Home

Fabriek van Air Products in Rotterdam

Zelfs als de Nederlandse industrie al haar verduurzamingsplannen weet uit te voeren, haalt de sector zijn klimaatdoel voor 2030 niet. De afgelopen twee jaar zijn veel vergroeningsprojecten gesneuveld.

Opgeteld hebben industriële bedrijven plannen voor 19 miljoen ton aan CO2-reductie tot 2030, blijkt donderdag uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), onderzoeksinstituut TNO en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Om het industriële klimaatdoel te halen zijn miljoenen tonnen meer nodig.

De analyse van het PBL is gebaseerd op strategiedocumenten die dit jaar zijn opgesteld door de Nederlandse industrieclusters. Een eerdere versie van die strategieën liet nog een optimistischer beeld zien.

Maar in de afgelopen twee jaar is voor 7 miljoen ton aan uitstootreductie uit de plannen verdwenen. Volgens het PBL komt dat deels doordat projecten zijn geschrapt en deels doordat de plannen van bedrijven eerder te optimistisch werden ingeschat.

Normaal gesproken geven de plannen van de industrie juist een vrij rooskleurig beeld, omdat hier ook projecten tussen zitten die uiteindelijk niet doorgaan. Dat zelfs de eigen industrieplannen niet optellen tot voldoende vergroening is dus slecht nieuws, zegt PBL-onderzoeker Gabriël Koole tegen NU.nl. "Het is geen fijne boodschap, maar het is wel de stand van zaken."

Het halen van het industriële klimaatdoel in 2030 is volgens het rapport hoogst onwaarschijnlijk, zoals vorige maand ook al bleek uit een doorrekening van al het Nederlandse klimaatbeleid. Vermoedelijk zal een deel van de verduurzamingsplannen van bedrijven niet of niet op tijd zijn uitgevoerd.

Minder dan de helft van de geplande uitstootvermindering komt van projecten die al in een vergevorderd stadium zijn. De meeste plannen bevinden zich nog in de beginfase. "Het is onwaarschijnlijk dat al deze projecten in 2030 gerealiseerd zijn", zegt Koole.

Om dat wel mogelijk te maken, moet keihard aan de weg worden getimmerd. Er zijn allerlei nieuwe hoogspanningskabels, elektriciteitsstations en CO2-pijpleidingen nodig om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen en om CO2-opslag onder de Noordzee mogelijk te maken. Maar naar verwachting is niet al die infrastructuur op tijd af.

Bovendien is onduidelijk of alle projecten betaalbaar zijn voor de betrokken bedrijven. Zo heeft de industrie bij elkaar plannen voor zeven keer zo veel groene waterstofproductie als volgens het PBL realistisch is. De productie van dit duurzame gas komt niet op gang doordat het nog zeer duur is. De afgelopen jaren zijn veel waterstofprojecten in de ijskast gezet, terwijl voor het halen van de klimaatdoelen juist een versnelling nodig zou zijn.

Voor de overheid is het vooral zaak de benodigde infrastructuur zo snel mogelijk uit de grond te stampen, zegt Koole. Makkelijk zal dat niet worden: er is een tekort aan personeel en ruimte, en juist een overvloed aan lange vergunningsprocedures. Het zijn dezelfde problemen die het PBL twee jaar geleden ook al signaleerde. "Alleen nu zijn ze in urgentie toegenomen", zegt de onderzoeker.

Veel bedrijven vinden dat netbeheerders onvoldoende duidelijk maken wanneer zij de benodigde infrastructuur voor elektriciteit en waterstof gaan aanleggen. Volgens het PBL is sprake van een kip-eiprobleem: bedrijven wachten op de plannen van netbeheerders, terwijl netbeheerders voor hun plannen wachten op de verduurzamingsstappen van bedrijven.

Het opstellen van industriële energiestrategieën moest dit probleem juist doorbreken, maar er blijft veel onzeker. Ook doordat sommige projecten al flinke vertraging oplopen, zoals een serie buisleidingen en stroomkabels tussen Rotterdam, Limburg en Duitsland. Die is vier jaar uitgesteld tot 2032. Het maakt het voor bedrijven steeds lastiger om nog voor 2030 te vergroenen.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next