“In de laatste races zijn we verbeterd, maar zeker rond Monza leek het erop dat het kampioenschap ons door de vingers glipte. Er was nog een lange weg te gaan en we hadden een significante achterstand op McLaren, Ferrari en op dat punt zelfs op Mercedes”, zo erkent Red Bull-teambaas Christian Horner in Las Vegas, waar Max Verstappen afgelopen zaterdag beslag legde op zijn vierde opeenvolgende wereldtitel.
Daar was een pittige strijd voor nodig. Red Bull begon het jaar met een dominante RB20, maar na enkele races kreeg de formatie problemen met de balans van de wagen. De concurrentie maakte grote stappen en dichtte het gat, waardoor Verstappen geregeld moest maximaliseren. Op de vraag of hij het eens is met de uitspraak van Verstappen dat Red Bull in zeventig procent van de races dit jaar niet over de snelste auto beschikte, antwoordt Horner: “Ik denk dat dat wel ongeveer klopt. Sinds Miami, dat was het keerpunt. De auto was heel erg lastig te besturen, maar hij was in staat om zich aan te passen en er het maximale uit te halen.”
Hoewel Monza qua resultaat het slechtste weekend was, met Verstappen op P6 op 38 seconden van winnaar Charles Leclerc, was dit ook het startpunt van de oplossing voor de balansproblemen. En hoewel Red Bull nooit echt de bovenhand meer had ten opzichte van met name McLaren, was het voor Verstappen en zijn team genoeg om de aanval van Norris af te slaan. “De engineers hebben onvermoeid doorgewerkt. De mannen en vrouwen achter de schermen hebben lange dagen gemaakt, zijn vroeg begonnen en hebben weekenden gewerkt om de auto te verbeteren”, aldus Horner. “Het echte keerpunt was Austin, met een zege in de sprint, de eerste startrij voor de Grand Prix en de podiumplaats. En natuurlijk Brazilië. Dat was in veel opzichten het bepalende moment. Het was zo’n uitzonderlijk optreden, dat leverde matchpoint op.”