Home

Laten we dit jaar ook Jeroen Krabbé vieren. Rond de Krabbé-boom

Een boek, een documentaire, een tv-uitzending en een tentoonstelling. Nu Jeroen Krabbé 80 wordt gaat de sluis open.

Je moet het zien om het te kunnen geloven. Jeroen Krabbé in de rol van prinses Irene, achter in het bos bij zijn buitenhuisje in Dalfsen. De ogen opwaarts geheven naar de top van een majestueuze den, in zijn knuisten de uitlopen van twee laaghangende takken.

Doet hij iedere dag zo, even contact maken (‘ik ga je vastpakken’) met de boom die hij al vijftig jaar ziet groeien.

‘Begrijp je dat?’, zegt Krabbé. ‘Mijn diepe respect voor deze boom? Of vind je het flauwekul?’

‘Euh..’, aarzelt interviewer Wilfried de Jong. ‘Ik zit er ergens tussenin.’

De documentaire Ik bèn niet oud wordt woensdagavond 4 december uitgezonden bij de Avrotros. Een dag later wordt het onderwerp 80. De aanloop naar de viering ging al gepaard met een ere-uitzending bij Eva Jinek, een tentoonstelling van zijn schilderwerk in Museum Cobra (te zien tot en met 9 februari), een nieuwe televisiereeks (Krabbé zoekt Matisse), en het onlangs verschenen boek Krabbé - een biografisch portret.

De sluis mócht ook weleens open, verklaart schrijver Rosa Koelemeijer in haar slotwoord. Krabbé wilde eerder nooit meewerken aan een biografie, uit angst dat ‘men’ zoiets als ijdel zou bestempelen. Wel legde hij de afgelopen decennia alvast een privé-archief aan van ‘Krabbé-plakboeken’: 257 stuks, gevuld met privéfoto’s, storyboards, briefjes van beroemde sterren en krantenknipsels.

‘Je rubriceert je succes’, stelt De Jong.

Krabbé: ‘Dat zie je helemáál fout!’

Zijn onzekerheid vormt een rode draad, zowel in de documentaire als het boek: het gebrek aan erkenning in eigen land. Ook zijn echtgenote en kinderen kregen ermee te maken: De groenteboer op de hoek zei niets terug als Herma tijdens het boodschappen doen vertelde dat ze gisteren nog in Londen, New York of Hollywood was.

De natuur heeft wel oog voor Krabbé, getuige het hert dat hem plots aanstaart als hij voor filmopnamen Auschwitz bezoekt; wat wilde het hem vertellen? Op dat moment wist hij het: hij moest iets doen met zijn Joodse geschiedenis in zijn schilderijen.

Wie het hele Krabbé-pakket tot zich neemt, leert wat er achter schuilgaat: de Joodse moeder die nooit sprak over het oorlogsleed. Het nagelaten (in het boek opgenomen) en ontstellend wrange briefje van tante Els, als Jeroens opa op de trein wordt gezet naar Sobibor om na aankomst te worden vergast; Hij heeft op mijn aanraden (nadat hij eerst niet wilde) 2 Jaeger-pakken over elkaar aan en 3 paar sokken.

In zijn televisiedocumentaire neemt De Jong zich voor om het raadsel Krabbé te kraken: ‘Er is altijd een smalle scheidslijn tussen wat puur is en enigszins geparfumeerd – wat is dan echt, wat is dan spel?’

En je vóélt dat Krabbé het Krabbé-schap meteen een tandje bijzet. Hoe hij een omgevallen paddenstoeltje rechtzet, nu als de geëxalteerde reïncarnatie van Jan Wolkers. ‘Zo, kan-ie nog een beetje doorgroeien, die kleine rekel.’

Deze feestdagen vieren we, naast Sinterklaas en kerst, ook Jeroen Krabbé.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next