Iedere vijf jaar beleeft de Europese Commissie een magische zomer in de maanden volgend op de Europese verkiezingen. Het mandaat van de kiezer is dan nog vers. De oude Commissie staat met de deurklink in de hand bij de uitgang. De nieuwe Commissie is er nog niet, behalve dan haar voorzitter die net door het parlement is gekozen – steevast met een programma met torenhoge ambities.
In die zomer gaat een toegewijde groep mensen in de Europese Commissie aan de slag met die mooie voornemens. De opdracht van de kiezer moet vertaald worden. Een buitenkans. In die eerste zomermaanden, als lidstaten er nog niet doorheen fietsen en de gevestigde belangen het nieuwe parlement nog niet kapotlobbyen, heb je een unieke kans om te ontsnappen aan de dwangbuis waarmee veel Europese plannen ingesnoerd worden: het haalbare, afgezwakte compromis. Eindelijk ben je niet beperkt tot een accentverschuiving op de status quo, maar kun je opschrijven wat er echt nodig is.
Vijf jaar geleden draaiden de Europese verkiezingen om klimaatverandering en werd de daarop volgende zomer benut door Frans Timmermans om de Green Deal te schrijven. Een duurzame energievoorziening rond 2040, een circulaire economie en een einde aan de vervuiling van lucht water en bodem. Perfecte plannen bestaan niet en ook de Green Deal kent zijn zwakheden, maar de meest ambitieuze en consistente duurzaamheidsstrategie in de geschiedenis van Europa heeft het continent onomkeerbaar op het pad naar een schone economie gezet.
Geen dag te vroeg, zo bleek na de Russische inval in Oekraïne. De EU scheerde langs de afgrond van een energiecrisis, maar wist, mede dankzij de snelle opmars van duurzame bronnen, te ontsnappen.
Over de auteur
Diederik Samsom is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Afgelopen juni gingen de Europese verkiezingen niet over klimaat. Burgers hadden andere zorgen. Migratie en eroderende bestaanszekerheid maken angstig. Het zelfvertrouwen en de concurrentiekracht van dit snel verouderende werelddeel staat onder druk. Oud-president van de Europese Centrale Bank Mario Draghi ging aan de slag en geheel in de traditie van de ‘magische zomer’ kwam hij in september met een ambitieuze oplossing. Ook hij ontweek het morsig compromis, maar schreef op wat er nodig is: investeer gezamenlijk 5 procent van de Europese welvaart extra in nieuwe duurzame en digitale technologie. Een modern Europees Industriebeleid.
Draghi leverde zo het verlate businessplan voor de Europese Green Deal. Met de moed van een ondernemer die zijn bedrijf redt door niet te snijden in de kosten, maar extra te investeren in nieuwe producten. De door inflatie, oorlog en opstandig electoraat murw gebeukte Europese leiders durfden dat de afgelopen jaren even niet voor te stellen. Hoopgevend is dus dat nieuwe verkiezingen blijkbaar ook weer nieuwe moed geven. Voeg er een ervaren politicus en een ‘magische zomer’ aan toe, en je hebt een plan. Zo bekeken werkt Europese democratie eigenlijk best aardig.
Nu de uitvoering nog. De mooie zomer is achter de rug. Wolken pakken zich samen. De cynici schudden hun hoofd. Kijk naar de dolende auto- en staalindustrie. Zie de stagnerende waterstofontwikkeling. Bovendien willen Nederland, Duitsland en Scandinavië helemaal geen gezamenlijke investeringen. Dit wordt niks.
Dat is echter te vroeg gesomberd. Er is geen reden om de handdoek in de ring te gooien. Integendeel. De spectaculaire opmars van duurzame technologie hapert soms, maar trekt alweer aan. Vooral dankzij versneld dalende kosten, met name buiten Europa overigens. Dat maakt Draghi’s bedrijfsplan voor Europa zowel aantrekkelijker als noodzakelijker. We kunnen én moeten haast maken met nieuwe technologie, willen we de boot niet missen.
Ook politiek daalt dat nu in. Nederland is nog altijd hartstikke tegen. Maar dit weekend zei Denemarken, Neerlands’ meest vrekkige geestverwant, dat het wel wil meebetalen aan Europees industriebeleid. Na de Duitse verkiezingen in februari zal de waarschijnlijke ‘Grote Coalitie’ van CDU en SPD hetzelfde doen. Nederland volgt dan meestal snel.
De belangrijkste vraag is wat we in de tussentijd doen. Ik vrees voor luidruchtig tijdverlies. Nederland baalde en draalde al eerder bij Europese investeringen, het coronaherstelfonds en dreigt daarop nu miljarden mis te lopen. De inzet is nu veel groter, het weg-met-EU-populisme helaas ook. Terwijl andere landen al wel enthousiast aan de slag zijn met ‘Draghi-voorstellen’ voor hun industrie van de toekomst. Wie schudt Nederland wakker?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns