Misschien is het escapisme, in deze tijd De vuuraanbidders van S. Vestdijk gaan zitten lezen, een historische roman die zich afspeelt tijdens het Twaalfjarig Bestand, zeg maar de rust van Nederland-Spanje.
‘Alles terugbrengen naar voetbaltermen is ook escapisme.’
‘Je bent zelf escapisme.’
‘Wil jij het laatste beetje escapisme? Anders neem ik het.’
De vuuraanbidders schrijven was ook escapisme van Vestdijk, denk ik. Hij deed het van juli tot december 1944, geen toptijd voor Nederland en de wereld. Dieper dan Vestdijk in dat boek kun je niet in de 16de eeuw verzinken. Eens kijken wat Hazeu erover zegt, in de biografie.
Mooie details geeft wijlen Wim. Vanaf eind oktober dat jaar haalden de Duitsers na half zes de stroom eraf, verduistering. Vestdijk, een avondwerker, schreef verder bij kaarslicht. Als ze in de buurt bombarderen, ‘een helsch lawaai’, kruipt Ans, zijn werkster, onder tafel met de honden, hijzelf gaat zich maar even scheren.
Met de invasie houdt hij zich niet echt bezig. Wat Vestdijk betreft, plakken de geallieerden er nog twee maanden aan vast, dan is zijn boek af, en kan hij het ‘ergens in een safe onderbrengen’.
Grappig wel, dat hij opziet tegen de bevrijding. Begrijp ik wel, het gepiefpafpoef dat erbij komt kijken, zo’n stratenoorlog. Toestanden. Je ziet hem in zijn agenda bladeren, bevrijding… hmm, komt slecht uit. Over de feestdagen tillen?
Vestdijk had geen harde schijf, hè, laat staan een cloud. Als de hens in zijn manuscript ging, was alles weg, in het geval van De vuuraanbidders 653 pagina’s, veruit zijn dikste roman. En dus zes maanden werk, lang voor Vestdijks doen, maar feitelijk natuurlijk bizar kort.
Dat ergert me een beetje, zes maandjes werk. Wat zijn nou zes maanden, Simon?
Een fenomenaal boek ondertussen, zeker gezien de omstandigheden. De eerste 200 bladzijden spelen zich af in Leiden, dat verscheurd werd door godsdiensttwisten. Het lijkt er wel 2024, serieus. Niets leren mensen bij. Hoe dat Leiden op je afkomt, is levensecht, een duister oord, stinkend, broeierig. Ik heb er een tijdje gewoond, waarover geen klachten, maar Vestdijks Leiden is fascinerender.
Om dit, bij kaarslicht in de Hongerwinter, zo snel uit je duim te zuigen, is ongehoord. Het is snelschaken, performancekunst. Hij werkte met visioenen, ga je denken. Normale schrijvers doen tien, twaalf keer zo lang over zo’n kolossaal, complex boek. Als het ze al lukt, hoor.
Soms is het wat wijdlopig – heel soms. Maar ook dan denk ik, doe het maar eens, zo snel zo wijdlopig zijn!
Vestdijks escapisme bestudeer ik dus uit escapisme. Ik geef het toe. Toch stuitte ik juist bij hem op een intelligente gedachte aangaande oorlog. De slimste in lange tijd. Een paar dagen na D-day schrijft Vestdijk aan Theun de Vries: ‘Het is een zinnelooze moordpartij; waarom gaan ze niet gewoon uitrekenen: ik heb zooveel tanks, en jij zooveel; dus jij moet het verliezen, en laten we nu maar een borrel gaan drinken?’
Inderdaad zeg. Waarom die kuil uitgebombardeerd in Oekraïne? Zet AI in om het te berekenen. Dáár is AI voor, nu begrijp ik het. Voor AI moet in een vloek en een zucht te becijferen zijn wie de langste adem zal hebben, Poetin of Zelensky. Vestdijk zag er de toekomst van de oorlog in. Een soort risken, maar dan zonder dobbelstenen, snel, goedkoop en veilig. (Landen moeten dan wel beloven dat over de uitslag niet gecorrespondeerd wordt.)
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns