Met mijn vriend Enrico – die gewoon Erik heet, en er alles behalve Spaans uitziet, zijn ijsblauwe ogen en blonde manen geven hem het voorkomen van Erik Bloedbijl (c. 895-954), de tweede koning van Noorwegen, die we kennen als een der bloeddorstigste Vikingen – app ik al jaren over boeken.
Over dat geapp verderop meer. Misschien. Denk het niet, eigenlijk. Eerst wat over Enrico’s evenbeeld Blodøks, zoals de Noren spellen, met wie Enrico nog wel meer gemeen heeft dan zijn kapsel. Niet per se zijn bloeddorst, Bloedbijl doodde vijf halfbroers, hij werd ook wel Erik Frater Interfectum genoemd, Erik de broeder-slachter. Nee, zo is Enrico niet.
Of juist wel. Qua leestempo zou je Enrico wel een broederslachter kunnen noemen. Als ik tien boeken vil, vilt de frater interfectum er dertig. Als een Viking leest Enrico, hij kent geen angst. Toen ik me door The Portrait of a Lady ploegde, Henry James’ vroege piek, las hij The Wings of the Dove, The Ambassadors en The Golden Bowl, James’ laatste grote romans die zo labyrintisch, eindeloos complex en claustrofobisch allusief geschreven zijn dat een andere bloedbijl, Maarten ’t Hart, ze niet heeft uitgelezen.
‘Lees je The Golden Bowl?’, schreef Maarten me een keer. ‘Wat een prestatie!’
Was helaas niet zo, ik overwoog het. En zag ervan af. Ik heb dit nooit aan Maarten opgebiecht.
‘Die latere werken van Henry James’, ging Maarten verder, ‘daar kan ik bijna niet doorheen komen. The Ambassadors, The Wings of the Dove, en dit boek – het is superieur proza, maar zo ingewikkeld, en zo subtiel dat het voor mij eigenlijk te hoog is gegrepen. Indertijd hoopte ik dat Kellendonk ooit eens die werken zou vertalen, hij heeft mij toen wij naar de uitreiking van de Anton Wachterprijs door Harlingen liepen, gezegd dat hij het van plan was, maar ja, z’n vroege dood heeft het verhinderd.’
Ik heb dit doorgebriefd aan Enrico. Hij toonde zijn medeleven met Maarten. Misschien was diens bloedbijltje van het vele lezen en herlezen in Dickens en Trollope bot geworden?
De echte Bloedbijl/Blodøks ondertussen was een rovend wonderkind. De Mozart van de brandschatterij koos op zijn twaalfde met vijf langschepen het oorlogspad. Eerst teisterde hij de kusten van Denemarken en de Baltische staten, waarna hij doorzeilde naar Ierland en Groot-Brittanië. Hebben ze daar geweten, Bloedbijl hield er tot diep in zijn puberteit huis, jammer van de Brexit. Later, toen hij een volwassen Viking geworden was, is hij nog even heerser van Northumbrië geweest, wat nu ongeveer Schotland is.
Ook hierin herken ik mijn vriend Enrico. Die heeft aan Oxford gestudeerd, waar hij vele boeken las. Maar meer nog des Bloedbijls was Der grüne Heinrich, die hij als scholier las voor zijn Duitse lijst. We hebben het over de kolossale klassieker van de Zwitser Gottfried Keller uit 1854/55, een roman van een slordige duizend pagina’s dik, Kellers burgerlijk-pessimistisch antwoord op de Bildungsroman, aldus Wikipedia.
Maar daar kon de jonge Enrico, aan de desk van zijn leraar Duits toen hij over dit illustere, ten lande obscure werk overhoord werd, nog niet terecht. Noch op Booktok. En ook niet bij de Nederlandse vertaling, die toen evenmin bestond. Ik had het gezicht van die leraar Duits wel eens willen zien toen Enrico Der grüne Heinrich neerlegde. In mijn klas lazen de kinderen Het gouden kruid of Het bittere ei. Ik herinner me ene Bert, die Van Kootens Veertig had gelezen, maar de titel niet kon verklaren.
Ik zei tegen Enrico, ik weet niet wat bijdehanter is, een puber die Engeland brandschat met vijf vikingschepen, of eentje die Gottfried Keller op zijn lijst zet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns