte zo het leven op aarde dat we kennen mogelijk. En ook nu nog vindt een groot deel van alle fotosynthese plaats in de cellen van deze oceaandwalers; ruwweg de helft van alle zuurstofproductie op aarde danken we aan plankton.

Je zou dus denken dat de boven ons gestelden plankton zouden koesteren. Zelfs een standbeeld lijkt mij persoonlijk niet onterecht – maar helaas. Is het misschien te klein? Te onzichtbaar? Aan de andere kant: veruit het meeste geld kun je ook niet zien, en er is weinig waar politici meer belang aan hechten.

Vorige maand trokken planktonwetenschappers aan de bel: het gaat niet goed met de foraminiferen; een piepkleine soort met een schelp van kalk. Ze hebben last van de klimaatcrisis: de CO2 die de mensheid uitstoot maakt oceanen zuurder – dat is niet fijn voor hun schelpje – en warmer. Dat laatste zorgt ervoor dat ze geen zin meer hebben in foraminiferen-seks en dat ze uit stress zijn begonnen met verhuizen; met een snelheid van tien kilometer per jaar schuiven ze hun leefgebied op richting de polen. Dat is vrij heftig voor een ieniemienie-soort die normaal gesproken alleen dobbert. Ik stel me voor dat dit is hoe plankton in paniek zich gedraagt.

Een onderzoeker noemt deze ukkies een kanarie in de kolenmijn; een waarschuwing voor de drastische effecten die de klimaatcrisis heeft op onze oceanen. Ik weet niet of de leiders die aanschoven bij de klimaattop in Bakoe het daar over hebben gehad. Maar aangezien er 1700 lobbyisten voor de fossiele industrie aanwezig waren, vermoed ik dat het vaker is gegaan over oliebelangen en geld dan over hoe bijzonder het leven op aarde is, en hoe ontroerend alles met elkaar verbonden is. Hoe dan ook werden er geen afspraken gemaakt waar plankton iets aan heeft.

Dit is een verdrietige weeffout, maar wel een die we kunnen herstellen. Mijn voorstel: als er op een klimaattop plek is voor 1700 lobbyisten, zullen we die dan de volgende keer niet gunnen aan de fossiele industrie, maar aan het leven op aarde? Geef alle bedreigde natuur een eigen pleitbezorger. Een lobbyist voor wilde bijen. Voor de Amazone. Voor de gletsjers op Kallaalit Nunaat. En een lobbyist voor plankton. Of twee. En een standbeeld. Want zonder plankton had de aarde er heel anders uitgezien. En waren wij er nooit geweest.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next