Home

De man zelf stond erbij alsof demonstreren weinig meer was dan loonarbeid

De zon scheen krachtig genoeg om het huis zonder jas te verlaten en hoewel ik net hete thee over me heen had gegooid liep ik luchthartig, ja bijna frivool, naar Third Ave Apothecary.

Van het op handen zijnde fascisme was weinig te merken, wat me zorgen baarde. De ergste monsters zijn de onzichtbare monsters, heb ik me laten vertellen.

De apotheek was gevuld met dames. Literatuur is een vrouwenaangelegenheid geworden en kennelijk hadden de mannen besloten: we gaan nu ook niet meer naar de apotheek.

Arnon Grunberg schrijft voor de Volkskrant over verlangen, politiek en ondergang.

Om je medicijn op te halen moest je je geboortedatum en achternaam zeggen. De een schalde zijn geboortedatum door de apotheek, de ander fluisterde alsof het een schandelijk geheim betrof.

Voor mij stond een dame voor wie het geheim te schandelijk was en na een kleine woordenstrijd werd de apotheker ongeduldig: ‘24 maart heb ik, maar wat is het geboortejaar?’

Weer was het antwoord onverstaanbaar. 1928? 1988?

De apotheker zei: ‘Schrijf het maar op.’

Ik probeerde te gluren, maar deze dame vond spieken verachtelijker dan fascisme. Ze maakte zich breed, zodat ik niets kon zien.

1948 schatte ik, al kun je je vergissen. Een patiënt voor ons in de rij had beweerd in 1996 geboren te zijn, terwijl ik 1983 al een optimistische schatting had gevonden.

Onderweg naar huis, ietwat high van de tango met het eigen geboortejaar, zag ik op de hoek van 42th Street en Lexington Avenue een man staan met een bord: ‘Stop de Derde Wereldoorlog nu.’

Ik vermoedde dat hij uit 1954 kwam en zijn bord leek al menig sneeuwstorm te hebben overleefd. De man zelf stond erbij alsof demonstreren weinig meer was dan loonarbeid. Op zijn telefoon bekeek hij een basketbalwedstrijd. Die boeide hem meer dan het afwenden van een wereldoorlog.

Nee, het engagement liet te wensen over deze middag.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next