Home

Met dit kabinet, met deze premier, heeft Geert Wilders geen harde woorden meer nodig

Het spoeddebat over de gitzwarte nacht in Amsterdam begon toen alles al was gezegd. De dam brak; de woordenstroom uit het kabinet en de aanpalende politiek walste de nuance plat en niemand had het lef de derrie op te ruimen. Dat moeten zij maar doen. Niet wij.

Geert Wilders hield zich staande de vergadering merkbaar in, overslaande teksten waren overbodig: het werk werd voor hem gedaan. De dingen moesten ‘benoemd’: ‘het waren allemaal moslims’. Premier Dick Schoof, zonder dralen: ‘jongeren met een migratieachtergrond’.

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De feiten waren maandag nog niet bekend of Dilan Yesilgöz (VVD) bepleitte op de radio het ‘moderniseren’ van de Grondwet, en bleef ook in de Kamer herhalen hoe moslimkinderen thuis leren ‘dat Hitler zijn werk moet afmaken’. Het land bleek over een jonge staatssecretaris voor integratie te beschikken, Jurgen Nobel (VVD), die zijn portefeuille leegschudde en er met grote schoenen bovenop ging staan: ‘Je ziet dat ze voor een heel groot deel onze normen en waarden niet onderschrijven.’ Daarna maakte hij zich snel uit de voeten.

Zelfs Nicolien van Vroonhoven, boegbeeld van rechtsstaatpartij NSC, sprak over ‘parallelle samenlevingen’. Voor je het weet ben je een ‘wegkijker’, een ‘theedrinker’. Wie niet ferm uithaalt is af.

Het was dezelfde machteloze taal van twee decennia geleden, opnieuw gebracht, maar nu is radicaal rechts aan de macht. Slim speelden ze elkaar het woord ‘integratieprobleem’ toe, waarmee het geweld moeiteloos werd uitgesmeerd over een groep groter dan de daders.

De woede in hun armen, struikelend van jij-bak naar jij-bak, hard ingrijpen als panacee. Paspoorten afpakken, toezicht op taxichauffeurs, ook die zijn dubieus. En had iemand in de ministerraad nog iets anders op de plank? De staatssecretaris van onderwijs, Mariëlle Paul (VVD), kwam dinsdag haastig met een persbericht over een oud wetsvoorstel om de koranscholen te beteugelen. Het lag in de diepe la met lastige dingen waar ze het een jaar geleden te ruste had gelegd, omdat het ook bijbelscholen raakt.

Haast, haast, haast om het volksgevoel te bedienen. Ook Paul is een ‘mens met een migratieachtergrond’, maar zij hoort bij de groep ‘talentvolle Nederlanders’ die premier Schoof ter plekke in het leven riep. De opzichtige poging te verzachten maakte zijn woorden hard. Er zijn ook goede buitenlanders, iedereen kent er wel één.

Het ‘minder Marokkanen’ bleek woensdag geen keerpunt maar een opmaat. Dit volledige kabinet is besmet met Wilderstaal, niemand durft het bij te buigen. Zelfs de premier niet, die als taak heeft met kalmte en rust de weg te wijzen, en donders goed weet hoe belangrijk dat is, als voormalig hoofddirecteur van de immigratie- en naturalisatiedienst in roerige tijden.

‘U bent gewoon een mens’, zei Schoof bij zijn aantreden tegen het enige Kamerlid met een hoofddoek. Daar is hij nooit meer bij haar op teruggekomen.

2004 is het jaar waarin minister Rita Verdonk de ‘integratieladder’ bedacht, een peilstok voor goede migranten. Het werd uiteindelijk een ‘integratiekaart’, ontwikkeld door CBS en WODC, serieuze instellingen. Verdonk liet ook een bizarre inburgeringscursus maken, met een filmpje van een topless vrouw op het Scheveningse strand en de tekst: ‘Bloot is een verschijnsel waar men niet moeilijk over doet’.

En net als destijds riepen Kamerleden nu: waar zijn de ‘moslimleiders’, want die moeten afstand nemen. Elke moslim is verdacht die zich niet uitspreekt tegen de Jodenjacht – alsof zij er iets mee te maken hebben. Aan de lachende gezichten in het PVV-blok, aan de ingespannen drukte van het BBB-vak was goed te zien wie er garen bij spinnen.

Een nieuwe generatie ‘mensen met een migratieachtergrond’ groeit op, achternagezeten door de gedachte dat ze heel precies het goede moeten doen, iets wat van autochtonen niet wordt verwacht. Er is de afgelopen twee decennia veel geprobeerd om mensen bij elkaar te brengen, meestal op plekken buiten het licht, en radicale politici slagen er telkens in dat met woorden stuk te maken. Met macht.

‘We moeten als land ook verder met elkaar’, kreeg de premier nog over zijn lippen. Moeten, geen willen.

Je zou maar gewoon moslim zijn in dit land, of taxichauffeur. Je zou maar gewoon mens zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next