Home

Ik heb zeker veertig sterke T.Rex-liederen gevonden, mogelijk vijftig. Dan ben je een flinke luis


Misschien is het escapisme, in deze tijd alle lp’s van T.Rex grijsdraaien, de band van glamrocker Marc Bolan, die in 1971, mijn geboortejaar, de Britse jeugd op apegapen legde.

‘Alles terugvoeren op je eigen babytijd is ook escapisme.’

‘Je bent zelf escapisme.’

‘Wil jij het laatste beetje escapisme? Anders neem ik het.’

Ik hou wel van dit soort eenmansescapisme, een lokale rage, ineens zie je overal in Breda mij rondlopen met een T.Rex-button.

(Ik wil geen tatoeage, maar soms, bijvoorbeeld als Oranje speelt, vraag ik me af wat ik zou nemen. Verder dan het hoofd van Joseph Haydn kwam ik nooit, maar nu overweeg ik ‘T.Rex’. Het drukt mijn karakter uit, mijn muzikale voorkeur, en vooral wat mensen denken als ze me in een piepklein zwembroekje voorbij zien lopen.)

Waarom nu pas T.Rex? Al sinds ik mijn 12de vlooi ik de pophistorie uit op sappige luizen en desnoods neten, maar Bolan en zijn band glipten altijd door mijn kammetje. T.Rex is toch echt wel een luis, blijkt nu, en geen neet, daarmee zou ik Marc tekort doen. Ik heb zeker veertig sterke T.Rex-liederen gevonden, mogelijk vijftig. Dan ben je een flinke luis.

‘Wie is een neet, dan?’ Mijn vriendin Jet, nu toch wel nieuwsgierig, misschien is het de cross-over tussen kunst en persoonlijke hygiëne die haar aanspreekt.

‘Een typische neet vind ik bijvoorbeeld Al Green. Of The Waterboys, ook neten. Allebei goed om erbij te hebben, soms zet je ze eens op, maar om er je hoofd tot bloedens toe kapot om te krabben – nee.’

‘Elvis is jouw liefste luis’, zegt ze dromerig. Hier ga ik niet op in. Ik wil het al dagenlang alleen maar over Marc hebben. Als ik nu Ol’ Sideburns’ hoofd zie, denk ik: lul, waar zijn je krullen?

Tuurlijk, Get It On (Bang A Gong), T.Rex’ visitekaartje, de signature dish, kende ik, al heel lang, en ik hield er maar wat veel van. Al was het maar omdat Bolan op het einde een ander favoriet lied citeert, namelijk Chuck Berry’s Little Queenie, ‘While meanwhile’, zingt hij tijdens de fade-out, ‘I was still thinking.’ De mooiste knipoog der knipogen, een VETTE knipoog. Wie die er in mijn geboortejaar uit gooit, kan niet meer stuk, ook al is hij een onehitwonder, en misschien zelfs een onetrickpony. Want dat heb ik altijd – geheel ten onrechte, mea culpa – over Marc gedacht.

‘Hoe komt dat dan?’ Smakkend, een appel.

‘Dat komt’, zeg ik met opgestoken wijsvinger, ‘door David Bowie.’

Ach, ik kan wel zes columns vullen over Marc. Ik heb docu’s bekeken, al zijn platen gedraaid, interviews gelezen en gezien. Maar ja, u wil Dick (Schoof). (Wie meer Bolan wil, mag me berichten, dan doe ik meer Bolan.) (Anders niet.) (Het was een interessante jongen/casus.) (Maar no pressure.)

Maar goed, Marc was de eerste glamrocker, en meteen werd David het ook. En volgens liefhebbers, onder wie voorheen ikzelf, een betere, Bowie zou artistieker zijn, diepzinniger, en zelfs: glammer. Hij heeft Marc, die in 1977 omkwam, een beetje weggedrukt. Ik vind Electric Warrior, misschien T.Rex’ beste lp (The Slider kan dat ook zijn, maar ik hou dus ook erg van Tanx, en zelfs, vermoedelijke als enige in Breda, van Zinc Alloy and the Hidden Riders of Tomorrow, een onterecht weggehoonde plaat waarop Marc zich behoorlijk opnieuw wist uit te vinden), iets beter dan Bowies Hunky Dory (ook 1971). Minder kunstzinnig – zeker, nee juist! – maar behalve vier maanden vroeger hoe dan ook LEKKERDER.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next