Home

Vetcellen onthouden obesitas

Uit nieuw onderzoek, gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift Nature, blijkt dat het lichaam, zelfs na drastisch gewichtsverlies, een ‘geheugen’ voor obesitas behoudt. Dit geheugen zit opgeslagen in de vetcellen en kan verklaren waarom het voor veel mensen moeilijk is om op een gezond gewicht te blijven na een afslankprogramma. De bevindingen benadrukken de noodzaak van langdurige ondersteuning voor mensen die proberen gewicht te verliezen, zegt Laura Hinte, een bioloog van ETH Zürich en mede-auteur van de studie. “Het betekent dat je mogelijk meer hulp nodig hebt,” stelt Hinte. “Het is niet jouw schuld.”

De kern van dit obesitasgeheugen ligt in veranderingen in het epigenoom van vetcellen. Het epigenoom is een reeks chemische modificaties op DNA en eiwitten die genactiviteit kunnen reguleren. Tijdens obesitas ondergaan vetcellen epigenetische veranderingen die hun normale functie aantasten. Zelfs na gewichtsverlies blijven deze veranderingen aanwezig, waardoor vetcellen minder goed functioneren. De studie toont aan dat deze epigenetische veranderingen zich niet zomaar herstellen, zelfs niet na drastisch gewichtsverlies, bijvoorbeeld door middel van een maagverkleining.

Om het mechanisme achter dit fenomeen te begrijpen, analyseerden de onderzoekers vetweefsel van mensen met ernstige obesitas en van een controlegroep die nooit obesitas had gehad. Ze ontdekten dat bepaalde genen actiever waren in de vetcellen van mensen met obesitas, terwijl andere genen juist minder actief waren. Opvallend was dat zelfs na twee jaar en aanzienlijke gewichtsreductie door een operatie, de vetcellen van de deelnemers met obesitas nog steeds hetzelfde genetische activiteitspatroon vertoonden als vóór de operatie. Vergelijkbare resultaten werden waargenomen bij muizen die veel gewicht verloren hadden.

De genen die tijdens obesitas actiever worden, stimuleren ontstekingen en de vorming van stug, littekenachtig weefsel, terwijl de genen die minder actief worden essentieel zijn voor de normale werking van vetcellen. Deze veranderingen in genactiviteit zijn terug te voeren op epigenetische aanpassingen die, zelfs na gewichtsverlies, blijven bestaan. Bij muizen die door een dieet waren afgevallen, bleven deze veranderingen maandenlang aanwezig, wat suggereert dat vetcellen een soort ‘herinnering’ behouden aan een obese toestand.

Het blijft echter onduidelijk hoe lang dit obesitasgeheugen standhoudt. Volgens Ferdinand von Meyenn, een epigenetica-expert van ETH Zürich en mede-auteur van de studie, bestaat er mogelijk een tijdsperiode waarin dit geheugen verdwijnt, maar daar is nog geen bewijs voor. Dit gebrek aan duidelijkheid maakt verdere studie noodzakelijk om te begrijpen of en hoe het obesitasgeheugen kan worden gewist.

Naast de observatie van epigenetische veranderingen onderzochten de wetenschappers de gevolgen van dit geheugen. Ze ontdekten dat vetcellen van muizen die ooit obees waren geweest meer suiker en vet absorbeerden dan vetcellen van controle-muizen die nooit obees waren geweest. Bovendien kwamen de voorheen obese muizen sneller aan wanneer ze een vetrijk dieet kregen, in vergelijking met de controlemuizen. Dit suggereert dat het obesitasgeheugen niet alleen de functie van vetcellen beïnvloedt, maar ook de vatbaarheid voor gewichtstoename vergroot.

Ondanks deze intrigerende bevindingen waarschuwen andere wetenschappers dat er geen direct oorzakelijk verband is aangetoond tussen de epigenetische veranderingen en de fysieke effecten. Volgens Evan Rosen, een bioloog van het Beth Israel Deaconess Medical Center in Boston, biedt de lijst van epigenetische veranderingen waardevolle inzichten, maar is het nog een enorme uitdaging om vast te stellen welke van deze veranderingen daadwerkelijk bijdragen aan het obesitasgeheugen. Von Meyenn bevestigt dit: “Het is correlatie, geen causaliteit. We werken eraan om dit beter te begrijpen.”

De implicaties van deze studie reiken verder dan alleen het biologische domein. Het onderzoek draagt bij aan een beter begrip van de complexiteit van obesitas en kan helpen om het stigma rondom deze aandoening te verminderen. Von Meyenn benadrukt dat preventie van obesitas cruciaal blijft, maar dat mensen die gewicht verliezen moeten weten dat slank blijven vaak een langdurige en inspannende strijd is. Het inzicht dat obesitas een blijvende impact op het lichaam kan hebben, zelfs na gewichtsverlies, kan de basis vormen voor nieuwe therapeutische strategieën en beleid om mensen effectiever te ondersteunen in hun strijd tegen obesitas.

Source: Fok frontpage

Previous

Next