Home

Snijdt Unilever nu alles met Nederlands DNA weg?

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.




Het DNA van Unilever ligt in Oss. De twee margarinefabrikanten Samuel van den Bergh en Anton Jurgens, die daar elkaar jarenlang op het scherp van de snede hadden beconcurreerd, besloten in 1927 samen te gaan in de Margarine Unie. Twee jaar later volgde een fusie met de Britse zeepfabrikant Lever Brothers. Na Shell was een tweede Nederlands-Britse multinational ontstaan.

Omdat de Nederlandse delen iets groter waren dan de Britse, wapperde de Hollandse driekleur altijd iets fierder dan de Union Jack. Maar die situatie is in tien jaar tijd volledig omgedraaid. Shell en Unilever hebben nu hun domicilie in Londen. Ze profileren zich inmiddels eigenlijk als Britse – of Angelsaksische multinationals – die de belangen van de aandeelhouders voorop hebben staan.

Unilever is zelfs begonnen alles met Nederlands DNA weg te snijden. De margarinepoot van Unilever met oer-Nederlandse merken ging er al uit. Blue Band, Becel, Zeeuws Meisje en andere smeersels zitten nu bij Upfield, een vehikel van de supersprinkhaan KKR. Die sloot vervolgens de margarinefabriek in Rotterdam.

Als volgende stap werd de ijsdivisie (Ola, Magnum, Ben & Jerry) in de etalage gezet. En vrijdag meldde Reuters dat Unilever ook af wil van Unox (rookworsten, soepen) en Conimex (nasikruiden). Die behoren bijna tot het Nederlandse erfgoed. De oranje Unox-mutsen bij schaatswedstrijden en de jaarlijkse nieuwjaarsduik zijn net zo Hollands als de slogan ‘Conimex brengt de Oosterse keuken bij u thuis’.

Conimex (Conserven Im- en Export) werd in 1932 opgericht in Baarn. Het echtpaar Millenaar dat net uit Nederlands-Indië was teruggekeerd, besloot hier de Indische keuken te introduceren, eerst met sambal en kroepoek en later ook nasi en bami in blik. Vijf jaar later begon Unilever zelf in Oss met de productie van Gelderse rookworst en – maar dat mocht niet bekend worden – de Hema-rookworst. Daar kwamen de soepen bij. Omdat Unox en Conimex amper buiten Nederland verkocht worden, zijn ze te onbetekenend voor het huidige Unilever.

Tien jaar geleden richtte toenmalig topman Paul Polman alle pijlen op duurzaamheid. Hij wilde de omzet van Unilever verdubbelen en tegelijkertijd de milieuvoetafdruk verkleinen. Alle grondstoffen moesten duurzaam worden ingekocht. Alle vijftienduizend leveranciers zouden hun werknemers een leefbaar loon moeten bieden. Daarvan zouden ze niet alleen moeten kunnen eten, drinken en wonen, maar moesten ze ook een zorgverzekering kunnen afsluiten en hun kinderen onderwijs laten genieten.

Unilever werd hiermee een overnameprooi. Het bedrijf heeft net als Shell, waarvan de koers achterbleef op die van concurrenten als ExxonMobil en BP, de strategie gewijzigd. Duurzaamheid wordt nu vooral met de mond beleden.

De marges van de levensmiddelen zijn te klein geworden. Unilever lijkt zich bij de pogingen tot winstmaximalisatie volledig te richten op verzorgingsproducten en cosmetica. Dat betekent meer shampoos, tandpasta en cosmetica en minder worsten, soepen en pasta’s. Unilever rustte zijn hele geschiedenis op twee poten: de Nederlandse voedingsmiddelen en de Britse schoonmaakmiddelen. Het wordt nu een concern dat op één Britse poot staat.

Philips, een ander concern met Brabants DNA, weet dat je daardoor snel je evenwicht kunt verliezen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next