Home

Journalisten moeten onverstoorbaar hun waakhondfunctie blijven vervullen

Deze week kregen we bezoek van Martin Baron, oud-hoofdredacteur van The Boston Globe en The Washington Post, aan wie ik vier weken terug, vlak voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, ook al een weekbericht wijdde. Baron vertelde hoe Steve Bannon, toen nog de trouwe strijdmakker van Donald Trump, de pers ‘de oppositie’ doopte, de tegenstander.

Baron heeft zichzelf altijd als onafhankelijk scheidsrechter gezien. Als hoofdredacteur probeerde hij de macht te controleren door feiten te achterhalen en zin en onzin van elkaar te scheiden, zonder enige politieke agenda. Door Trump en zijn aanhang werd hij ineens gezien als politiek orgaan.

Baron maakt zich grote zorgen over de uiteindelijke gevolgen daarvan. Hij houdt er rekening mee dat Trump straks niet alleen achter zijn politieke tegenstanders aan gaat, maar ook achter journalisten. Trump heeft al beloofd dat hij journalisten zal opsluiten. Baron ziet geen reden waarom hij deze belofte niet zou nakomen.

De oud-hoofdredacteur van NRC, Folkert Jensma, ziet dat in Nederland ook als een mogelijkheid, liet hij in zijn afscheidsinterview weten. ‘Het zou me niet verbazen als ze me een keer komen halen omdat ik de verkeerde dingen heb geschreven en daarmee het gezag heb geïrriteerd.’

Daar ben ik vooralsnog niet bang voor, maar dat in delen van de samenleving een zorgelijk en soms gevaarlijk beeld van de journalistiek ontstaat, merk ik vrijwel dagelijks.

Mijn jeugheld Ernst Jansz bijvoorbeeld, oprichter, toetsenist en zanger van de band Doe Maar, zei onlangs in Het Parool: ‘De lockdown, de avondklok, de ouderen die eenzaam crepeerden in het verpleeghuis, de jongeren die depressief werden: is ons vermogen om zelfstandig te denken dan echt helemaal verdwenen? De media, de Volkskrant en NRC voorop, namen de propaganda van de overheid klakkeloos over.’

Dat klopt niet. Alleen in het begin van de pandemie tastten we in het duister en vonden we het verstandig de adviezen van het RIVM te volgen, maar al snel stelden we juist voortdurend kritische vragen over de vaak desastreuze gevolgen van de lockdown, ook in hoofdredactionele commentaren. Zo schreef ik begin 2021 een commentaar tegen de avondklok omdat het een ‘te grote inbreuk op de persoonlijke vrijheid’ was. ‘In wezen zet je mensen gedurende acht uur van de dag gevangen.’

Tijdens de coronapandemie is bij sommigen het idee ontstaan dat media als de onze niet de kritische controleurs, maar eerder de handlangers van de macht zijn. Wie verlangt naar omverwerping van ‘het systeem’ – wat dat dan ook precies moge zijn – ziet ook de journalistiek als de vijand, omdat die als onderdeel daarvan wordt beschouwd.

Dat zie je in de VS, in Duitsland en ook hier, zij het wat minder grootschalig.

Journalisten worden lang niet door iedereen als onafhankelijke scheidsrechter gezien. Sommigen zien ons eerder als thuisfluiters die de eigen politieke club continu zouden bevoordelen. Nu maken we zoals elke scheidsrechter weleens fouten, maar we hebben geen politieke doelen. Ons primaire doel is de wereld van nu zo precies mogelijk te beschrijven en zin en onzin van elkaar te scheiden.

We zijn niet de enige maatschappelijke scheidsrechter die onder vuur ligt. Door de polarisatie neemt het vertrouwen in het objectieve oordeel sowieso af. Ook rechters en onafhankelijke adviseurs hebben daar last van. Michael Lewis, schrijver van onder meer Liar’s poker en The Big Short, wijdde er een hele podcastserie aan: Ref, you suck!

De grootste fout die je volgens Baron kunt maken, is om ook echt de oppositie te worden, in zijn geval door als journalistieke organisatie campagne tegen Trump te voeren. Journalisten moeten gewoon onverstoorbaar hun waakhondfunctie blijven vervullen, is zijn overtuiging. En die overtuiging delen wij.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next