Home

Hopelijk lukt het Trump om China op andere gedachten te brengen

Nog voordat Donald Trump is beëdigd als de nieuwe president van de Verenigde Staten, dreigt hij met invoerheffingen vanuit zijn resort in Florida, Mar-a-Lago. Canada, Mexico en China moeten het ontgelden. Als die de stroom van drugs en migranten naar de Verenigde Staten niet stoppen, wil Trump vanaf dag één een invoerheffing opleggen op alle producten die vanuit die landen komen.

Dit soort gebrul zijn we van Trump gewend. Zo dreigde hij lidstaten van de Navo die minder dan 2 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) aan defensie uitgeven, niet langer te zullen verdedigen. Met succes. Dit jaar voldoen naar verwachting 23 van de 28 bondgenoten aan de norm voor defensie-uitgaven. In 2021 waren dat er zes. De Russische invasie in Oekraïne heeft ook een handje geholpen.

Over de auteur
Heleen Mees is columnist van de Volkskrant. Eerder promoveerde ze op de Chinese economische groei. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De vraag is of Trumps getier en gebrul richting China net zo effectief zal zijn. Op zijn internetplatform Truth Social klaagt Trump dat China hem had beloofd om de doodstraf in te voeren voor drugsdealers die fentanyl naar de Verenigde Staten smokkelden, maar dat het land die belofte niet is nagekomen en dat de drugs nu via Mexico het land binnen worden gesmokkeld.

Trump riep acht jaar geleden al dat China Amerika ‘verkrachtte’ en president Joe Biden wilde een ‘strategische ontkoppeling’ van China. Desondanks is China’s wereldwijde handelsoverschot naar een recordhoogte gestegen. China zal dit jaar naar verwachting voor bijna een biljoen dollar meer exporteren dan importeren.

In 2000, een jaar voor China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), was China verantwoordelijk voor 6 procent van de wereldwijde industriële productie. Dat aandeel is inmiddels gestegen naar een derde. In 2030 zal China naar verwachting bijna de helft van de wereldwijde industriële productie voor zijn rekening nemen, en meer dan de helft als China Taiwan annexeert.

Dat China slechts eentiende van de wereldwijde vraag voor zijn rekening neemt, staat daarmee in schril contrast. De Chinese import staat bovendien onder druk door de lagere economische groei in China (door de imploderende vastgoedsector), de snelle ‘elektrificatie’ van de Chinese economie (waardoor de vraag naar olie en auto’s met brandstofmotoren afneemt) en de vervanging van in het buitenland gefabriceerde goederen door binnenlandse alternatieven.

De afgelopen jaren hebben getoond dat er geen kruid gewassen is tegen China. Toen Trump in 2018 hoge invoerrechten instelde op importen uit China, werden de goederen die tot dan toe rechtstreeks uit China kwamen, via landen als Vietnam of Mexico geleid. De invoerheffingen leidden er niet toe dat de productie zich weer naar de Verenigde Staten verplaatste; de bevoorradingsketens werden slechts verlegd om de heffingen te vermijden.

Het Chinese telecombedrijf Huawei, een vroeg doelwit van Trumps toorn, laat zien hoe weinig effect de inspanningen in Washington hebben gehad om het bedrijf, dat door het Chinese leiderschap als de nationale kampioen wordt gezien, onder controle te krijgen. Deze week presenteerde Huawei zijn nieuwste smartphone met een eigen besturingssysteem, gemaakt zonder Amerikaanse chips.

De voormalige ceo van Google, Eric Schmidt, constateert dat China zijn achterstand op de Verenigde Staten op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI) al heeft ingehaald, in weerwil van Bidens oekaze dat er geen chips meer naar China mogen worden geëxporteerd. Schmidt waarschuwt dat we in het Westen voorlopig meer te vrezen hebben van kwaadwillende actoren, zoals autoritaire staten als China, Rusland en Noord-Korea, dan van de killer robots die je in films ziet.

Economen zien in China’s stijgende export een nieuw groeimodel. Maar Joris Teer, analist bij het Europees Instituut voor Veiligheidsstudies, waarschuwt dat de voortdurende industriële expansie een ander doel heeft. De Chinese president Xi Jinping pleitte in 2020 al voor ‘het vergroten van de afhankelijkheid van de internationale productieketens van China als tegenmaatregel tegen buitenlanders die de aanvoer naar China kunstmatig zouden afsnijden’.

Het gezamenlijke bbp van de G7 (de zeven grote, invloedrijke industrielanden) en haar partners is bijna drie keer zo groot als dat van China, Rusland, Iran en Noord-Korea samen, maar die welvaart staat niet gelijk aan macht. De antiwesterse as oefent een vergaande controle uit over sectoren die strategisch essentieel zijn en probeert het Westen te verzwakken om de transitie naar een multipolaire wereld, verdeeld in invloedssferen, te versnellen.

Ik zie op tegen vier jaar getier en gebrul van Trump, maar ik hoop dat het hem lukt om China op andere gedachten te brengen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next