Het ging weer eens over een ‘gefaalde integratie’. Over geloof en religie. Over een ‘parallelle samenleving’. Het deed me denken aan toen.
Ik groeide op in het katholieke zuiden. Een groot deel van mijn jeugd bracht ik door in de rooms-katholieke kerk, rooms-katholieke school en de rooms-katholieke voetbalclub. En nee, dit zijn niet de memoires van een naoorlogse jeugd, maar mijn wereld uit de jaren negentig. Een eigen wereld in een nogal verzuild Nederland.
Uiteraard speelde mijn jeugd zich af in het staartje van de ontzuiling, want het geloof in de grote ismen was allang gaan eroderen. Ontkerkelijking heeft ervoor gezorgd dat nu inmiddels een meerderheid van de Nederlanders zegt ‘niet gelovig’ noch ‘religieus’ te zijn. Dat is in historisch perspectief een extreme omwenteling binnen enkele generaties.
Als gevolg daarvan lijken religie en geloof in Nederland – zeker voor progressieven – vooral iets van vervlogen tijden. Maar wat die seculiere meerderheid doorgaans vergeet, is dat een geloofsvacuüm altijd wordt opgevuld met een ander zingevingskader. Zo toont de historicus Jos Palm in zijn boek Moederkerk hoe het rooms-katholieke Nijmegen hun katholicisme in rap tempo verving door het marxisme als het ware geloof. Ook in breder Nederland baarde het geloofsvacuüm andere ismen.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zo toont onderzoek van de in Boston werkzame Nederlandse socioloog Jonathan Mijs aan dat Nederland wordt gekenmerkt door een sterk meritocratisch geloof. Een ‘heilig’ geloof in talent, inspanning en verdiensten, een geloof dat succes individueel maakbaar is. Zo geloven aanhangers van het meritocratisme ‘dat inspanning loont’ en dat degene in belangrijke posities dat ‘verdienen’ omdat ze ‘er hard voor gewerkt hebben’. Niet voor niets profileerde onze vorige premier zich als ‘Mark de hardwerkende Nederlander’.
Velen ervaren meritocratisme niet als geloof, maar zijn overtuigd dat de wereld zo in elkaar zit. Zoals ieder ander geloof, is ook meritocratisme zo vanzelfsprekend dat het niet wordt bevraagd. Ik gun ieder z’n dogmatiek maar het wordt pas echt problematisch wanneer sociale ongelijkheden worden gelegitimeerd door dit meritocratisme.
Zo toont socioloog Mijs aan dat er een samenhang is tussen landen met een groeiende inkomensongelijkheid en een meritocratisch geloof. En dan wordt het grimmig. Want als je er bijvoorbeeld van overtuigd bent dat mensen in de bijstand ‘het er zelf naar hebben gemaakt’, werklozen ‘maar beter hun best moeten doen’ en mensen in armoede ‘maar wat harder moeten werken’, dan zet je het hele idee van sociale solidariteit op de helling.
Je kan prima overtuigd zijn van dergelijke geloofsartikelen, maar wetenschappers spreken niet voor niets van een ‘meritocratische mythe’ en de ‘tirannie van verdienste’. Het idee dat ‘hard werken loont’ is namelijk in ons kapitalistisch systeem, waar vermogen vooral rendeert ten koste van arbeid, niet geheel waar. En aangezien we weten dat een ongelijke verdeling van (sociaal) kapitaal vaststaat bij geboorte is het idee dat succes voortkomt uit eigen talent, inspanning of verdienste, niet meer dan een functionele fictie.
Toch blijft ook dit geloof hardnekkig, net zoals bij andere ismen uit het verleden. Niet voor niets leven we nu dus ook in een land met een ‘diplomademocratie’, waar het aantal miljonairs ieder jaar groeit en waar de vermogensongelijkheid een van de grootste ter wereld is. Ondertussen groeit het particulier onderwijs, de bijlesindustrie en onderwijssegregatie.
Daar waar tijdens de verzuiling nog sprake was van verticaal geïntegreerde, parallelle samenlevingen op basis van religie en ideologie, leven we nu in horizontaal geïntegreerde, parallelle samenlevingen op basis van inkomen en opleidingsniveau. Met andere woorden, weinig nieuws onder die zon. En tot zover die integratie. Daarbij, wanneer politici zoiets als integratie, geloof of een parallelle samenleving van anderen problematiseren, wordt doorgaans de eigen parallelle samenleving van hoogopgeleide segregatie en meritocratisch geloof buiten schot gehouden.
Net zoals kerkelijk gelovigen zijn helaas ook meritocraten vrij overtuigd van het eigen gelijk. Echter heeft een meritocratisch geloof bijzonder problematische gevolgen. Want anders dan voorheen, deelt een meritocratisch gelovige de ‘hardwerkende’ wereld vooral op in winnaars en verliezers. Dat is niet onschuldig voor het overeind houden van een staat, rechtstaat of verzorgingsstaat, die gestut zijn op solidariteit, barmhartigheid en gelijkheid.
Zodoende is het geloof weer onverminderd actueel. Maar de gevolgen van deze nieuwe geloofsrichting zijn nog nauwelijks te overzien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns