De jaren dertig vormen in het huidige gespannen politieke klimaat een veelgebruikte historische analogie. De opmars van radicaal-rechts doet vrezen voor een herhaling van dat noodlottige decennium uit de vorige eeuw. Het is afwachten in hoeverre alle onheilsprofetieën werkelijkheid gaan worden. Maar in één opzicht heeft de angst voor jarendertigtoestanden zich al wel gematerialiseerd, zij het op een andere manier dan menigeen dacht.
Joden werden achtervolgd en in elkaar geslagen in de straten van nachtelijk Amsterdam. Dat gebeurde nota bene rond de herdenking van de Duitse Kristallnacht uit 1938. Alsof het lot ons de gelijkenis met vroeger anti-Joods geweld wilde inpeperen. Mede door alle historische connotaties was het nieuws waarmee we wakker werden op de ochtend van vrijdag 8 november een harde stomp in het middenrif van de Nederlandse samenleving, die meteen in een kramp schoot. Wat volgde was een collectieve koortsaanval, vol rauwe emoties, scheldpartijen, verdachtmakingen en een bijna kapseizende regering.
Er gebeurde veel in twee weken tijd. Het begon met een groep mannen met een moslimachtergrond die hit-and-runaanvallen uitvoerde op supporters van de Israëlische voetbalclub Maccabi Tel Aviv, tegenstander van Ajax. De beelden waren schokkend. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema repte van een ‘gitzwarte nacht’ en verwees naar appgroepen waarin gesproken werd van ‘Jodenjacht’. Al snel bleek, onder meer uit een snelle Volkskrant-reconstructie, dat Maccabi-aanhangers zich hadden bezondigd aan provocaties. Dat was goed journalistiek werk, in het streven het verhaal zo compleet mogelijk te maken.
Over de auteur
Arie Elshout is journalist en columnist voor de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in de VS en Brussel. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar vervolgens kwam een dynamiek op gang waarbij met name in linkse kring het geweld tegen de Israëlische supporters naar de achtergrond verdween. De ‘Jodenjacht’ is inmiddels afgeschaald tot ‘straatrellen’ of zelfs tot ‘ongeregeldheden’. De grootste schuldigen zijn de politiek en radicaal-rechts, die de boel oppookten door te spreken van antisemitisme en een integratieprobleem bij de moslim-minderheid. De grootste slachtoffers zijn de moslims. Zij voelen zich onveilig en verdienen solidariteit. Solidariteit met de Joodse gemeenschap in Nederland wordt daarentegen al gauw verdacht gemaakt als een verkapte vorm van islamofobie.
Nuancering en het bieden van andere perspectieven zijn altijd belangrijk, maar hierbij heb ik het gevoel dat er een strijd om de moral high ground woedt waarbij een twijfelachtige wisseltruc wordt toegepast. In het streven naar een moreel overwicht wordt het leed van moslims groter gemaakt en dat van Joden kleiner. Over het geweld tegen de Joodse supporters gaat het bij links steeds minder. Het accent ligt op hoe moeilijk minderheden met een migratieachtergrond het in Nederland hebben. Autochtoon Nederland wordt in de beklaagdenbank gezet en gekoppeld aan racisme en xenofobie, generaliseren mag dan ineens wel.
Volgens mij moeten we terug naar wat er in de nacht van donderdag 7 november op vrijdag 8 november gebeurde. De gewelddadigheden waren echt. Video’s laten zien hoe Maccabi-supporters werden opgejaagd, aangevallen en in elkaar getrapt. Er was wel degelijk antisemitisme in het spel. In appgroepen werd gesproken van ‘kankerjoden’ en ‘Jodenjacht’. Onderzoek moet nu uitwijzen wie de daders precies waren, wat ze bewoog, hoe groot de groep was en of het ging om gecoördineerd en vooraf georganiseerd geweld. Ondertussen moeten we oppassen voor stigmatisering en onderscheid blijven maken tussen individuen en de groep. Laten we een beetje uitkijken met wat we tegen elkaar en over elkaar zeggen. Dat geldt voor alle partijen.
Voor iedereen zou het buiten kijf moeten staan dat de beelden van het opjagen en in elkaar trappen van Joden heel akelig zijn. Ze roepen zulke sterke associaties op met een duister verleden dat sommigen kennelijk moeite hebben dit onder ogen te zien. Ze proberen het kleiner, dus bevattelijker te maken of verleggen de aandacht naar andere zaken.
Maar laten we ons blijven verplaatsen in die minuscule Joodse minderheid van tussen de dertig- en vijftigduizend mensen. Stuk voor stuk en tot in de jongste generaties dragen zij een loodzware geschiedenis van vervolging en uitroeiing met zich mee. Zij zien de laatste jaren het antisemitisme toenemen, met als climax die nacht in Amsterdam. Dat moeten we niet weg willen relativeren tot een ongeregeldheid. Zo’n reactie op de aanvallen zou bijna net zo beangstigend zijn als de aanvallen zelf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns