Wie iets meer verdient dan het sociaal minimum, krijgt in de ene plaats meer inkomenssteun dan in de andere. Dat meldt budgetinstituut Nibud, die daar niet gelukkig mee is. "Het kan niet zo zijn dat de gemeentegrens bepaalt of je ergens recht op hebt."
Sinds een aantal jaren hebben gemeenten een grote rol bij het helpen van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat bijvoorbeeld om de individuele inkomenstoeslag en om de energietoeslag die de voorbije twee jaar kon worden aangevraagd. De gemeenten kunnen hierbij deels zelf bepalen welke bedragen ze uitkeren en welke voorwaarden ze daaraan stellen.
Het Nibud keek naar twintig gemeenten en zag grote verschillen. Zo zijn er plekken waar je afgelopen jaren geen energietoeslag kreeg als je meer dan 120 procent van het sociaal minimum verdiende, terwijl die grens in andere plaatsen bij 150 procent lag. Ook andere voorwaarden om steun te krijgen, verschilden per gemeente.
Volgens het Nibud zijn er in sommige gevallen zelfs binnen een gemeente verschillen tussen de voorwaarden. "Bovendien zien we dat er huishoudens zijn die zonder gemeentelijke ondersteuning het benodigde minimuminkomen niet bij elkaar krijgen."
Het instituut zou graag zien dat de landelijke politiek hierbij het voortouw neemt en alleen het maatwerk overlaat aan lokale overheden.
Nederland telt 540.000 mensen die onder de armoedegrens leven, nog eens 1,2 miljoen zitten daar net boven. Voor deze groep zijn toeslagen zeer van belang om rond te kunnen komen, stelt het Nibud.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten laat in een reactie aan ANP weten dat het ondersteunen van lage inkomens een taak is van de landelijke overheid. Het Rijk zou "zo snel mogelijk zijn verantwoordelijkheid moeten nemen om landelijk de basis op orde te brengen". Gemeenten zouden inwoners dan kunnen ondersteunen in aanvulling op landelijke maatregelen.
Source: Nu.nl economisch