Een verhelderende studie: intensieve jacht op coyotes leidt op iets langere termijn juist tot een jongere populatie, met een hogere reproductie.
De kans dat u vandaag een coyote tegenkomt, is in Nederland vooralsnog precies nul. Dat is in Noord-Amerika wel anders, daar gedijt de prairiewolf prima, dankzij zijn slimheid en aanpassingsvermogen. Zo prima zelfs, dat enkele jaren geleden in Texas een wet werd geïntroduceerd waardoor de wolfachtige niet alleen vanuit helikopters, maar ook vanuit luchtballonnen beschoten mocht worden – zo zouden de dieren hun belagers niet horen aankomen.
Een eeuwige reflex van de angstige mens op enge, wilde beesten: afschieten. Zweden opende afgelopen zomer de jacht op zo’n vijfhonderd bruine beren, ongeveer 20 procent van de totale populatie. Het dier was een eeuw geleden door diezelfde jacht nog bijna uitgestorven, nu zijn de ongeveer 2.500 exemplaren te veel volgens de Zweedse regering. Tussen het geweervuur door knalt de polarisatie: tegenstanders van de jacht beklagen zich over de invloed van jagers.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Sinds Nederland in de greep van de wolf is, klinkt ook hier de voorspelbare roep om ‘beheren’ en dus afschieten. Als voorschot wordt de beschermde status van de wolf in Europees verband vast een treetje verlaagd, om het jagers straks wat makkelijker te maken.
Daarom is het zo interessant – en nauwelijks opgemerkt in de media – dat vorige week in het wetenschappelijk tijdschrift Ecography een verhelderende studie verscheen over de coyote. Onderzoekers van de Universiteit van New Hampshire plozen de data uit van 4.587 wildcamera’s die drie jaar lang stonden opgesteld in gebieden waar de coyote leeft. Zo hoopten ze te ontdekken hoe de dieren reageren op omgevingsfactoren, zoals de aanwezigheid van de mens, de jacht en de concurrentie met grotere carnivoren.
De uitkomst is verrassend: intensieve jacht vermindert natuurlijk direct het aantal dieren, maar op iets langere termijn leidt het juist tot een jongere populatie met hogere reproductie- en immigratiecijfers. ‘In onze studie zagen we meer coyotes op plaatsen waar de jacht was toegestaan’, zei een van de onderzoekers in een toelichting. Die trend was niet tijdelijk, maar deed zich over meerdere jaren voor. Conclusie: de jacht vermindert niet de coyotestand, maar vermeerdert die in sommige gebieden juist.
Wat helpt dan wel om het probleem (een doodenkele keer valt een coyote mensen aan, meestal nadat de dieren gelokt werden met voer) aan te pakken? Het herstel van grote carnivoren, stellen de onderzoekers. Zwarte beren hadden bijvoorbeeld een sterker beperkend effect op coyotes in beboste gebieden, terwijl poema’s een vergelijkbare invloed uitoefenden in meer open gebieden.
Dat de jacht – zoals hier op ganzen – vaak slechts een losse flodder is in werkelijk ‘beheer’ (maar een voltreffer in schietplezier), is al vaker gebleken. Meestal worden de gaten die in territoria worden geschoten snel dankbaar in gebruik genomen door verse soortgenoten die een kans ruiken.
Dat de jacht op coyotes niet alleen zinloos is, maar zelfs averechts werkt, is toch weer een verrassend inzicht. Al zullen jagerslobby’s ook die bevinding wel weer bestrijden.
De natuur intact laten en haar werk laten doen, luidt de conclusie in jip-en-janneketaal. Een kind kan het begrijpen, maar grote mensen raken soms verdoofd en verblind door oeroude reflexen. Driemaal daags een dosis wetenschap kan helpen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns