Een ruime week geleden werd Jorge Martín met een derde plek in de seizoensfinale in Barcelona voor het eerst wereldkampioen in de MotoGP. Een bijzondere prestatie, niet in de laatste plaats omdat hij de eerste rijder in het MotoGP-tijdperk werd die in dienst van een satellietteam met de hoofdprijs aan de haal ging. Er waren weliswaar vier andere rijders die zonder fabrieksmateriaal wereldkampioen werden in de koningsklasse, maar dat gebeurde allemaal in het 500cc-tijdperk. De laatste was Valentino Rossi, die dat kunstje in 2001 in dienst van Nastro Azzurro Honda flikte.
Martín kon de wereldtitel in dienst van Pramac veiligstellen met dank aan de werkwijze bij Ducati. De Italiaanse fabrikant had in 2024 drie satellietteams, waarvan alleen Pramac met hetzelfde materiaal reed als het fabrieksteam. De gelijkheid tussen de motorfietsen van deze teams ging zelfs zover dat alle vier de rijders - Francesco Bagnaia en Enea Bastianini in het fabrieksteam en Martín en Franco Morbidelli bij Pramac - ook precies dezelfde technische ondersteuning kregen. De topmensen van Ducati, onder aanvoering van CEO Claudio Domenicali en algemeen directeur Gigi Dall'Igna, stonden op de toepassing van deze werkwijze. Binnen de paddock zetten velen er echter hun vraagtekens bij.
'Waarom zou Ducati het toestaan dat een satellietteam de strijd om de wereldtitel wint van een fabrieksteam?' was een veelgehoorde stelling onder de critici. Zij zagen de werkwijze vooral als een bedreiging voor een merk dat grote waarde hecht aan zijn imago. Tegelijkertijd zag het management van de fabrikant uit Borgo Panigale juist de mogelijkheid om voor verandering in de gebruikelijke gang van zaken te zorgen en iets wat op het eerste gezicht een nederlaag leek, om te vormen tot een historisch succes. Een week nadat Martín als kampioen uit Barcelona vertrok en afrekende met groots verliezer Bagnaia, is de algemene tendens dat het plan van Ducati gewerkt heeft.
De werkwijze van Ducati met betrekking tot de satellietteams leidde tot de huidige dominantie.
Foto door: Gresini Racing
Van alle MotoGP-fabrikanten heerst onder de klantenteams van Ducati hoogstwaarschijnlijk het grootste saamhorigheidsgevoel. Dit collectief is ook de focus van de campagne op de website van het merk, die de naam The Fantastic Four draagt - een verwijzing naar Martín, Bagnaia, Marc Márquez en Bastianini, de top-vier van het kampioenschap. Dat is de duidelijkste uiting van de zeer gelijkwaardige behandeling die Ducati aan haar rijders geeft. Het was daarom ook belangrijk ook op de eigen werkwijze op een consistente manier te blijven uitdragen, zelfs op lastige momenten als na de aankondiging van Martíns vertrek naar Aprilia.
Het binnenhalen van de wereldtitel betekent dat Martín de mogelijkheid heeft om het felbegeerde startnummer 1 mee te nemen naar zijn nieuwe werkgever. "Als Jorge wil, kan Aprilia het startnummer 1 overnemen, maar hij neemt de titel in ieder geval niet mee", zei sportief directeur Mauro Grassilli van Ducati aan Motorsport.com. "Het was belangrijk dat we bleven vasthouden aan onze werkwijze en dat hij op gelijke voet kon strijden, ondanks dat hij naar Aprilia zou vertrekken." Als marketingexpert kreeg Grassilli, die dit jaar Paolo Ciabatti opvolgde in zijn functie, ook de verantwoordelijkheid om de sponsoren van het fabrieksteam uit te leggen dat mogelijk niet het fabrieksteam, maar een satellietteam met de titel aan de haal zou gaan.
In de aanloop naar de MotoGP-finale in Barcelona sprak Motorsport.com met Dall'Igna en vanzelfsprekend kwam ook de strategie ter sprake om Pramac van dezelfde wapens te voorzien. "Uiteindelijk wint onze motor en ons imago. We konden het niet maken om niet te leveren. We denken dat we hebben laten zien dat we onze waarden hebben en daar consistent achter staan", zei de invloedrijke Italiaanse engineer, onder wiens leiding Ducati uitgroeide tot de te kloppen fabrikant in de MotoGP. De steun aan Martín ging echt tot het laatste moment door. "Gigi deed de aanbeveling om met de medium achterband naar buiten te gaan, terwijl Pecco op soft naar buiten reed. Dit [de medium] was echter de band die het best bij mij paste. Ik heb me altijd maximaal gesteund gevoeld", zei Martín dan ook.
Onder leiding van Gigi Dall'Igna is een ogenschijnlijk verlies door Ducati omgetoverd in een triomf.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Grassilli was niet de enige die voor één duidelijke lijn moest zorgen in de verhalen van de hoofdrolspelers bij Ducati. Dat deed hij samen met Artur Vilalta, de communicatiemanager van het merk in de MotoGP. "Het was noodzakelijk om voorbereid te zijn om bepaalde vragen op bepaalde momenten te beantwoorden", legde hij uit in een telefonisch gesprek. "Er waren mensen die overtuigd leken dat Ducati de zege niet naar Martín zou laten gaan, iets wat uiteindelijk onjuist bleek."
Belangrijker dan de werkwijze was echter hoe Ducati met Pramac omging. Het team van Paolo Campinoti beschikte over zeven engineers en technici van de fabrikant zelf. Er was één belangrijk detail dat tekenend was voor hoe Dall'Igna en de zijnen probeerden om alle twijfels over een slechte behandeling van Pramac weg te nemen: de beslissing om de ontwikkeling van de GP24 na de Britse GP te staken. Op die manier werd gegarandeerd dat Martín en Bagnaia met precies dezelfde uitrusting aan de strijd konden beginnen. Desondanks bleven velen twijfelen of Ducati wel echt woord zou houden, iets wat met de titel van Martín absoluut bewezen. Niet eerder zal een nederlaag voor zoveel tevredenheid hebben gezorgd.
De gelijke behandeling van en harmonie onder de Ducati-teams blijkt van groot belang voor de successen.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Source: Motorsport